Terugkijken: Ajax ’95 in Andere Tijden en lees het verhaal dat gisteren ontbrak

Want waar Patrick Kluivert de ster werd van Ajax, schitterde Dejan Savicevic – de magiër uit Montenegro – bij Milan door afwezigheid. En daar hadden Ruud Gullit, en zelfs PSV’er Ronaldo, een aandeel in. Een bescheiden reconstructie.

Savicevic in duel met Frank de Boer tijdens het eerste groepsduel in Amsterdam, september 1994 (2-0).
Savicevic in duel met Frank de Boer tijdens het eerste groepsduel in Amsterdam, september 1994 (2-0). ANP / Paul Vreeker

Want waar Patrick Kluivert de ster werd van Ajax, schitterde Dejan Savicevic - de magiër uit Montenegro - bij Milan door afwezigheid. En daar hadden Ruud Gullit, en zelfs PSV’er Ronaldo, een aandeel in. Een bescheiden reconstructie.

Twee dagen na het puntertje van Kluivert op 24 mei 1995 likken de Italiaanse kranten nog steeds hun wonden. Hoofdrolspelers van de met 1-0 verloren finale zijn voor de Italianen Frank Rijkaard en Dejan Savicevic geweest. Rijkaard om de grootse stijl waarin hij afscheid nam, Savicevic alias Het Genie omdat hij er niet bij was.

NRC-correspondent Mark Kranenburg meldt vanuit Italië dat de kranten zich uitputten in als-verhalen.

“Als Savicevic paniek had kunnen zaaien in de onzekere verdediging van Ajax, als Savicevic zijn geniale dribbels had kunnen uitvoeren, als Savicevic een aanspeelpunt was geweest.”

Gullit klaagt

In de zomer van 1992 strijkt de Montenegrijn als 25-jarige neer in Milaan. Ruud Gullit lijkt dan het grootste slachtoffer te worden van de komst van Savicevic. Al na een paar weken beklaagt hij zich over gebrek aan speeltijd.

Hollandse Hoogte / VI Images

Dejan Savicevic tijdens de Milanese derby in maart 1994. Hollandse Hoogte / VI Images

Gullit, in het afgelopen seizoen onder Capello een stuk minder bepalend geworden dan in de vier jaar daarvoor onder Arrigo Sacchi, vindt het niks dat Savicevic als directe concurrent is gehaald. De Montenegrijn is geen nobody: won in 1991 met Rode Ster al de Europa Cup I.

Na zijn komst prefereert coach Fabio Capello hem zelfs steeds vaker boven de Zwarte Tulp, en weet zich hierin gesteund door clubvoorzitter Silvio Berlusconi: “Als hij weg wil, moet hij maar gaan.” Gullit wordt getest; moet kiezen of delen. Hij kiest.

Dromen van Dejan

Savicevic groeit uit tot de nieuwe nummer 10 van AC Milan. Voor de finale in Wenen tegen Ajax is de magiër uit Montenegro eindelijk een belangrijke speler in het team van resultaatcoach Fabio Capello. Een jaar eerder al is hij fabuleus als Milan de Europa Cup wint ten koste van Johan Cruijffs Dream Team (4-0).

Guus van Holland haalt voorafgaand aan de finale van 1995 als sportschrijver van NRC Handelsblad in Wenen herinneringen op aan die Savicevic van mei ’94 en noemt het “droomvoetbal” van de dan 27-jarige aanvaller een in het geheugen gegrifte ervaring “die zelden meer beleefd zal worden.”

“Onder een Griekse sterrenhemel dromen van Dejan Savicevic. Is er iets mooiers voor een voetballiefhebber? Hem de bal te zien beroeren met zijn linkervoet, zo subtiel, zo begenadigd, zo geniaal. Hem speels de tackles van in hun ziel gekrenkte tegenstanders te zien ontwijken, hem passes te zien geven over en langs wanhopige verdedigers. Om hem dan te zien scoren met een boogbal van dertig meter, dat is zo mooi. Daar krijg je kippenvel van, tranen in je ogen, uiteindelijk het gevoel van opluchting dat zo’n voetballer nog bestaat.”

