Oogkleppen op voor het Midden-Oosten

De sunnieten zijn door iedereen in de steek gelaten bij hun strijd tegen Assad of tegen IS, aldus Marcel Kurpershoek.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De verovering van Palmyra in Syrië en Ramadi in Irak heeft de wereld wakker geschud. IS is nog niet murw gebombardeerd. De herovering van Mosul, volgens plan dit voorjaar, zal niet lukken. In plaats daarvan is het kalifaat een stukje opgeschoven in de richting van Damascus en Bagdad, de zetel van de laatste Arabische kalief die er in 1258, gewikkeld in een tapijt, door Mongoolse paarden werd dood getrappeld. Zover is het nog niet. Het kan zijn dat Iran en de VS vanuit de lucht en met inzet van lokale bondgenoten IS weer in het defensief drijven.

De tegenkrachten in Syrië zijn de resterende strijdkrachten van het Assad regime en zijn lokale milities, en door Iran gesteunde shi’itische strijders, zoals Hezbollah en Hazara-Afghanen. De animo van andere sunnitische rebellen om IS aan te pakken is minimaal sinds de VS officieel verklaarde dat IS hun doelwit moet zijn en niet Assad. Dat is als Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog vragen eerst tegen de Russen te vechten en de Duitsers even met rust te laten. Sinds Assad vier jaar geleden het vuur opende op ongewapende demonstranten, zijn vooral door hem 220 duizend Syriërs in het oorlogsgeweld omgekomen. Bijna de helft van de bevolking is verdreven. Ter vergelijking: alle Israëlisch-Arabische en Israëlisch-Palestijnse conflicten vanaf 1920 tot nu eisten ongeveer 120 duizend doden.

Uit angst voor het klassieke erfgoed in Palmyra spreekt men over ‘genocide op het verleden’. Voor de naasten van slachtoffers van Assads gifgasaanvallen, van vatenbommen die hele stadswijken platlegden, hongerbelegeringen en van systematisch doodmartelen is dat wrang. Als het westen oudheden in Palmyra wil redden, had het eerst het Syrische volk van Assad moeten redden. Als in Aleppo christenen of Koerden woonden, was dan toegestaan dat Assad jarenlang ongestoord bommen op een weerloze bevolking wierp? Als je een geterroriseerde meerderheid niet helpt zich te verdedigen, kweekt dat begrip voor het lot van de minderheden? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Dat er onder Assads slachtoffers radicale islamitische rebellen waren, al dan niet met Al-Qaeda, doet niets af aan de verplichting om weerloze burgers te beschermen. Wel met alle coalitiemiddelen het Koerdische Kobani verdedigen en niet Aleppo of andere grote Syrische steden helpt extremisme. De Prins Claus Prijs-laureaat Yassin al-Haj Saleh vertelt in zijn Arabische autobiografie hoe hij het vele jaren in de gevangenis van Palmyra als linkse dissident riant had vergeleken met de Moslimbroeders daar. Bij een opstand van de Moslimbroeders in Hama begin jaren ’80 werden rond de 20.000 Syrische burgers door de vader van Assad gedood. De Syrische rebellen zijn meerendeels sunnieten. Sinds de inname door IS van Mosul, de tweede stad in Irak, groeiden de sectarische tegenstellingen. In theorie wil de VS dat sunnitische stammen IS bestrijden. Maar de stammen die in 2007 met succes streden tegen de voorganger van IS kregen stank voor dank van de sji’itische premier Maliki. Tikrit, de geboorteplaats van Saddam Hussein, werd heroverd door sji’itische milities met VS-luchtsteun. Toezicht van het Iraakse ministerie van Defensie was nominaal. Nu rukken sji’itische milities en hun Iraanse patronen op tegen IS in Ramadi. Het Iraakse ministerie van Defensie blokkeerde levering van Amerikaanse wapens aan sunni-tegenstanders van IS. De Amerikaanse wapens belandden wel bij sji’itische milities.

Obama is voorstander van een sunnitische nationale garde in Irak. Tot nu toe houdt Bagdad dat tegen. Voor Syrië worden door de VS in theorie eenheden opgeleid die alleen bedoeld zijn tegen IS en niet tegen Assad. De kritiek van de sunni-oppositie is dat de VS daarmee zowel Iran als de IS extremisten in de kaart speelt. En de sectarische kloof wordt steeds groter.

