Een aardbei maken is niet makkelijk

Wat hebben de Albert Heijn-moestuintjes losgemaakt? Nou ja, vooral veel teleurstelling. Iedere hobbytuinder weet nu: moestuinieren is vooral een cursus omgaan met onverklaarbare mislukkingen.

Ook NRC-redacteuren deden mee aan de Moestuintjes-actie van Albert Heijn. Dit is het resultaat na twee maanden.
Ook NRC-redacteuren deden mee aan de Moestuintjes-actie van Albert Heijn. Dit is het resultaat na twee maanden. Foto’s NRC

Vierenveertig miljoen moestuintjes deelde Albert Heijn dit voorjaar uit. 44 miljoen bakjes met zaadjes. Stel je eens voor hoe Nederland eruit zou zien als al die minituintjes een succes waren geworden. Overal zou je vensterbanken zien overwoekerd met paprika- en aubergineplanten, tuinen vol kropsla, radijs en rucola. Groenteafdelingen in supermarkten zouden fors krimpen, groenteboeren met sluiting worden bedreigd.

Maar zo’n vaart loopt het vooralsnog niet. Zoals dat gaat met natuurlijke selectie: het aantal plantjes dat de moeilijke fase van overpotten was doorgekomen, was al veel kleiner. Wel veel gehoord: mensen die zich afvroegen waar hun radijs bleef. Radijs was toch zo makkelijk? Eh ja, mits tijdig in de kou gezet. Anders krijg je geen rode knolletjes en smaakt alleen het onderste stukje stengel naar radijs.

De ervaren moestuinier zag het al aankomen

De moestuinier met ervaring was ooit ook een beginnende moestuinier en weet nog dat het niet over rozen ging. Liedewij Loorbach herinnert zich van haar eerste seizoen in de moestuin vooral de slakken. Ontelbaar veel slakken die aan ieder begin van leven meteen vakkundig een einde maakten. „En toen ik dacht dat ik ze echt allemaal had weggehaald, zag ik iets waarvan ik nog één seconde dacht: hé, witte kaviaar!” Slakkeneitjes. „Soms is moestuinieren net een game waarin je telkens naar de next level moet. De voldoening zit ’m in die overwinning.”

Ze weet ook nog precies hoe haar eerste succes smaakte. „Tomaten van het balkon. Ze waren warm van de zon, de schil was vrij hard, maar een smaak! Jongen! Niet normaal!” Loorbach maakte, toen ze er aardigheid in begon te krijgen, een boekje voor beginners, Balkonieren. „En dan echt voor beginners-beginners. Hoe maak ik een aardbei, zeg maar.”

En Albert Heijn deed nog alsof het zo makkelijk was

Als iets frustrerend is voor beginners, is het dat niets makkelijk of vanzelfsprekend is. „Albert Heijn doet alsof het simpel is. Alsof we straks allemaal moussaka uit eigen tuin eten. Maar aubergine! Hallo! Dat is hartstikke moeilijk!”

Je kunt Albert Heijn onmogelijk alleen de schuld geven van de hooggespannen moestuinverwachtingen. Bij tuincentra zijn tegenwoordig vele vierkante meters ingericht met moestuinbenodigdheden. Intratuin bijvoorbeeld heeft sinds twee jaar een ‘Kweken en Oogsten-totaalconcept’, met alles van zaadjes en kweeksetjes tot compostvaten.

Ze zien veel nieuwe klanten, en helemaal sinds de AH-moestuintjes. Vroeger waren het vooral hardcore tuinders, tegenwoordig gaat een kwart van de moestuinklanten met een impulsaankoop de deur uit, vaak biologische zaden en plantjes. Leontine van der Kaaden van Intratuin: „In 2013 verkochten we vijftien soorten biologische zaden. Nu zijn dat er zeventig.” Er werden dit jaar tweeënhalf keer zoveel ‘pootartikelen’ (kasjes, kweekbakken, etc.) verkocht als twee jaar geleden.

Blijk je ook opeens nog veel ruimte nodig te hebben

Veel langer al profileren restaurants zich met groenten van eigen teelt. Al zijn er maar weinig die het consequent kunnen volhouden. Restaurant De Kas in Amsterdam doet dat wel, al vijftien jaar. Maar zelfs met een eigen boomgaard, een kruidentuin, 1.300 vierkante meter kas, bijna een halve hectare grond in de Beemster en zes toegewijde tuinders, moeten ze in het hoogseizoen nog een kwart bij kopen.

Bij het pas geopende restaurant Citroën, in de oude Citroëngarage op het Stadionplein in Amsterdam, staat aan de zonnige kant van de garage een moestuinopstelling in grote houten bakken. Die laat zien dat moestuinieren een leuk imagodingetje is en legt tegelijkertijd de naakte waarheid bloot: je kunt hier nooit een heel restaurant van te eten geven. Zelfs nog geen gezin. Om van eigen tuin te kunnen eten, is voor vier personen zo’n 200 vierkante meter nodig.

Wie die ruimte heeft, of zelfs maar een kwart, kijkt heel anders naar die vermeende moestuinromantiek. Die ziet prille gewassen door onkruid overwoekerd worden of aardappelen verzuipen na een week regen.

Bij moestuinieren wordt slordigheid bovendien meteen afgestraft

Netjes werken. Dat begint al bij de Albert Heijn-moestuintjes. Waarom hebben we niet meteen die steekkaartjes ingevuld en in de aarde geprikt? Was dit nou rucola of selderij? Nu weet je dus niet meer hoeveel water of zon ze nodig hebben.

Liedewij Loorbach heeft geleerd dat boekhouden niet haar sterkste kant is, en dat slordig werken onmiddellijk wordt afgestraft in de moestuin. „Dan komt er iets op en krab je je op je hoofd: wat wordt dit in godsnaam? Is dit onkruid? Wordt dit iets om te eten? Of erger: waar had ik die wortelen ook al weer gezaaid? Voor je het weet zaai je er iets anders overheen.”

Een geruststelling: sommige dingen zullen altijd onverklaarbaar blijven

Van de mislukkingen leert ze het meest. Niet alleen om het de volgende keer beter te doen. „De charme is juist: je weet vaak niet waarom dingen mislukken. Ligt het aan het weer? Is de aarde te arm? Je leert precisiekijken, nauwkeurig observeren.”

Een moestuin is net de Polikliniek Onverklaarbare Klachten. De moestuinier moet accepteren dat de klachten soms onverklaarbaar blijven, alle verzamelde kennis op internet ten spijt.

„Dat mysterie van waarom iets wel of niet tot bloei komt, dat iets ook mág mislukken, dat is misschien wel het mooiste van alles. De schoonheid zit in het besef dat je het nooit helemaal zult begrijpen.”