Zonder ouders de zee op

Tekst Gert van Langendonck Foto’s Sima Diab

Bootjes voor de kust van Alexandrië. Uit Egypte vertrekken Syrische kinderen naar Europa.
Bootjes voor de kust van Alexandrië. Uit Egypte vertrekken Syrische kinderen naar Europa.

De 19-jarige Sham heeft altijd een tas klaar staan. Want als het telefoontje van de smokkelaars komt valt er geen tijd te verliezen. In haar tas zit van elk kledingstuk één exemplaar. „Meer mogen we niet meenemen. Verder water. Dat is heel belangrijk. Oh ja, en chocolade”, voegt ze er giechelend aan toe. „Maar dat was mijn idee.”

Sham heeft ook een reddingsvest. „Het beste op de markt”, zegt haar vader, Abu Mohamed, trots. Het licht ’s nachts op zodat Sham op te sporen is voor de reddingsdiensten. „En het heeft een waterdicht vak voor haar telefoon en papieren.”

Shams 14-jarige broertje Mohamed speelt intussen een spelletje op een smartphone. Hij mengt zich niet in het gesprek. „Hij is doodsbang voor de zee”, fluistert Sham. „Dat komt omdat hij ooit bijna verdronken is. Op vakantie. In Syrië, voor de oorlog.”

En toch moet Mohamed straks mee met Sham op de gevaarlijke tocht over de Middellandse Zee naar Europa. Sterker: de hele familie rekent op Mohamed om straks, wellicht in Duitsland, gezinshereniging aan te vragen voor zijn vader, moeder en zijn broers en zusjes van twaalf, tien en zes. Dat Sham meegaat is omdat zij als meerderjarige zus niet onder de gezinshereniging zou vallen. Tenminste, daar is de familie vast van overtuigd.

„Geloof mij, het was een moeilijke beslissing”, zegt vader Abu Mohamed. „Maar we hebben niet genoeg geld om met de hele familie te gaan. Ik zou zelf gaan maar iedereen zegt dat gezinshereniging alleen lukt als het een minderjarige is die erom vraagt.”

Kinderen zonder begeleiding

Het aantal minderjarige asielzoekers dat zonder begeleiding van volwassenen naar Europa komt neemt sterk toe, blijkt uit de meest recente cijfers van de Europese Unie. Het steeg van 12.730 in 2013 naar 23.075 in 2014. De non-gouvernementele organisatie (ngo) Save the Children Italië heeft dit jaar een verdere stijging geregistreerd: waar in 2014 ongeveer de helft van de kinderen aankwam zonder begeleiding, is dat dit jaar opgelopen tot 68 procent.

Voor Nederland gaat het om een verdriedubbeling – van 310 in 2013 naar 960 in 2014. „Meestal betreft het Eritreeërs”, zegt woordvoerder Elsbeth Faber van NIDOS, de stichting die in Nederland verantwoordelijk is voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s). „Maar wij zien dit jaar ook twaalf à veertien Syrische AMV’s per maand aankomen. We vragen ons af hoe dat komt. Kennelijk denken zij dat het makkelijker is wanneer een minderjarige de gezinshereniging aanvraagt. Maar dat is niet zo. Het maakt niet uit of een minder- of meerderjarige dat doet.”

Dat argument maakt geen indruk op Abu Mohamed. „Een vriend heeft zijn zestienjarige zoon met de boot mee gestuurd. Ik heb hem zelf op het vliegtuig naar Nederland gezet toen de gezinshereniging geregeld was.”

Zoals Sham en Mohamed wachten her en der in Egypte families op een telefoontje. Ze wonen in wijken als hier in Palm Beach, oorspronkelijk gebouwd voor mensen uit Kairo die ’s zomers de bries van de Middellandse Zee opzoeken. De muurschilderingen van golven en boten moesten ooit een vakantiesfeer oproepen; nu evoceren ze de gevaren van de overtocht.

Sham weet precies hoeveel mensen er dit jaar al zijn verdronken – op dat moment iets meer dan 1.600. „Ik weet dat het gevaarlijk is en ik ben zo bang”, zegt ze. „Ik heb ooms in Duitsland die de reis hebben gemaakt en zij smeken mij om niet te gaan. Maar dan vraag ik hoe het onderwijs is in Duitsland. En dan weet ik weer precies waarom ik wel moet gaan.”

Goedkoper dan Libanon

In Egypte zijn meer dan 130.000 Syriërs geregistreerd bij het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties; officieus zou het gaan om 200.000 à 300.000 mensen. De meesten van hen zijn in de eerste helft van 2013 gevlucht voor de burgeroorlog in hun land. In Egypte was het leven goedkoper dan in Libanon, en onder president Morsi van de Moslimbroederschap stond Egypte ook open voor de Syriërs.

