Nooit meer over hoofden hoeven lopen

Musea laten hun grote exposities ook in de bioscoop zien – vaak eenmalig. Met deze week: impressionisten uit Parijs. In een filmzaal is het nog wèl mogelijk om ongestoord te kijken.

De ruggen, nekplooien en omhooggehouden camera’s van medebezoekers – dat is wat je vooral te zien kreeg als je de voorbije maanden in het Rijksmuseum de tentoonstelling Late Rembrandt bezocht. Columnist Frits Abrahams omschreef in deze krant de blockbustertentoonstelling als een overdrukke receptie waar hij niemand kende.

Wie in stilte de schaduwen op het gezicht van Rembrandts meesterwerk Lucretia (1666) hoopte te bestuderen, moest volgens Rijksmuseum-directeur Pijbes maar zelf een Rembrandt aanschaffen. Voor wie dat geen optie is, lijkt er nu een alternatief: naar een film over de expositie gaan in de bioscoop.

De Britse filmdistributeur Arts Alliance is gespecialiseerd in ‘Event Cinema’: bioscoopwaardige opnames van bijvoorbeeld avonden in de New Yorkse Metropolitan Opera of Shakespeare-opvoeringen in Londen. Sinds 2014 werkt Arts Alliance ook samen met Exhibition On Screen die bioscoopfilms maken over topexposities zoals de Late Rembrandt. Komende week wordt in Nederland hun documentaire The Impressionists vertoond, over een tentoonstelling met impressionistische topstukken die momenteel loopt in het Musée du Luxembourg in Parijs. Maar kan een bioscoopbezoek ooit de museumervaring evenaren?

„We suggereren niet dat je níét naar de tentoonstellingen moet gaan”, vertelt de Britse regisseur van The Impressionists, Phil Grabsky. Hij was afgelopen week in Amsterdam voor een nabespreking bij het Van Goghmuseum waarvoor hij eerder een documentaire maakte. „We bieden the next best thing na een bezoek. Als je niet in Londen of Amsterdam woont is het moeilijk om naar een tentoonstelling als de Late Rembrandt te gaan.”

Twee minuten in beeld

In de films van Exhibition On Screen wordt in 85 minuten iets verteld over de kunstenaars die centraal staan, achtergrondinformatie gegeven over enkele werken door curatoren, conservatoren of erfgenamen en in de museumzalen gefilmd. Grabsky: „Het is niet hetzelfde als een wandeling door een museum, maar we geven wel een idee van hoe een expositie eruit ziet.” Zo glijdt de camera in The Impressionists traag, op ooghoogte door de opeenvolgende museumzalen. „In goede exposities gaat het niet alleen om de schilderijen, maar ook om hoe die zijn opgehangen”, vervolgt de regisseur. „In Parijs zie je nu de verschillende versies van de schilderijen die Monet schilderde van populieren aan de oever van de Epte, een zijrivier van de Seine. Normaal gezien hangen de werken verspreid over musea in de hele wereld. Pas als je ze naast elkaar ziet, merk je hoe verschillend ze zijn.”

Individuele schilderijen blijven – relatief – lang in beeld, van dertig seconden tot soms een minuut of twee. Dat lijkt kort, maar musea gaan er zelf bij het verkopen van kaartjes vanuit dat hun bezoekers slechts tien tot twintig seconden stilstaan per werk. Grabsky: „Ik houd het overzichtsbeeld van een schilderij twee keer zo lang vast als je normaal zou doen in een documentaire. De eerste vijftien seconden kijken mensen enkel naar de elementen waarvan de kunstenaar wilde dat ze in het oog zouden springen. Als ik een werk vervolgens nog vijftien seconden laat zien, vallen andere dingen op. Op dat moment schakelen we over naar close-ups van het schilderij en zal een voice-over de vragen die kunnen opkomen bij de toeschouwer proberen te beantwoorden.”

De informatie die je hoort is vaak vergelijkbaar met die uit een goede audioguide. Het grootste verschil tussen veel eerdere kunstdocumentaires en hun films is volgens de regisseur dat Exhibition On Screen documentaires voor de bioscoopzaal maakt, geen televisiefilms „Je bent minder gebonden aan allerlei regels die voor televisie gelden, zoals bij de lengte van shots. De meeste documentaires over kunst worden gemaakt voor tv, dan moeten beelden sneller worden geknipt en duurt een film meestal nog geen uur.” Ook ligt de technische kwaliteit van de bioscoopbeelden aanmerkelijk hoger. „Op het museum na zul je nergens zo dicht bij het origineel komen.”

Nagenoeg uitverkocht

De films van Exhibition On Screen zijn te zien in 1.500 bioscopen, van Venezuela tot Japan. Grabsky’s docu over het Van Gogh-museum die afgelopen maand uitkwam, werd wereldwijd al door 75.000 mensen bezocht. In Nederland spelen de films vooralsnog eenmalig in acht bioscopen van Pathé, in kleine zalen met 100 tot 150 stoelen. Volgens Pathé zijn de voorstellingen altijd nagenoeg uitverkocht. Het bedrijf is vooral blij met de nieuwe doelgroep die de films aanspreken. Het publiek is vaak 45-plus en cultureel geïnteresseerd.

Juist in de nauwe samenwerking tussen musea en filmmakers schuilt ook een zwakte; de films hebben soms te veel weg van gelikte pr voor het museum. Grabski: „Hoe beter een museum meewerkt, hoe beter voor ons. De instellingen hebben geen hand in de uiteindelijke montage, maar we luisteren nauwlettend naar welke verhalen zij belangrijk vinden en welke medewerkers het beste in beeld kunnen komen.” Dat levert soms interessante vertellers op, maar ook miskleunen; Hermitage-directeur Michael Petrovsky liet in de film over zijn museum nogal ijdel naspelen hoe hij zelf als kind al door de zalen vol kunst zwierf.

In de film die Exhibition On Screen maakte voor het Van Gogh-museum komen de werken in beeld aan de hand van de biografie van de schilder. Een roodharige acteur speelt tijdens intermezzo’s de zwoegende schilder na. Uit de vele aanvragen voor documentaires die het museum jaarlijks krijgt, viel het filmvoorstel van Grabsky het best in de smaak. Hoofd communicatie Janine Fluyt: „Mensen die al op een andere manier met ons museum hebben kunnen kennismaken brengen later vaak zelf een bezoek. Daarom bieden we nu al virtuele bezoeken aan ons museum.”

Overbevolkte tentoonstellingen

Dat in de films vooral aan bod komt wat de museummedewerkers willen delen, vindt Grabsky niet erg: „Als er een discussie is over waar een schilderij moet hangen terwijl ik film, zal ik dat gebruiken. Maar wij hebben geen budget om een echte fly-on-the-wallfilm te maken; om twee weken in de musea rond te hangen in de hoop iets op te vangen.” De gemiddelde Exhibition On Screen-documentaire wordt gemaakt voor 350.000 tot 400.000 dollar en opgenomen in vijf tot tien dagen. In documentaires zoals The National Gallery van Frederick Wiseman staat de visie van de regisseur centraal. „Bij ons draait het om het werk en wat het publiek wil zien.” Ziet Grabsky zijn films als een alternatief voor de overbevolkte blockbustertentoonstellingen?„Dat is alleen een optie voor mensen die in een stad zoals Amsterdam wonen. Het overgrote deel van mijn publiek heeft die keuze helemaal niet, ze beschikken niet over de middelen om naar de tentoonstelling zelf te gaan.”