‘Vrouw verdwijnt achter het digitale beeld’

De filmwetenschapper bedacht de term ‘the male gaze’ om films te analyseren. Het begrip is nog zeer actueel.

James Stewart oefent zijn ‘mannelijke blik’ inRear Window van Alfred Hitchcock, een van zijn meest voyeuristische films.
James Stewart oefent zijn ‘mannelijke blik’ inRear Window van Alfred Hitchcock, een van zijn meest voyeuristische films.

‘Het wordt gezegd dat de analyse ervan het plezier en de schoonheid doodt”, schreef Laura Mulvey in 1975 in haar beroemde essay Visual Pleasure and Narrative Cinema. „Dat is de bedoeling van dit artikel.” Het stuk van Mulvey, een oertekst van de filmwetenschap, verscheen precies veertig jaar geleden in het Britse filmtijdschrift Screen. Reden voor het British Film Institute om onlangs een conferentie over haar werk te organiseren en het nog altijd beroemde begrip dat ze introduceerde: ‘the male gaze’. Vorige week was Mulvey, hoogleraar aan Birckbeck College in Londen, in Eye voor een debat over de nieuwe bundel feministische filmstudies Feminisms (Amsterdam University Press), die ze samenstelde.

De ‘mannelijke blik’ is volgens Mulvey bepalend geweest voor Hollywoodfilms. De man kijkt, de vrouw wordt bekeken. Zij is het erotische spektakel. Haar idee leeft inmiddels voort in talloze varianten: van de ‘white gaze’ tot de ‘gay gaze’ en de ‘tourist gaze’. Mulvey: „In een spektakelmaatschappij zoals de onze is die opstapeling van de ene ‘gaze’ na de andere ‘gaze’ haast onvermijdelijk, omdat het beeld nog steeds heel dominant is.”

Mulvey is nog altijd het meest bekend van dat ene stuk („Eigenlijk meer een manifest”) dat ze zo lang geleden schreef. „Een tijd lang heb ik dat als een molensteen om mijn nek ervaren. Ik zou toch nooit meer iets schrijven waar zoveel mensen over praten. Maar inmiddels kan me dat niet zo veel meer schelen. Die tekst is nu echt historisch. Ik mag ook niet klagen. Dankzij het essay kreeg ik een baan aan de universiteit.”

In de jaren zestig raakte Mulvey in de ban van het invloedrijke Franse filmtijdschrift Cahier du cinéma, waar toen net de beroemde ‘auteurstheorie’ was gelanceerd: het idee dat de regisseur de enige echte scheppende kracht is van de film, ook als hij werkt binnen de beperkingen van de filmfabriek Hollywood. Het keerpunt kwam toen Mulvey begin jaren zeventig in aanraking kwam met de feministische beweging. „Tot dat moment was ik een klassieke cinefiel. Maar nu keek ik naar niet langer met de bril van een cinefiel naar films, maar met een politieke bril. Uit het conflict tussen die twee culturen, van het Franse denken over film en het feminisme, is het essay ontstaan.”

Aan de hand van freudiaanse termen zoals ego, libido en castratieangst analyseerde Mulvey in haar stuk hoe de vrouw in films altijd het object is van de blik van de man. „Het uitgangspunt van de vrouwenbeweging was dat het lichaam van de vrouw een onderdeel is van politieke strijd en onderdrukking. Vervolgens is het niet meer dan een logische stap om ook het beeld van het vrouwenlichaam te zien als een onderdeel van diezelfde strijd.

„Ik wilde laten zien hoe Hollywood de blik van de toeschouwer organiseert en stuurt. Die blik is vrijwel altijd gestuurd vanuit de positie van de mannelijke hoofdpersoon in het verhaal. En dan maakt het niet zoveel uit of de daadwerkelijke toeschouwer die in de bioscoop zit een man is of een vrouw, homo of hetero: de sturende blik in de Hollywoodfilm is altijd die van een heteroseksuele man.

„Toen ik met het feminisme in aanraking kwam, besefte ik plotseling dat ik altijd min of meer als een man naar films had gekeken. Dat was ook een groot deel van het plezier van film, dat je je eigen individualiteit achter je kunt laten. Dat is wat film doet: je verliest jezelf erin. Maar dat wilde ik doorbreken, hoe plezierig die ervaring ook kon zijn.”

Het klassieke Hollywood had grote moeite om hetzelfde soort extatische beelden zoals van Rita Hayworth of Marilyn Monroe te laten zien van mannelijke schoonheid. „Dat is het trauma van de jaren twintig: het Rudolf Valentino-syndroom. Een beeldschone jongeman was plotseling het voorwerp van hysterische aanbidding door vrouwen. Dat was een schandaal, dat werd gezien als decadent en on-Amerikaans. De man mag niet degene zijn die wordt bekeken, dat is taboe. Daarom moest er een nog sterkere nadruk komen op het mannelijke personage als degene die de touwtjes in handen heeft. Dat versterkte de identificatie met het mannelijk ego, terwijl de vrouw als het object van de blik, nog spectaculairder in beeld moest komen.”

In haar recente onderzoek richt Mulvey zich op de technologische veranderingen waardoor nieuwe manieren van films kijken zijn ontstaan. Door de toegenomen mogelijkheden om beelden stop te zetten, terug te draaien, te vertragen, te laten verspringen en te manipuleren – digitaal maar ook al door video – verschuift de verhouding tussen toeschouwer en beeld. „De mogelijkheden om de ‘gaze’ te sturen zijn groter. Door het beeld stil te zetten bevrijdt de kijker zich in zekere zin van de mannelijke blik, die voortkomt uit de verhaalstructuur. Bij een stilstaand beeld is de kijker vrij om te associëren, vrij om de goddelijke Robert Mitchum te bewonderen in een uitgesproken elegante pose, om zijn schoonheid op dezelfde manier te ondergaan als die van Rita Hayworth. Paradoxaal genoeg kwam ik door na te denken over film in het digitale tijdperk weer terug bij mijn oude liefde voor het klassieke Hollywood.”

Toch is Mulvey niet echt optimistisch over de vooruitgang die er in de afgelopen veertig jaar is geboekt. Het sterk geseksualiseerde beeld van vrouwen in de populaire cultuur is nog altijd dominant. „Beelden van vrouwen in de populaire cultuur zijn er eerder op achteruitgegaan dan vooruitgegaan. In de digitale cultuur verdwijnen vrouwen in een nieuw soort eenvormigheid. Elk beeld is net zo lang gemanipuleerd tot de daadwerkelijke persoon er volledig uit verdwenen is. Er zit helemaal geen leven of individualiteit meer in veel van die digitale beelden. Veel jonge vrouwen zien dat gelukkig ook, en beginnen er tegen in opstand te komen. Jonge mannen trouwens ook. Dat is het enige lichtpuntje dat ik zie. Ik heb een heel intelligente, levendige kleindochter van elf. Maar af en toe kijkt ze naar de serie Gossip Girl. Afgrijselijk. Alle meisjes in die serie zijn identiek aan elkaar, ook wat betreft huidskleur. Dat is huiveringwekkend.”