Daar kwam verandering in met de coup tegen Morsi van 3 juli 2013. In de media werden de Syriërs afgeschilderd als handlangers van de Moslimbroederschap. Wie gearresteerd werd kreeg de keuze tussen ‘vrijwillige’ terugkeer of detentie voor onbepaalde tijd. De Syriërs in Egypte leerden zich onzichtbaar te maken, of ze maakten plannen om de Middellandse Zee over te steken. Het anti-Syrische klimaat in Egypte is inmiddels bedaard; de droom van een beter leven in Europa niet.

Over mensensmokkel vanuit Egypte bestaan geen betrouwbare statistieken. Maar Mohamed El Kashef, een onderzoeker van de lokale ngo Egyptian Initiative for Personal Rights (EIPR), ziet dit jaar een stijging van de smokkelactiviteiten langs de hele noordkust. „We denken dat dat komt omdat Libië zo gevaarlijk is geworden, en omdat de Sinaï-route naar Israël is afgesneden door het optreden van het Egyptische leger tegen de jihadisten daar.”

Een 33-jarige visser in de haven van Abu Qir, Mohamed, schat dat dertig procent van zijn collega’s betrokken is bij de mensensmokkel. „Het is makkelijk geld en het komt op een moment dat de vissers hier het toch al moeilijk hadden.” Overbevissing heeft het visbestand in de Egyptische wateren aangetast. „Daarom gaan wij al lang in de Libische of Maltese wateren vissen”, zegt Mohamed. „Dat is ook illegaal. Het is dan een kleine stap naar de mensensmokkel.”

Koning van de smokkelaars

De Egyptische route gold lang als veiliger dan de Libische. Omdat de af te leggen afstand langer is, worden grotere boten ingezet, en de Egyptische smokkelaars hebben een betere reputatie dan hun Libische collega’s. Maar de boot die in september zonk nabij Malta, met drie- tot vijfhonderd doden als gevolg, was vertrokken uit Damietta in Egypte. Hij werd tot zinken gebracht toen de opvarenden weigerden over te stappen in kleinere, niet zeewaardige bootjes.

Een deel van de slachtoffers had zijn reis geboekt bij Abu Hamada, een Syrische Palestijn die bekend staat als de ‘koning van de smokkelaars’ in Egypte. In een interview met The Guardian in januari pochte Abu Hamada dat hij gemiddeld 40.000 euro per week verdient aan de mensensmokkel. Dat is blijkbaar nog niet genoeg, want wanneer wij via Syrische vluchtelingen bij Abu Hamada uitkomen vraagt de man tweeduizend dollar voor een interview. (The Guardian zegt dat er geen geld betaald is.) We vragen een jonge Syrische vrouw in Kairo om in onze plaats Abu Hamada op te bellen. Zij stelt zich voor als een 17-jarige die zonder toestemming van haar ouders naar Europa wil. Dat is voor Abu Hamada geen probleem.

„Hoeveel kost het per persoon?”

„Tweeduizend dollar zonder uitzondering. Kinderen onder de tien reizen gratis maar alleen als ze met hun familie zijn.”

„Ik heb niet zoveel geld. Kan ik korting krijgen als ik andere mensen meebreng?”

„Natuurlijk. Als je tien mensen kunt vinden dan reis jij gratis.”

„Hoe zit het met de veiligheid? Er zijn recentelijk veel ongevallen geweest.”

„Je moet niet bang zijn. Al die ongevallen waar je het over hebt, dat zijn boten die uit Libië zijn vertrokken. Vanuit Egypte zijn er geen ongevallen geweest.”

„Kunt u iets zeggen over de route?”

„Dat zijn jouw zaken niet. Ik breng jou van Kairo naar Europa. Meer moet jij niet weten. Waar wil je naartoe?”

„Ik weet het niet, wellicht Italië?”

„Dat komt goed uit. Italië is onze enige bestemming.”

Allemaal leugenaars

Sham heeft vier vriendinnen overtuigd om mee te gaan. Ook een tante en oom gaan mee. Dat was genoeg om Mohamed gratis te laten meereizen.

Hun vader weet zeker dat de simsar (bemiddelaar) die hun reis regelt, betrouwbaar is. „Het is een Egyptenaar. Ik ken hem al jaren en iedereen die met hem is vertrokken, is veilig aangekomen.”

Maar hij voegt eraan toe: „Het zijn allemaal leugenaars, zonder uitzondering. Ze zien ons niet als mensen maar als dollarbiljetten.”

De Syriërs hebben een systeem opgezet waarbij het geld voor de overtocht door een bevriende Syrische tussenpersoon wordt vastgehouden. Pas wanneer de vluchteling met een vooraf afgesproken codewoord belt vanuit Europa krijgen de smokkelaars het geld. „De Afrikanen hebben dat niet: die moeten vooruit betalen”, zegt onderzoeker Kashef. Hij weet van een groep vluchtelingen die na betaling is gedumpt op Nelson Island, op vier kilometer van de Egyptische kust.

