Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Economie

‘Een op de zes huishoudens heeft financiële problemen’

Dat meldde het NOS Journaal

illustratie nrc next
illustratie nrc next

De aanleiding

Het NOS Journaal zond onlangs een item uit over Nederlanders met schulden. Maar liefst één op de zes huishoudens heeft financiële problemen, aldus de sombere voice-over. Klopt dit? En wat zijn financiële problemen eigenlijk?

Waar is het op gebaseerd?

De redactie van het NOS Journaal laat weten dat het cijfer is gebaseerd op een rapport uit 2012 van onderzoeksbureau Panteia. Dat onderzoek, getiteld Huishoudens in de rode cijfers, is weliswaar drie jaar oud maar recentere cijfers van onder andere het Nibud wijzen er niet op dat het percentage veranderd is, mailt de redactie.

En, klopt het?

Eerst eventjes een definitie. Wat zijn financiële problemen? Is dat vooral ‘Ik heb al drie maanden mijn huur niet betaald en dreig op straat te moeten gaan leven’? Of valt ‘Ik wil duiken in de Caraïben maar heb geen geld voor het duikpak en de vliegreis’ er ook onder?

Volgens het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) zijn er verschillende definities van financiële problemen. Vaak wordt ‘het hebben van betalingsachterstanden’ gehanteerd, schrijft het instituut op zijn website.

Het onderzoek van Panteia waarop het Journaal zich baseerde stelt financiële problemen gelijk aan het hebben van ‘problematische schulden’ of het risico lopen die te ontwikkelen. Aangezien de uitzending van het NOS Journaal de term financiële problemen gebruikte in de context van schuldenproblematiek, hanteren we deze definitie.

Voor de definitie van problematische schulden sluit Panteia zoveel mogelijk aan bij criteria die ‘in het veld’ (de schuldhulpverlening) worden gehanteerd, staat in het rapport. Hiervoor heeft het de volgende risico-indicatoren vastgesteld: meer dan drie achterstallige rekeningen wegens financiële redenen, minstens één achterstallige rekening in ‘risicocategorieën’ (hypotheek, zorgverzekering, elektriciteit etc.), of achterstallige rekeningen hebben / rood staan / een creditcardschuld hebben boven de 500 euro.

Voor het onderzoek hield Panteia een telefonische en een internetenquête onder een aselecte steekproef van 4.020 huishoudens. Wie zich in de twaalf maanden voorafgaand aan het onderzoek schuldig had gemaakt aan ten minste een van de vijf bovenstaande financiële zonden, viel in de risicogroep. Die is vervolgens opgesplitst in ‘huishoudens met een problematische schuld’ en ‘huishoudens met het risico op een problematische schuld’. Ook het laatste wordt door Panteia gezien als een financieel probleem, want ‘een problematische schuldsituatie ontstaat in de meeste gevallen niet van de ene op de andere dag’.

Als je deze groepen optelt kom je op een percentage risicohuishoudens van tussen de 16,1 en 18,4 procent. Het grootste deel daarvan loopt een risico op problematische schulden: deze mensen staan rood, kunnen af en toe een rekening niet betalen, et cetera. Panteia neemt als gemiddelde 17,2 procent: inderdaad één op de zes huishoudens.

Een recenter onderzoek is niet gedaan, maar ‘tal van indicatoren wijzen erop dat de 1:6 na 2012 niet minder is geworden’, mailt de redactie van het NOS Journaal. Die indicatoren zijn: stijgingen van het aantal betalingsachterstanden bij woningcorporaties, hypotheekachterstanden en problemen bij de betaling van de zorgpremie. Inderdaad blijkt uit gegevens van de Woonbond, Eigen Huis en de NVVK (de branchevereniging voor schuldhulpverlening) dat al deze problemen de afgelopen jaren zijn toegenomen. Daarnaast is het percentage huishoudens met financiële problemen tussen 2009 en 2012 toegenomen: uit onderzoek dat Panteia deed in 2009 bleek nog dat 13,4 procent – ruim een achtste – van de huishoudens (een risico op) problematische schulden had. Als deze trend zich heeft doorgezet, is de groep niet kleiner geworden.

Conclusie

Als we ‘financiële problemen’ definiëren als het hebben van problematische schulden (of het risico daarop), viel in 2012 ruim eenzesde (17,2 procent) van de huishoudens binnen deze categorie. Het is aannemelijk dat deze de groep in elk geval niet kleiner is geworden. We beoordelen de uitspraak als waar.