Het grote kwaad en het kleine kwaad

De overheid contracteert experts in moslimkringen, die jongeren van het radicale pad af moeten leiden. Maar deze ‘deradicaliseerders’ hebben niet zelden zelf ‘een vlekje’ op hun cv: ze houden er ondemocratische ideeën op na, of hebben dubieuze dubbele petten. „Moet de overheid zo iemand faciliteren?”

Illustratie Sebe Emmelot
Illustratie Sebe Emmelot Illustratie Sebe Emmelot

Utrecht heeft een probleem. Er woont een groep moslimjongeren die „afkeer” toont van de Nederlandse samenleving. Zij zijn gevoelig voor radicalisering. Maar Paul van der Aa, directeur van het Utrechtse jongerenwerk JOU, heeft geen pasklaar antwoord.

Hij ziet dat er van alles uit de kast wordt gehaald: de gemeente spoort imams aan met de jongeren in gesprek te gaan, traint jongerenwerkers en zoekt naar ‘sleutelfiguren’ in de moslimgemeenschap. Maar haalt het iets uit? „Het is nog heel erg zoeken”, zegt Van der Aa. „De echt radicale jongeren, daar komen we bijna niet bij. Ze verdwijnen uit beeld of er is nauwelijks een gesprek mee te voeren.”

In heel Nederland probeert de overheid manieren te vinden om de moslimjeugd te ‘deradicaliseren’. Sinds 2,5 jaar vertrekken jongeren naar Syrië en Irak; 190 Nederlanders gingen er al heen. Tientallen zijn teruggekeerd, en volgens geheime dienst AIVD lopen er nog eens honderden jihadaanhangers rond in Nederland. De vrees bestaat dat zij aanslagen zullen plegen.

Om de jihadgang te stoppen, zijn tal van projecten opgetuigd, zowel ter preventie als om moslims te deradicaliseren. En er zit meer in het vat. Het kabinet heeft recent 11,5 miljoen euro extra uitgetrokken om radicalisering tegen te gaan. Geld is dus het probleem niet, kennis en inzicht des te meer. Uit onderzoek van deze krant blijkt hoe de overheid worstelt met het kiezen van de juiste radicaliseringsspecialisten.

Dat komt deels door de schaarste aan experts. Met name binnen de moslimgemeenschap is het lastig de juiste mensen te vinden. Regelmatig wordt gekozen voor orthodoxe imams, omdat je geradicaliseerde groepen het beste bereikt met iemand die zij vertrouwen.

Dit plaatst gemeenten voor een dilemma, zegt hoogleraar terrorisme Edwin Bakker van de Universiteit Leiden: „Veel imams houden er ideeën op na die haaks staan op de integratie. Ze denken bijvoorbeeld anders over democratische beginselen. Moet de overheid zo iemand faciliteren? Ik vind van niet. Een deradicaliseerder moet betrouwbaar zijn. Voor de radicaal, maar óók voor de overheid.”

In de praktijk blijkt hoe lastig dat is. Want de beschikbare deskundigen voldoen niet altijd aan de voorwaarden die de overheid normaal gesproken stelt aan partijen die subsidie ontvangen. Ten minste zes keer leidde dit ertoe dat omstreden deradicaliseerders werden ingeschakeld.

Een van hen is Yassin Elforkani, een imam die zich door gemeenten laat inhuren. Elforkani is woordvoerder van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), een koepelorganisatie van 360 moskeeën. Daarnaast is hij eigenaar van adviesbureau Vizea, dat onderzoek doet en gesprekken met jongeren voert in opdracht van overheden.

Dubbelrol

De animo bij overheden om hem in te huren als deradicaliseerder is echter sterk afgenomen: ambtenaren vinden dat hij door zijn CMO-woordvoerderschap een te publiek profiel heeft gekregen. In radicale moslimkringen geldt Elforkani als ‘afvallige’ omdat hij zich herhaaldelijk scherp heeft uitgesproken tegen Syriëgangers.