De Syriërs mogen het dan slimmer aanpakken, ze zijn evenzeer een speelbal in de handen van de smokkelaars. Want het systeem van de gratis reis voor ronselaars maakt dat de Syriërs elkaar onder druk zijn gaan zetten om de reis te maken. „In 2013 stonden de Syriërs helemaal niet te springen om met de boot te vertrekken”, zegt Abu Nimr, een 55-jarige zakenman uit de buurt van Damascus. „De simsars hebben dat agressief gepromoot. In elke straat had je een simsar die mensen probeerde over te halen om te vertrekken. Nu zitten de simsars in het café te wachten tot de mensen naar hen toe komen.”

Abu Nimr heeft in april zelf zijn vrouw en twee dochters van elf en zestien op de boot gezet. Ook de zestienjarige dochter van de buren ging mee. Zo hoefde zij niet alleen te reizen, maar was ze toch een onbegeleide minderjarige in de ogen van de autoriteiten in Europa. Zelf kon Abu Nimr niet mee. Hij is in Syrië geraakt door vijf kogels. Die hebben inwendige schade veroorzaakt; hij is in strekverbanden gewikkeld om zijn ingewanden bijeen te houden. De dag dat hij vrouw en kinderen bij de smokkelaars afzette was hij radeloos. „Ik ben op het strand blijven zitten tot ik bericht kreeg dat zij veilig in Italië waren aangekomen. Mijn andere kinderen kwamen mij eten brengen.”

Ook Abu Nimr rekent erop dat zijn minderjarige kinderen ervoor zorgen dat hij straks naar Duitsland kan door gezinshereniging. Hij heeft vijftien kinderen bij twee vrouwen, onder wie een zoon die sinds 2008 in het Belgische Kortrijk woont. „Maar Mujir is 31; hij maakt geen kans op gezinshereniging.”

Mohamed Al Maghrabi van de Egyptian Foundation For Advancement Of Childhood Conditions (EFACC), een Egyptische ngo die zich inzet voor kinderen, weet ook dat steeds meer kinderen vooruit worden gestuurd naar Europa. „De reden is meestal een combinatie van factoren. De vader is ziek, dood, of het land uitgezet. De familie heeft al verschillende pogingen gedaan en er is niet genoeg geld meer om samen te gaan. En ja, het aspect van de gezinshereniging speelt vaak mee.” Hij vindt dat de handelwijze niet te snel moet worden veroordeeld als een vorm van kindermishandeling. „Het kan ook zijn dat de zoon van zestien zegt: beter dat ik ga dan mijn moeder.”

„Bij de overweging om een kind vooruit te sturen speelt het zo snel mogelijk in veiligheid willen brengen van dit kind natuurlijk ook een grote rol”, zegt Faber van NIDOS. Ze vraagt zich wel af of het niet nodig is de voorlichting over de asielprocedures te verbeteren. „We bekijken momenteel wat er mogelijk is met internationale organisaties die op dit gebied werkzaam zijn.”

Rollenspel

In Alexandrië zetten uitgerekend twee jonge Syrische vrouwen zich nu al in om kinderen de gevaarlijke zeereis uit het hoofd te praten. Reem (29) en Rifaa (25) hebben de ngo Soryana opgericht om de Syrische vluchtelingen beter te integreren in de Egyptische samenleving. Eén van hun activiteiten is een rollenspel waarmee zij kinderen de gevaren van de zeetocht duidelijk willen maken. Op hun nagespeelde tocht komen de kinderen obstakel na obstakel tegen. Wie op het strand al gearresteerd wordt door de politie moet op de grond gaan zitten. Vervolgens is de boot te vol: de kinderen moeten hun speelgoed in het water gooien. Maar de boot is nog te vol: hij gaat zinken. „Op dat moment beginnen de kinderen elkaar in het water te duwen”, zegt Rifaa.

Het is een onorthodoxe methode. „Maar wij willen de kinderen wijzen op de gevaren zodat ze hopelijk hun ouders overtuigen om het risico niet te nemen.”

De Europese Unie is op zijn minst indirect verantwoordelijk voor de doden, zegt Mohamed El Kashef. „Jullie moeten er gewoon voor zorgen dat mensen asiel kunnen aanvragen via de ambassades hier in plaats van hen te verplichten eerst de gevaarlijke zeereis te maken.” Ook Rifaa geeft Europa de schuld. „Wij dachten dat het westen humaner was dan wij. Maar nu doden jullie ons door ons te dwingen de gevaarlijke reis over zee te maken.”

Toch hebben zij en Reem zelf ook twijfels gekregen. Eerder dit jaar heeft het Wereldvoedselprogramma de hulp aan Syrische vluchtelingen wegens geldgebrek drastisch verminderd. Velen van hen zijn volledig afhankelijk van deze hulp, zeker nu de meesten door hun spaargeld heen zijn. „Hoe kunnen we de mensen ontraden om de zee te kiezen als het alternatief een onzeker bestaan is in Egypte?”, zegt Rifaa.

Ze gaan voorlopig door met hun rollenspel. Maar tegelijk overweegt Reem nu zelf om met de boot te vertrekken. „Natuurlijk ben ik bang”, zegt zij. „Maar ik ben banger voor wat er van mij wordt als ik hier blijf.”