Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Sir Guus heerst in de Albert Hall

Guus Meeuwis trad zondag op in een uitverkochte Royal Albert Hall voor een zaal vol enthousiaste Nederlanders. „Ze zouden trots op ons kunnen zijn in Brabant.”

Guus Meeuwis op het podium van de Royal Albert Hall, waar de avond ervoor Eric Clapton nog speelde.
Guus Meeuwis op het podium van de Royal Albert Hall, waar de avond ervoor Eric Clapton nog speelde. Foto PAUL BERGEN/ ANP KIPPA

‘Die zaal kan jullie best hebben, moet ik zeggen.” Guus Meeuwis (43) zit op het uiterste randje van het podium en kijkt rond in de zaal van de Royal Albert Hall. Zondagavond vierde hij daar met zijn band – plus blazers en strijkers – zijn jubileumjaar. Gekleed in een net blauw pak vertrouwt Guus het publiek toe: „Ik heb van alles bedacht wat ik wilde vertellen. Over twintig jaar in het vak zitten, over een eendagsvlieg zijn, over de Royal Albert Hall. Maar nu ik hier sta, weet ik niet zo goed meer wat ik moet zeggen.”

Die middag zit een wat onrustige Meeuwis – dan in grijs T-shirt, jeans en witte sneakers, op een van de rode fluwelen stoelen in de Royal Albert Hall. De laatste dranghekken - gebruikt voor het concert van zanger Eric Clapton de avond ervoor - worden weggehaald. Plots gaan de felle podiumlichten uit en is de zaal in vol ornaat te zien. „Gaaf”, zegt Guus. De keuze voor de hal voor het jubileumfeest is voor hem simpel. „In mijn kleedkamer hangt een poster waarop staat: ‘The world’s most famous stage’. And ‘that says it all’.”

Binnenkomen in de hal, waar grootheden als the Beatles en Adele optraden, was niet makkelijk. Drie-en-een-half jaar duurde het voordat de band een plekje aangeboden kreeg. „Toen we het telefoontje kregen waarin iemand van de Royal Albert Hall zei: ‘the guy whose name I can’t pronounce, has sold out the Royal Albert Hall in less than a day’, hebben we wel staan juichen.” Zenuwachtig is de zanger nog steeds niet. „Ik ben hier sinds vrijdag en die zaal kijkt me iedere dag opnieuw aan met de blik: Kun je me aan jongen?”

De show maakt van Londen dit Pinksterweekend een Nederlands dorp. Om het majestueuze, ronde gebouw, dat dateert uit 1871, lopen vroeg in de middag al Nederlanders rond. De meeste maken een foto van zijn naam, die op de posters tussen Eric Clapton en Mark Knopfler prijkt.

Tudutuuuu

„Ik had kaarten binnen een uur gekocht”, vertelt Monique Vos (43). Samen met haar man Martin (45) is het de derde keer dat ze Guus Meeuwis dit jaar live ziet. „Ik ben vanaf het eerste album fan. Het is gewoon een leuke vent, die liedjes met goede teksten zingt.” Toch durven niet alle bezoekers zich een fan te noemen, ze komen vooral voor de ‘gezelligheid’. „Negen jaar geleden kreeg ik concertkaarten van mijn dochters voor Groots met een zachte G. Dat zag ik eigenlijk niet zo zitten," vertelt Kees van Nieuwkoop (52). Toen het stadionconcert een groot feest bleek, gingen hij en zijn vrouw Jeannette (50) nog zes keer.

„Tudutuuuu”, dendert het enorme zaalorgel net na achten door de zaal. Uit de pijpen schalt Bachs Toccata en Fugue. De show is begonnen. De lichtspot staat op de pianist van Meeuwis, Jan-Willem Rozenboom, die het orgel bespeelt. Na de laatste zware tonen ontvangt het publiek Guus met luid gejuich. 4.000 man staat en klapt tot in de bovenste ring. De ‘jongen uit Tilburg’ krijgt binnen drie seconden de Royal Albert Hall aan het dansen. „Welcome in London, welcome in the Royal Albert Hall”, roept Guus na zijn tweede hit Zo ver weg. „En voor de rest ga ik lekker verder in het Nederlands.”

