NS had ministerie in houdgreep door dreigend faillissement HSA

Camiel Eurlings, oud Minister van Verkeer en Waterstaat, verschijnt voor de parlementaire enquêtecommissie.
Camiel Eurlings, oud Minister van Verkeer en Waterstaat, verschijnt voor de parlementaire enquêtecommissie. Foto ANP / Bart Maat

De NS had het ministerie van Verkeer en Waterstaat in 2008 in een houdgreep. De beroerde financiële situatie van HSA, de dochteronderneming van NS die de exploitatie van de hogesnelheidstrein zou verzorgen, was vooral een probleem voor het ministerie, niet voor NS. Een faillissement zou vooral de Staat in financiële problemen brengen, aangezien de vervoersconcessie vervolgens gegund zou moeten worden aan een nieuwe dochteronderneming van NS.

Over het in 2002 overeengekomen bedrag van 176 miljoen euro dat HSA jaarlijks voor de exploitatie moest betalen, zou dan opnieuw onderhandeld moeten worden. Dat bleek vanmiddag tijdens het verhoor van toenmalig minister Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat voor de parlementaire enquêtecommissie Fyra.

Vrees voor meer vertraging

Een nieuwe aanbestedingsprocedure voor die exploitatie was volgens Eurlings ook geen optie. Marktonderzoek zou hebben uitgewezen dat de concessiebiedingen de staat nauwelijks meer dan 50 miljoen euro per jaar zouden opleveren. Bovendien zou ingebruikname van de hogesnelheidslijn nog meer vertraging oplopen. Volgens Eurlings dreigde NS ook meerdere keren met een faillissement van HSA en het teruggeven van de concessie.

Eurlings kwam tijdens zijn verhoor in de problemen toen bleek dat HSA-functionarissen rechtstreeks invloed hadden op rapportages van de minister aan de Tweede Kamer. In een aanbiedingsbrief mocht het ministerie van HSA niets zeggen over de beroerde financiële situatie bij het dochterbedrijf, zo bleek uit vertrouwelijke mailwisseling tussen NS en het ministerie waar de commissie over beschikt. Eurlings zei die mails niet te kennen.

Geen woord over beroerde financiën

Volgens het commissielid Ton Elias (VVD) was de poging tot beïnvloeding door HSA een succes. Ambtelijk had het ministerie in dat mailverkeer ook ingestemd met het voorstel van HSA om te zwijgen over de onderneming. Over de financiële situatie bij HSA werd in de door Eurlings ondertekende aanbiedingsbrief met geen woord gerept, terwijl hij vlak voor verzending ervan door de NS was geïnformeerd over de risico ’s van een faillissement.

Eurlings verdedigde zich vandaag met het argument dat hij de Tweede Kamer niet onderbouwd over het dreigende bankroet kon informeren, omdat de NS stelselmatig weigerde om gedetailleerd bedrijfsinformatie te geven over HSA. Eurlings beklaagde zich, net als zijn voorganger Karla Peijs, over de structurele gebrekkige informatievoorziening door HSA en NS. Onverantwoord en onaanvaardbaar, noemde hij dat. Maar het was voor hem geen reden om in te grijpen in de top van NS of HSA.

“Dergelijke emoties waren er wel eens. Maar het is ook zo’n paardenmiddel waarmee het belang van de reiziger niet meteen gediend is. Voor mij was leidend dat mijn besluiten ertoe zouden bijdragen dat die trein zo snel mogelijk zou rijden.”

Garantie tegen bankroet

Eurlings was in zijn verhoor onduidelijk over de megadeal die hij eind 2008 met de NS over HSA sloot. In ruil voor adequate informatieverstrekking door de NS garandeerde de Staat dat al het mogelijke gedaan zou worden om een faillissement van HSA te voorkomen. De NS zou verder procedures over een claim van 400 miljoen euro per direct staken. In dat zogeheten ‘memorandum van overeenstemming’ wilde Eurlings ook opnemen dat NS het garantievermogen van HSA zou ophogen, maar dat weigerde het spoorbedrijf.

De garantie dat de Staat een faillissement van HSA zou voorkomen, zou er in de praktijk op neerkomen dat het door HSA te betalen exploitatiebedrag zou zakken tot jaarlijks net boven de 100 miljoen euro, het bedrag dat in 2002 door de concurrentie was geboden. Een nog lager concessiebedrag zou in strijd zijn met het mededingingsrecht en kunnen worden uitgelegd als staatssteun, aldus Eurlings.

Geen herinnering van gesprek

Toenmalig minister Wouter Bos van Financiën was bij de deal betrokken en onderhandelde tegelijkertijd ook met NS over uitbetaling van een superdividend van 1,4 miljard euro. Gisteren verklaarde voormalig president-directeur Aad Veenman van de NS dat uitkering van dat superdividend was uitgeruild tegen de garantie dat de Staat faillissement van HSA zou voorkomen.

Eurlings hield de commissie voor dat hij van die koppeling niets wist en dat die er ook nooit was geweest. Totdat de commissie hem een brief voorhield waarin verslag werd gedaan van een gesprek waar Eurlings, Bos en Wim Meyer, indertijd voorzitter van de Raad van Commissarissen van NS bij aanwezig waren. Dat gesprek ging over dat superdividend, als oplossing voor een aantal zaken, waaronder de HSA-problematiek, zo hield de commissie Eurlings voor.

Eurlings zei zich dat gesprek niet meer te herinneren.

“Maar het zou zomaar kunnen zijn dat iemand zegt: ‘ja, we hebben ook nog een ander akkefietje met de overheid’.”