Een belediging voor de kiezer

Wederom verlaat een volksvertegenwoordiger tussentijds de Tweede Kamer. Deze keer is het Gerard Schouw, lid van de D66-fractie die het nog geen drie jaar nadat hij bij de verkiezingen opnieuw was verkozen, voor gezien houdt. „Tijd voor iets nieuws”, aldus de man die in 2012 nog zo verrukt was van het parlementaire werk dat hij zelfs voorzitter van de Tweede Kamer wilde worden.

In totaal vijf jaar lid van de Tweede Kamer en nu al weer tijd voor iets nieuws. Dat stelt iemand die toen hij zich kandideerde voor het voorzitterschap, het parlement meer aanzien wilde geven. Het beeld van een Tweede Kamer als doorgangshuis bevordert dat aanzien in elk geval niet.

Schouw is niet het eerste en zal ook zeker niet het laatste Kamerlid zijn dat tussentijds vertrekt. Als dat te maken heeft met het aanvaarden van een politieke functie elders, valt dit te billijken. Zie het Kamerlid Sander de Rouwe (CDA) die afgelopen dinsdag afscheid nam omdat hij gedeputeerde in Friesland is geworden.

Maar halverwege het door de kiezer verstrekte mandaat vertrekken om voorzitter te worden van een brancheorganisatie voor de geneesmiddelenindustrie zoals Schouw nu doet, is van een geheel andere orde. Het komt neer op een belediging van de kiezers. Degenen die zich kandidaat stellen voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer vragen om het vertrouwen van de kiezers. Die mogen er vanuit gaan dat hiermee zorgvuldig wordt omgegaan. Dat geldt bij uitstek voor een vertegenwoordiger van een partij die vanaf de oprichting op de bres heeft gestaan voor het versterken van de band tussen kiezer en gekozene.