Maar na die betoverende avond in Athene in het voorjaar van 1994 verandert het snel bij Milan. Enkele maanden later blijkt Ajax in de groepsfase van de Champions League al twee keer te machtig. Savicevic is figurant en laat het tweede duel zelfs schieten. Van Holland:

“Dejan Savicevic is zo’n voetballer waar trainer, medespeler en supporter grijze haren van krijgen. Hij speelt uitsluitend met risico, waardoor veel mis gaat. Maar als hem iets lukt, is de actie verrukkelijk en doeltreffend. Het zijn typische, opwindende ‘Joegslavische’ trekjes.”

De enige parel van Capello in Wenen

Als het goed gaat, zoals in de halve finale van de Champions League tegen Paris Saint-Germain die leidt tot het treffen met Ajax in Wenen, is hij Het Genie, Il Genio, vindt Berlusconi.

Niemand heeft het meer over Gullit, het rugnummer 10 is nu van Savicevic. De Montenegrijn is dan uitgegroeid tot dé parel van Capello’s AC Milan. De enige parel. Van Basten heeft sinds de Europa Cup-finale van 1992 niet meer gespeeld, Rijkaard en Jean-Pierre Papin zijn net als Gullit vertrokken. Savicevic schiet Milan ondertussen naar de finale:

De halve finaleduels met PSG zijn het aanzien nauwelijks waard. Capello orkestreert zijn defensief, berekenend voetbal. Het past Savicevic niet: zijn relatie met de trainer is grillig en hij speelt eind ’94 niet om de Wereldbeker omdat Capello hem “te moe” vindt. Later blijft de aanvaller gewoon thuis als hij niet wordt opgesteld, Berlusconi moet de boel komen sussen. Uiteindelijk vormt Savicevic vrijwel in zijn eentje de aanval van Capello’s Milan dat de finale van ’95 haalt. Van Basten vooraf:

“Ajax speelt momenteel zo gemakkelijk en is als collectief beter. Milan moet het meer van de individuele kwaliteiten hebben. Als Savicevic ook al niet fit blijkt, wordt het helemaal moeilijk.”

En Savicevic is niet fit: twee dagen voor de finale haakt hij op de training af met een spierblessure waarmee hij al enige weken sukkelt.

Zonder de geblesseerde aanvaller, de tovenaar van Montenegro, mist Milan in de finale tegen Ajax “de extra-dimensie”. Il Genio werd node gemist, door iedereen behalve door de Ajacieden, schrijft Van Holland eenmaal terug uit Wenen.

“Ajax hing lang in de touwen, maar Milan miste de kracht en het raffinement voor de genadeklap. Zelden is zo aangetoond dat Ajax ook beperkingen heeft.”

Niet Ronaldo, maar Kluivert

En zo was de finale van 24 mei 1995 niet alleen maar de finale van invaller Patrick Kluivert, maar misschien wel minstens zo de finale van de grote afwezige. “Als Savicevic…”

En Kluivert? Hij had daar nog helemaal niet moeten staan, zoals Andere Tijden Sport gisteravond terecht als opener nam:

Kluivert was nota bene net van A1 naar het tweede verplaatst. Ajax was medio 1994 hard bezig met Ronaldo binnen te halen maar de Braziliaan koos op ’t nippertje voor PSV. Bovendien was Nwankwo Kanu al een jaar klaargestoomd voor de nummer 9 positie en was Ronald de Boer uitgegroeid tot een prima centrumaanvaller in het systeem van Louis van Gaal.

Dit weekend blikte Guus van Holland voor NRC nog een keer terug op de finale van ’95, die avond in Wenen twintig jaar geleden.

“Vergeten was dat Ajax tegen de superieure en agressieve Italiaanse kampioen (nota bene zonder de geblesseerde ‘tovenaar van Montenegro’ Dejan Savicevic) niet aan het vertrouwde swingende voetbal was toegekomen. Ajax was terug, daar ging het om, en stond aan de poort van de hemel die het na de trilogie van begin jaren zeventig had moeten verlaten.”

Lees in NRC Handelsblad: Zo mooi wordt het nooit meer (€) door Guus van Holland.