In Syrië vormt de sunni-bevolking de meerderheid. In Irak zijn de sji’itische Arabieren twee keer zo talrijk als de sunnitische. Maar van de drie miljoen ontheemden in Irak is 85 procent sunniet. Dit voedt de sunni-woede. Onder Ottomaans bestuur waren de sunnieten veruit de grootste groep in het gebied als geheel. Onder Turks sunnitisch oppergezag waren zij de leidende klasse. Tot de diplomaten Sykes en Picot namens Londen en Parijs het Midden-Oosten verkavelden.

IS heeft de Sykes-Picot-grens tussen Syrië en Irak weggevaagd. Los van de uitkomst van de strijd tegen IS, is het onwaarschijnlijk dat Syrië en Irak als functionele ‘landen’ terugkeren. Het waren ook geen landen, maar ruimtes waarvan misdadige bendes zich meester maakten en de bevolking gijzelden, terwijl de rest van de wereld wegkeek. De eerste koning van Irak, Feisal, begreep dat al: „Zonder de Britten wordt het land levend opgegeten, het karkas verscheurd door tribalen, sji’ieten, sunnieten, Koerden en Turken.”

Een van de aasgieren op het karkas is Iran. Assad in Damascus is de Iraanse spil naar Hezbollah in Libanon: de Iraanse afschrikking tegen Israël. Maar Hezbollah vecht nu in de bergen tussen noord-Libanon en Syrië tegen de Arabische sunnieten die zij theoretisch moeten helpen tegen Israël: het gehucht Arsal in plaats van Haifa. In Irak dirigeert Iran de Badr-brigade en andere sji’itische milities tegen IS. Maar ook sunnieten die fel tegen IS zijn, vrezen Iraanse suprematie. Die vrees wordt aangewakkerd door geluiden uit Teheran over een nieuw Iraans imperium dat zich uitstrekt tot de Middellandse Zee.

IS en de Iraanse Quds-brigade nestelden zich in het vacuüm tussen het Zagros-gebergte en Libanon dat ontstond na de Amerikaanse inval in Irak. De sji’ieten vechten onder de vlag van de Iraanse Republikeinse Garde. Zelfs de verre tak van de Zaiditische Houthi’s in Jemen zijn ingelijfd in de Iraanse sji’itische internationale. Dwars op die as staan Saoedi-Arabië en Turkije in een sunnitisch blok. Met de boodschap dat een overwinning van Iran en Assad in Syrië niet wordt getolereerd. Sindsdien zijn sunnitische rebellen in Idlib en noord-Syrië opgerukt.

Wie kan deze sectarische patstelling doorbreken? Zonder ‘laarzen op de grond’ en met topprioriteit voor de nucleaire onderhandelingen met Iran, zijn Obama’s handen gebonden. Zo ontstaat ongewild bij velen de indruk dat de VS in Syrië Assad de hand boven het hoofd houdt en in Irak via de sji’itische milities met Iran optrekt – niet alleen tegen IS maar tegen alle sunnieten. De regering in Bagdad wordt gezien als een vijgenblad. Bij gebrek aan alternatief drijft dit steeds meer sunnieten in de armen van IS en andere extremisten.

Dit had voorkomen kunnen worden als de VS zich enkele jaren geleden actiever had ingezet ter bescherming van de sunnitische groepen die werden geterroriseerd door Asad en in Irak gemarginaliseerd door Maliki. In Syrië wordt die rol nu overgenomen door Saoedi-Arabië, Turkije en Qatar. In Irak is het vijf-voor-twaalf om direct hulp te geven aan een sunnitische nationale garde tegen IS. Bagdad en Damascus zijn nog slechts hoofdsteden in naam.

De Oorlog tegen het Terrorisme in Afghanistan, Irak en elders heeft al triljoenen dollars gekost. Dat bedrag is gelijk aan alle officiële ontwikkelingshulp in de wereld van 1970 tot nu. In Afghanistan zijn de Talibaan begonnen aan hun grootste offensief in de veertien jaar van deze oorlog. De kosten in Irak waren nog hoger en het resultaat is er nog bedroevender. Syrië was nauwelijks een kostenpost. Daar is de boodschap: Syriërs, zoek het zelf maar uit.