‘Eisenpakket voor levering Fyra-treinstellen was onmogelijk’

Rene van Marrewijk, sales manager bij treinfabrikant Siemens van 2000 tot en met 2005, voorafgaand aan de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie Fyra.
Rene van Marrewijk, sales manager bij treinfabrikant Siemens van 2000 tot en met 2005, voorafgaand aan de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie Fyra. Foto ANP / Bart Maat

De NS is in 2002 met een eisenpakket de markt opgegaan voor de levering van treinstellen voor de hogesnelheidslijn die geen enkele fabrikant kon leveren. Dat zei toenmalig salesmanager René van Marrewijk van Siemens vanochtend in zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie die het Fyra-debacle onderzoekt. Het eisenpakket was overigens door de Staat opgelegd.

Er waren op dat moment vijf fabrikanten die technisch in staat waren om treinstellen voor de HSL-lijn te produceren. Maar slechts twee daarvan, waaronder Siemens, konden ook een hogesnelheidstrein leveren die ook een snelheid van 220 kilometer per uur konden halen. Maar het bestek (de voorwaarden) waar Siemens op moest inschrijven, was zo complex dat het met bestaand materieel niet mogelijk was om daaraan te voldoen. Volgens Van Marrewijk zou dat leiden tot aanzienlijk hogere kosten, waardoor de zogeheten risico-opslag - een kostenraming voor tegenvallers en risico’s na de levering - aanzienlijk was.

Opleverdatum was vanaf het begin onhaalbaar

Siemens kon de opdracht alleen aannemen als de NS minimaal 26 treinen á 28 miljoen euro per stuk zou afnemen. Siemens zou dan de ICE-treinen die ook gebouwd werden voor de Deutsche Bundesbahn (DB) ombouwen tot treinen die de norm van 220 kilometer per uur zouden halen. In het bestek werd uitgegaan van minimaal 16 treinstellen. De NS liet uiteindelijk weten, niet met Siemens verder te gaan en verder te onderhandelen met Alstom en AnsaldoBreda.

Het was volgens Van Marrewijk vanaf het begin al duidelijk dat de geëiste opleverdatum van april 2007 niet gehaald zou worden. Dat was productietechnisch onmogelijk, maar ook niet omdat er voldoende tijd moest worden uitgetrokken voor testritten voordat de trein daadwerkelijk passagiers kon vervoeren. In het bestek was de eis opgenomen van een minimale reistijd van 94 minuten op het Nederlandse traject. Maar volgens Van Marrewijk ontbrak het aan informatie over het traject zodat het onduidelijk was hoe die minimale reistijd gehaald moest worden.

Trein Siemens zou ‘speciaaltje’ worden

De NS bemoeilijkte de bieding verder door tijdens de onderhandelingen in de concept-koopovereenkomst aanvullende eisen te stellen over boetes en aansprakelijkheid. De door de NS voorgestelde betalingsschema’s spoorden volgens Van Marrewijk niet met de uitgaven die Siemens moest doen voor de ontwikkeling en de productie van de nieuwe treinstellen. Siemens heeft bijna één miljoen euro uitgegeven om haar uiteindelijk afgewezen bod uit te brengen. De nieuwe trein zou volgens Van Marrewijk een ‘speciaaltje’ worden. “We wilden onze ic’s graag verkopen in Europa.”

Maar het was in Duitsland al snel duidelijk dat niet geleverd kon worden waar de NS in het bestek om vroeg. De bieding was vooral bedoeld als investering in de relatie met de NS. Op dat moment was Siemens ook met de NS in onderhandeling over de levering van nieuwe sprinters. Maar als Siemens de enig overgebleven kandidaat in de aanbesteding zou zijn geweest, zouden we wel geleverd hebben, aldus Van Marrewijk.

Lees ook: ‘Fiasco, drama, debacle: Kiest u maar’, een achtergrondverhaal van voor begin enquête.(€)