Liedjes over liefde (voor robots)

De Canadese singer-songwriter Patrick Watson (36) is gefascineerd door sciencefiction. Niet over buitenaardse wezens met tentakels, maar de sciencefiction die, zoals Watson zegt, een realistische vooruitblik op levens biedt. Daarover gaat ook zijn nieuwe album.

Foto Andreas Terlaak

Rats! Hij springt uit zijn stoel en schiet een aanrollende voetbal terug over het hek richting de pauzerende schoolklas. Haast kinderlijk trots vraagt hij „Zag je dat?” terwijl hij, terug op het hotelterras, een diepe haal van zijn sigaret neemt. Patrick Watson (36) geniet zichtbaar even van de lentezon tijdens de promotietour voor zijn nieuwe cd. Het was een straffe winter in zijn woonplaats Montreal, vertelt de Canadese singer-songwriter met zijn nonchalante baardje, een pet over zijn donkere piekhaar en zonnebril. Maanden vroor het. Het was nog kouder dan normaal met uitzonderlijke weerrecords van min twintig graden die de stad lam legden. Niet per se onprettig was dat, zeker als de zon scheen en er mooie sneeuw lag. Hoewel, grijnst hij en wijst op zijn verbonden arm. Hij had een dom ongelukje toen hij stuntte met zijn ski’s.

Patrick Watson gebruikt zijn winters vooral voor wat hij omschrijft als ‘research and development’. Hij ziet het als een goede, stille tijd om nieuwe speeltechnieken op zijn piano te onderzoeken. Of te werken aan het gelaagde sounddesign voor films. Voor zijn albums vaart Watson op de seizoenen; de winter slaat hij bewust over voor het schrijven van liedjes. Zeker in zijn meest reflectieve buien van stilte en bezinning overheersen dan donkerte en eenzaamheid. En als iets de muziek van Watson kenschetst zijn het de melancholische klanken die de boventoon voeren. Hij zegt: „Het laatste dat je wilt is er nog een zware laag bovenop.”

Over de relatie tussen het weer en de muziek begon hij al na te denken toen hij een van zijn eerste albums Wooden Arms in de lente uitbracht. „Die sloeg in de herfst pas aan.” Zijn net verschenen nieuwe album Love Songs for Robots vol fijngevoelige arrangementen, de opvolger van het in 2012 verschenen Adventures In Your Own Backyard, is daarom te beschouwen als soundtrack voor lente en zomer. Niet voor niets zijn de nummers grotendeels opgenomen in een studio in zonnig Californië.

Watsons oorstrelende falsettostem, die lichtjes speelt met klank en lucht, is verpakt in dromerige, echoënde arrangementen met warme, aanzwellende synthesizers, subtiele pedalsteel gitaar, bas en drums. Dit album is directer en digitaler dan het vorige. De muziek is stevig geankerd in de elektronische pop en klinkt veel minder folky dan zijn vorige werk.

Geïnspireerd door Star Trek

Zijn vijfde album Love Songs for Robots stoelt op zijn passie voor sciencefiction. Niet het soort dat handelt over buitenaardse wezens met rare tentakels en gifgroene ogen. Nee, Watson houdt van een ‘realistische vooruitblik’ op levens. Zo bewondert hij de manier waarop de Amerikaanse scenarioschrijver Gene Roddenberry van Star Trek moeilijke, gevoelige onderwerpen als racisme en politiek als een Trojaans paard wist te verwerken in wat eigenlijk een soort absurde utopische soapopera was, zegt hij. „Moeiteloos schreef hij er interraciale relaties in, behandelde het communisme via Chinese en Russische ruimtevaarders. Knap vind ik hoe het grote publiek zo een ander kijk kreeg op moderne probleemonderwerpen waar ze eigenlijk nog niet klaar voor waren om over kunnen praten, zonder dat ze het meteen in de gaten hadden.”

Dat inspireert, zegt de muzikant. In het nummer ‘Turn Into The Noise’ heeft hij het over het idee dat je in de toekomst steeds meer lichaamsdelen kunt vervangen. Het nummer ‘In Circles’, dat leunt op Vangelis-achtige klankpatronen, gaat over elkaar liefhebbende robots. „Ik lees veel wetenschappelijke bladen, ik verdiep me grondig in kunstmatige intelligentie. Ik vind dat het ons moreel uitdaagt en prikkelende vragen oproept.”

De titelsong ‘Love Songs For Robots’ beschrijft de gedachte hoe emotionele gevoelens mechanische reacties kunnen worden. Dat wil hij uitleggen. „Stel dat je je vroeger ergens erg rot over voelde. Terwijl er ook een gele paraplu in de kamer staat. Vijftien jaar later voel je je plots doodongelukkig en je weet niet waarom. Het enige is dat er ook een gele paraplu in de kamer is. Je brein heeft die connectie met toen weer gemaakt, en dat heb je niet onder controle. Het zijn fascinerende ontdekkingen om later achter te komen. Je beseft niet dat je een mechanische, geprogrammeerde emotionele reactie hebt op die gele paraplu. Dat maakt ons niet heel anders dan een robot. Over zoiets kan ik uren denken.”