Daarnaast brengt Elforkani’s CMO-woordvoerderschap hem soms in een dubbelrol. Eind 2012 ontstond discussie over islamitische internaten waar schoolkinderen verblijven. Het kabinet was bezorgd dat dit de integratie belemmerde. In zijn rol als CMO-woordvoerder verdedigde Elforkani het nut van de moskee-internaten. Enkele maanden later gunde de gemeente Amsterdam zijn bureau Vizea de opdracht om voor 18.000 euro onderzoek te doen naar dezelfde internaten.

Het leidde tot een opmerkelijk positief rapport. Zo valt te lezen dat de internaten ‘zeer schone en luxe accommodaties’ zijn die goed samenwerken met buurt en school en ‘voldoende ruimte voor vrijetijdsbesteding als sport en recreatie’ aanbieden. De Amsterdamse internaten worden gerund door de Turkse Süleymanci-beweging, die is aangesloten bij het CMO. Elforkani vertegenwoordigt dus namens CMO de belangen van een beweging die internaten runt die zijn eigen bureau moest onderzoeken. Elforkani benadrukt dat hij geen inhoudelijk oordeel heeft geveld over internaten, maar erkent wel dat het aannemen van de opdracht „frictie gaf” en zal hier in de toekomst „extra scherp” op letten.

Een andere imam die de overheid graag inzet voor deradicalisering, is Mohammed Cheppih. Zijn cv is lang en gevarieerd. Behalve imam is hij wetenschapper, ondernemer in Dubai, restaurant-eigenaar in Rotterdam en initiatiefnemer van de Amsterdamse Poldermoskee. Wat niet expliciet op de cv van Cheppih staat vermeld, is zijn werk als deradicaliseerder. Hij begeleidde diverse radicalen, waaronder de in 2013 vrijgekomen Samir A., die is veroordeeld wegens het beramen van aanslagen. Diens traject lijkt vooralsnog niet aan te slaan: Samir heeft nog steeds radicale denkbeelden en onderhoudt contact met Haagse aanhangers van terreurbeweging Islamitische Staat (IS).

Desondanks heeft Cheppih veel gezag binnen de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Ambtenaren van deze dienst vragen hem om advies over wie zij in dienst moeten nemen als deradicaliseringsdeskundige en wie niet, blijkt uit een e-mail in bezit van deze krant. Zo deed hij begin 2013 een goed woordje bij de NCTV voor een jonge moslima, met nauwelijks aantoonbare ervaring op het gebied van radicalisering. Zij werd hierna ingehuurd om te assisteren bij het deradicaliseren van Syriëgangers.

Goed bevriend

Wat Cheppih er destijds niet bij vertelde, was dat hij toen al zeer goed bevriend met haar. Later kregen de twee een affaire. De twee deradicaliseerders meldden hun verhouding niet aan hun opdrachtgever, de NCTV. Drie bronnen zeggen los van elkaar dat zij vorig jaar aan intimi vertelden een shariahuwelijk te hebben gesloten, zonder voor de burgerlijke stand te trouwen. Zo’n huwelijk is bij wet verboden. Het sluiten van zo’n huwelijk is strafbaar, de partners die gehuwd worden zijn dat niet.

In een eerste reactie zegt Cheppih: „Stel dat je gelijk hebt dat ik een ‘shariahuwelijk’ zou hebben gesloten, dan was dat volledig legitiem aangezien ik niet formeel in Nederland verblijf.” De volgende dag ontkent hij het huwelijk. Cheppih zegt dat hij de vrouw slechts heeft „geïntroduceerd” aan zijn familie. Verder zegt hij eind vorig jaar ontslag te hebben genomen bij Radar, het bureau dat hem aan de overheid verhuurde als deradicaliseerder. Hij voelt zich inmiddels meer ondernemer, zegt hij.

Volgens hoogleraar terrorisme Edwin Bakker heeft de NCTV „nogal een risico” genomen door Cheppih in te huren. „Je moet als overheid geen risico’s nemen met mensen waarvoor je niet je hand in het vuur kunt steken”, zegt Bakker.

