Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Natuurkunde

De menselijke fantasie maalt niet om natuurkunde

Wat gebeurt er wanneer Batman met zijn stijve cape van een 150 meter hoog gebouw springt? Een groep Britse natuurkundestudenten rekende het in 2012 uit, vertelt de Nederlandse wetenschapsjournalist George van Hal in zijn boek Robots, aliens en popcorn dat binnenkort verschijnt: „Met een geschatte spanwijdte van 4,7 meter knalt de duistere misdaadbestrijder volgens de studenten uiteindelijk met een bottenkrakende snelheid van tachtig kilometer per uur op de grond.”

De wetten van de natuurkunde staan de fantasie van Homo sapiens duidelijk niet in de weg. In de sciencefictionfilm gaat het om het verhaal. Pech voor de wetenschap als het verhaal de natuurwetten tart.

Van Hal kijkt in zijn speelse boek door een sciencefictionbril naar de wetenschap. Het is een mooi en uitgebreid overzicht van films die worden voortgestuwd door onze fantasieën over slimme computers en robots, buitenaards leven, verre ruimte-expedities, reizen in de toekomst en in het verleden, en zelfs het verkennen van parallelle universa.

Zo lezen we dat als je de hand wilt schudden met je dubbelganger in een parallel universum, je volgens een van de vele exotische kosmologische theorieën de dichtstbijzijnde kopie van jezelf wellicht kunt aantreffen op een afstand van 101029 meter. Dat is een 1 met 1029 nullen. Niemand die daar nog enig gevoel bij heeft.

Geen wonder dat fysicus Neil Turok in Robots, aliens en popcorn verzucht dat het idee van parallelle universa een teken is dat de moderne fysica op het verkeerde pad zit. Dat is het verschil tussen wetenschap en sciencefiction: fantaseren is makkelijker dan die fantasie kloppend maken met de werkelijkheid.

Daar staat tegenover dat veel ooit voor onmogelijk gehouden ideeën toch werkelijkheid zijn geworden: vliegen met toestellen die zwaarder zijn dan de lucht, computers die beter schaken dan mensen of exotische materialen die licht stilzetten.

Van parallelle universa hebben we vooralsnog geen flintertje bewijs gevonden, computers zoals HAL 9000 (uit de SF-film 2001: A Space Odyssey) en Samantha (uit Her) staan daadwerkelijk in de steigers, vertelt Van Hal. En ook de kleverige zijde van Spider-Man en de onzichtbaarheidsmantel van Harry Potter bestaan in rudimentaire vorm. Aliens zoals E.T. hebben nog niet tegen ons raam getikt, maar het aantal ontdekte planeten dat rond een andere ster dan de onze draait, loopt tegen de tweeduizend. Wie weet vinden astronomen in de komende decennia een eerste teken van buitenaards leven, hoe primitief ook.

Van Hal legt in zijn boek de nadruk op de natuurwetenschap en de techniek in sciencefictionfilms. Laten we echter niet vergeten dat goede sciencefiction vooral ook de mens een spiegel voorhoudt. Sciencefiction is meer dan Terminator-actie of antimaterie-voortstuwing. Het is ook een filosofische denkoefening. Wie aandachtig in die sciencefictionspiegel kijkt, leert op een nieuwe manier over de mens en diens nietige planeet nadenken.

De meester van deze filosofische tak van sciencefiction, de schrijver Stanislaw Lem, schrijft in More Tales of Pirx The Pilot: „Goede boeken vertellen de waarheid, zelfs wanneer ze over zaken gaan die nooit hebben en zelfs nooit zullen bestaan. Ze zijn waarheidsgetrouw op een andere manier. Wanneer ze vertellen over het verre heelal, dan laten ze je de stilte en de levenloosheid voelen, zo anders dan op aarde. Welke avonturen ze ook beschrijven, de boodschap is altijd hetzelfde: mensen zullen zich daar nooit thuis voelen.”

De veiligste en snelste manier om naar een parallel universum te reizen, is met een zak popcorn op schoot.