Verwacht van hem geen boodschap

Het concept van een album met een boodschap, verwerpt hij. Muzikanten kunnen uitspraken over harde feiten, economische cijfers beter aan anderen overlaten, vindt hij: „Ik denk dat het weinig zinvol is als wij gaan vertellen hoe het allemaal moet lopen. Tenzij je dat ook als een econoom hebt bestudeerd.”

Watsons eigen zorg is het milieu – „de enige economie die er echt toe doet”. Maar verwacht van hem dus geen harde feiten en cijfers. „Mijn bezorgdheid spreek ik uit, maar ik ga in niemands schoenen staan. Daarvoor heb ik niet genoeg gestudeerd. Mijn werk is het overdragen van passie en gevoel, en wat mijn verbeelding triggert. De ‘ik’ in mijn liedjes is echter een collectieve ik. Iedereen is hoofdpersonage. Ik wil die verantwoordelijkheid niet.”

Het is zoals Bob Dylan het in vroege interviews omschreef. „Men zag hem als een boodschapper, terwijl het maar gewoon dingen waren die door zijn hoofd gingen. Hij wilde niemand overtuigen. Dat herken ik.”

Zingen leerde de in Californië geboren, maar in het dorpje Hudson nabij Montreal opgegroeide Watson in het kerkkoor. Pianolessen kreeg hij vanaf zijn zevende jaar. In 2001 kwam zijn eerste album Waterproof9 uit. Indruk maakte hij in 2003 met het eerste album met zijn met bevriende musici gevormde band: Just Another Ordinary Day. Het etherische popalbum Close To Paradise (2006) leverde hem de Polaris Music Prize op.

Met zijn ijlhoge stem heeft Patrick Watson altijd een beetje in de hoek van sfeervolle zangers als Rufus Wainwright of Antony Hegarty gezeten. Op dit album heeft hij bewust lager willen zingen in een losser songidioom. Minder etherisch, met een kortere, uitdrukkelijker frasering en een minder prominente falsetto. Meer gegrond, omschrijft hij. „Vier maanden lang heb ik opzettelijk met een belachelijke stem gezongen. Dat heeft mijn stem echt iets veranderd.”

Alle liedjes heeft hij al improviserend met zijn gitarist, bassist en drummer live ingespeeld. Moeiteloos beweegt hij zich van van akoestisch tot elektronisch. Zijn muzikaliteit lijkt onbegrensd. Hij is meer componist dan tekstschrijver en houdt van een mooi arrangement van een instrumentale soundtrack. In principe, zegt hij, zijn de klanken wat hij wil zeggen. Tot de behoefte ontstaat er toch iets bij te zingen. Dan volgt een moeizaam proces van het vinden van de juiste woorden. „Je wilt dat het liedje je het juiste laat voelen. Maar als de woorden nog niet genoeg zeggen dik ik het arrangement toch weer slim aan.” Het maakt zijn muziek rijk en vol vondsten, en zelden rimpelloos.

Muziek voor The Walking Dead

Watson trekt het liefst de wereld rond met zijn band, als een bohémien. Maar sinds hij vader van twee kinderen is, kan hij zich tot zijn eigen verbazing vinden in wat hij zijn ‘negen tot vijf muziekbaan’ noemt. In zijn eigen studio schrijft en schaaft hij aan nummers.

„Ik voel me soms een verwend kind in mijn studio. Dat ik mag opnemen, dat dit mijn werk is… Maar de muziekindustrie vraagt veel en je dient mee te bewegen. Ik denk daarom dat dit mijn laatste volledige album zal zijn. Ik wil enkel nog korte albums maken. Met EP’s kan ik meer risico nemen. Drie nummers in een totaal andere stijl zetten niet meteen je carrière op de tocht. Zo zou ik solopiano met vocalen kunnen opnemen. Interessant.”

Een ander bezwaar tegen lange albums vind hij het lange tijdsbestek van uitbrengen. „Neem dit album. Ik heb het een jaar geleden opgenomen. Nu voelt het als een oud gesprek. En dat haat ik. Als ik een EP zou maken, zou het het label niet zoveel geld kosten. Het zou meer in het moment zijn als het uitkomt.”

Naast zijn eigen muziek componeert Watson veel filmmuziek. Zijn muziek is gebruikt in de tv-serie The Walking Dead en in Wim Wenders’ nieuwe 3D film Everything Will Be Fine.

De recente filmscore die hij maakte was voor een „kort en raar maar fantastisch scifi-fimpje in 3D”.

Nu werkt hij aan de muziek voor een Hollywoodthriller. „Dat vraagt dus om nummers die bijdragen aan de spanning, maar niet teveel opvallen. Nederigheid is gepast. Je eigen nog zo cool bevonden muziek helpt soms bepaald niet de gevoelige filmscène.”