De sfeer is als de stadionconcerten van Groots met een zachte G: ontspannen en rumoerig. Mensen lopen de zaal in en uit. De barmannen van Royal Albert Hall weten niet wat ze meemaken: normaal komt het publiek niet zo vaak bier halen. De Nederlanders testen bovendien het geduld van de zaalwachters: over de reling van een loge hangt een Nederlandse vlag met daarop de tekst ‘Sir Guus’, even verderop danst een jongen op de balustrade. Als iemand tijdens Op straat een aansteker in de lucht houdt, snelt een zaalwacht naar beneden toe om in te grijpen.

Bij Ik tel tot 3, begint iedereen te springen. De vloer trilt. Guus zelf blijft de rustige jongen die hij altijd is. Voor de show worden geen overdreven capriolen uitgehaald, maar hij heeft een verrassing: „We zijn in Engeland, in Londen, daar moet je natuurlijk wel iets mee doen.” De kleuren van de lichten veranderen naar wit, rood en blauw en zijn muzikanten spelen God Save The Queen. Om vervolgens over te stappen naar zijn eigen ‘volkslied’. Tijdens Brabant wordt mensenmassa uit die provincie zichtbaar: meer dan acht vlaggen en sjaals met de rood-witte blokken slingeren door de lucht. „Ze zouden trots op ons kunnen zijn in Brabant”, roept Guus.

Kedeng

Toch zijn er niet alleen Brabanders in de zaal. De Schotten Kenneth (39) en Jenny Laurie (38) zingen luidkeels mee met Mag ik dansen. „Wij hebben vrienden in Nederland”, zegt Kenneth. „We voelden ons schuldig dat wij geen Nederlands spraken. Dus ben ik naar radiostation 100% NL gaan luisteren. Ik ben een groot fan van Guus. We willen altijd nog eens naar een van zijn concerten in het PSV-stadion, maar dit concert was de ultieme kans. Het is fantastic – as expected.”

Na de pauze is de bovenste ring opvallend leeg. Veel mensen zijn naar beneden gekomen om op de begane vloer te dansen. „Nu had ik het plan om een liedje in het Engels te zingen”, zegt Guus. Een luid gejuich stijgt op uit de menigte. „Ja, het plan, hé jongens. Ik heb het zelf vertaald in steenkolen-Engels, dus dat kunnen jullie allemaal verstaan: The silence is so easy”, zet hij in, om een versie van Ik ook van jou in beide talen te zingen.

Je bent de liefde, Guus Meeuwis’ nieuwe single geschreven door Surinaams-Nederlandse zanger Kenny B, sluit het optreden af. Toch staat Guus even later weer op het podium. „De oplettende bezoeker denkt waarschijnlijk: we missen nog wat. Dat klopt.” Bij de eerste tonen van Kedeng Kedeng waagt de zaal zich aan de polonaise. Een kring vormt zich in de binnenste ring, anderen lopen van links naar rechts in hun eigen loge of op de trappen in de zaal. Bier wordt door de zaal gegooid, en champagne. „Londen Baby!" roept Guus als hij het podium afloopt. Tien minuten blijft de zaal zingen, stampen en roepen ze „Guusje bedankt”. Met een laatste handkus richting publiek, neemt hij afscheid.

„Ze gingen maar niet naar huis”, vertelt Guus de volgende dag via de telefoon. Hij is gelukkig, tevreden, blij, en nog veel meer superlatieven. „We hadden nog een extra toegift liggen, maar om elf uur moesten we stoppen met spelen. Ach, dan blijft er iets te wensen over.” Hij vindt het jammer dat er met bier werd gegooid: „Maar gelukkig vond de Royal Albert Hall het niet erg. We mogen nog een keer terugkomen.”