‘Slimme’ fraudeaanpak met nieuwe organisatie

Meer samenwerking van private sector en overheid.

Private en publieke fraudebestrijders gaan meer samenwerken in een nieuw instituut. Het Institute for Financial Crime wordt morgen opgericht in Den Haag. Fraudebestrijding in Nederland is „spaghetti”, zegt initiatiefnemer Arthur de Groot. Hij wordt de eerste directeur en is ook forensisch accountant bij Deloitte.

De diverse groepen die zich bezighouden met fraudebestrijding, ontmoeten elkaar te weinig, zegt De Groot. Dat zijn er tientallen. Aan de publieke kant bijvoorbeeld: Openbaar Ministerie (daarbinnen het Functioneel Parket), fiscale opsporingsdienst FIOD, politie, Belastingdienst. Aan de private kant: fraudeadvocaten, forensisch accountants, curatoren, forensische IT’ers, bankiers. De Groot verwacht dat de fraudebestrijding verbetert door hen bij elkaar te brengen.

Fraude – preciezer: financieel-economische criminaliteit – kost Nederlandse bedrijven jaarlijks 26 miljard euro, berekende Deloitte. Dat is een benadering, bij gebrek aan harde cijfers. Wel durft De Groot de stelling aan dat de fraudeomvang in Nederland sterk groeit. De uitgaven aan toezicht en opsporing zijn volgens Deloitte gestegen, naar 12,5 miljard per jaar.

Doel van het nieuwe instituut: „een veiliger samenleving”, zegt De Groot. Zo’n ambitie is nodig, vindt hij. Hij noemt voorbeelden van bedrijven die hun reputatie verloren als gevolg van een schandaal: bouwer Ballast Nedam (omkoping), olieplatformbouwer SBM Offshore (omkoping) en ICT-bedrijf Ordina (vermeende aanbestedingsfraude). De Groot wijst ook op de reeks corruptieschandalen binnen de VVD. Het effect van zulke incidenten: „ongeloofwaardigheid” van managers en politici en „ondermijning van het vertrouwen in de rechtsstaat”.

Het bestuur van het instituut wordt gevormd door onder anderen Hendrik Jan Biemond, fraudeadvocaat en voormalig officier van justitie, Adriaan van Dorp, directeur veiligheidszaken van ABN Amro en René van den Bosch, legal counsel van ING. Het instituut kan de samenwerking met betrokken partijen opzeggen, mochten die betrokken raken bij een fraudeschandaal. „De integriteit van het instituut moet nooit ter discussie komen te staan staan”, zegt De Groot.

Tot nu toe heeft het instituut vijftien toezeggingen van partijen die participeren, financieel en in projecten. Vooral van de commerciële kant. Onder de participanten zijn de big four accountantskantoren, grote advocatenkantoren op de Zuidas en technologiebedrijven waarvan De Groot de namen nog niet bekend wil maken. Van de publieke organisaties heeft de Fiod toegezegd te participeren in projecten. Het instituut is in gesprek met het ministerie van Veiligheid en Justitie, het Functioneel Parket en de Belastingdienst.

Opleiding fraudebestrijding

De participanten financieren het instituut – een stichting zonder winstoogmerk. Kosten: een half miljoen euro per jaar. Welk deel van dat bedrag al binnen is, wil De Groot niet zeggen. „Genoeg om dit jaar vol te maken.”

Eerste concrete plannen zijn, naast het in kaart brengen van partijen die zich bezighouden met fraudebestrijding, het ontwikkelen van een standaard voor fraudeonderzoeken en het opzetten van een opleiding voor de bestrijding van financieel-economische criminaliteit, in samenwerking met universiteiten en hogescholen.

Het instituut leiden moet tot nieuwe, slimmere vormen van fraudebestrijding, door samenwerking van al die groepen. Bijvoorbeeld op het gebied van big data. Fraudeurs ontwikkelen zich nu sneller dan hun bestrijders. De Groot: „Wij moeten net zo innovatief worden als zij.”