Iets geheel anders is aan de hand met Halim el Madkouri, een expert die overheden adviseert die zich bezighouden met deradicalisering. Hij was verbonden aan Forum, het instituut voor de multiculturele samenleving. Dat verloor vorig jaar al zijn subsidie en bestaat niet meer.

El Madkouri was in beeld om – met een team van Forum – deradicaliseringswerk te blijven doen voor het Ministerie van Sociale Zaken toen hij vorig jaar staande werd gehouden door de opsporingsdienst van datzelfde ministerie, op verdenking van het verduisteren van subsidies.

In dezelfde zaak werd de Haagse radicaliseringsspecialist Farid L. staande gehouden. Hij werd door Forum ingehuurd voor het organiseren van anti-radicaliseringsbijeenkomsten, en wordt eveneens verdacht van verduistering. De twee ontkennen allebei en beschuldigen elkaar van de fraude. Justitie onderzoekt de zaak en beslist binnenkort over mogelijke vervolging.

Een andere deradicaliseringsdeskundige in wie de NCTV vertrouwen heeft, is Sadik Harchaoui, oud-directeur van Forum. Harchaoui is omstreden omdat onder zijn leiding scherpe conflicten ontstonden tussen het personeel en de leiding van het multiculturele instituut. Die liepen uiteindelijk zo hoog op, dat het Ministerie van Sociale Zaken vorig jaar besloot alle subsidie van Forum stop te zetten.

Onzorgvuldig

Desondanks besloot het ministerie van Sociale Zaken dat de contacten van Harchaoui zo waardevol waren, dat een nieuwe stichting waaraan hij verbonden was 150.000 euro zou ontvangen om radicalisering onder jongeren tegen te gaan. De verlening van deze subsidie geschiedde echter „onzorgvuldig” en onvoldoende transparant, zo oordeelde de Onderzoeksraad Integriteit Overheid in maart dit jaar. Er waren vooraf bijvoorbeeld geen voorwaarden opgesteld voor de besteding van het geld. Door alle commotie werd de subsidie daarna weer ingetrokken.

Deradicaliseerders staan niet als zodanig op de loonlijst van de staat. Zij worden betaald via bv’s of stichtingen. Dit doet de NCTV bewust. Een directe subsidierelatie zou teveel nadruk leggen op overheidsbemoeienis met jihadisten, en daarmee het succes van een behandeling in gevaar kunnen brengen, zeggen ingewijden.

Het gevolg is dat ook deradicaliseerders met wie de overheid normaliter niet snel een subsidierelatie zou aangaan, kunnen worden ingezet. „Je hebt het grote kwaad en het kleine kwaad”, zegt een betrokken ambtenaar. Het grote kwaad, is het islamitisch terrorisme. Het kleine kwaad zijn de vuiltjes op iemands cv die een dienstverband bij de overheid in de weg kunnen staan. „Als de overheid een aanslag kan voorkomen door een man in te huren die vrouwen de hand niet schudt, dan is dat het waard.”

In een reactie zegt NCTV-chef Dick Schoof dat zijn dienst niet samenwerkt met experts die „de wet overtreden” of verstrengelde belangen hebben. Wel noemt hij de problematiek „ingewikkeld”. Schoof: „Er is een beperkt aantal experts en specialisten die zijn toegerust. Het nieuwe Actieprogramma moet de deskundigheid vergroten en meer structuur tot stand brengen in de wijze waarop er met de problematiek wordt omgegaan.”

„De overheid zoekt binnen de moslimwereld naar nieuwe coalities”, zegt jongerenwerkdirecteur Paul van der Aa. „Hoewel wij als seculiere samenleving soms moeite hebben met religies, hebben we ze toch nodig in de strijd tegen radicalisering. De vraag is: wie kun je vertrouwen? Dat is niet altijd even duidelijk.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Merijn Rengers