Ziekteverzuim is veel te gemakkelijk in Nederland

Als werknemers zich zelf verzekeren voor verzuim door niet-werkgerelateerde ziekten en zieken eerder worden geactiveerd, dan durven werkgevers ook eerder personeel aan te nemen, meent VVD-Kamerlid Anoushka Schut-Welkzijn.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het Centraal Planbureau (CPB) gaf onlangs aan dat een verkorting van de loondoorbetaling bij ziekte – van de huidige twee jaar naar een jaar – de belastingbetaler 900 miljoen euro zal kosten. De redering: er zullen dan meer mensen een beroep doen op een uitkering van de overheid.

De kans is groot dat deze CPB-doorrekening niet in het voordeel van werkgevers werkt. Zij dragen nu voor het overgrote deel de lasten van ziekte- en arbeidsongeschiktheid. Toch is het van groot belang die lasten eerlijker te verdelen: anders staan er straks onnodig mensen aan de kant die wel willen werken maar waarvoor werkgevers geen risico willen dragen.

Die risico’s zijn eenvoudigweg te groot. Denk aan een werkgever met vier werknemers in dienst, die voor één zieke werknemer niet alleen het loon door moet betalen, maar ook de reïntegratie moet faciliteren en vervanging verzorgen – wat leidt tot verdubbeling van de premie voor die ene functie.

Daarom roep ik minister Asscher (Sociale Zaken) op om met de VVD te blijven nadenken hoe we de lasten voor werkgevers kunnen terugschroeven. Dan moeten we niet te bang zijn om meer verantwoordelijkheid neer te leggen bij zieke werknemers zélf.

Nederland heeft met Finland, Polen en Slovenië het hoogste ziekteverzuimpercentage in de Europese Unie. Dat komt omdat er te weinig prikkels zijn ingebouwd om het werk te hervatten. Mensen voelen het hier niet in hun portemonnee als ze langer ziek thuisblijven dan nodig. In andere landen is de loondoorbetaling bij ziekte gemiddeld zes weken. In Nederland is wettelijk bepaald dat 70 procent van het loon wordt doorbetaald, gedurende twee ziektejaren. En we doen daar in ons land vaak nog een schepje bovenop. Het CPB geeft aan dat in vrijwel alle cao’s 100 procent in het eerste en 70 procent in het tweede jaar loon wordt doorbetaald. Die bovenwettelijke uitkeringen moeten omlaag, zodat de werknemer er belang bij krijgt om snel weer aan het werk te gaan, zodra dat kan.

Sinds de invoering van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) zijn werkgevers ook verantwoordelijk voor de ziekte- en arbeidsongeschiktheidslasten van tijdelijke werknemers. Dat voelt niet goed, vinden ze, want in de praktijk zijn er te veel factoren waar ze nauwelijks invloed op kunnen uitoefenen.

Zo kennen we in Nederland, als één van de weinige landen ter wereld, geen onderscheid tussen werkgerelateerd verzuim – bijvoorbeeld een beroepsziekte als kapperseczeem of een bedrijfsongeval – en verzuim waarvan de reden buiten het werk ligt, zoals een verslaving of een sportblessure.

Realistischer is het dat werknemers zich voortaan verzekeren voor niet-werkgerelateerd verzuim. Zeker in het licht van het onderzoek van TNO (Ziekteverzuim in Nederland in 2012, TNO Monitor Arbeid) waarin werknemers aangeven dat 70 procent van de ziektes een oorzaak heeft die buiten het werk ligt. In totaal wordt nu door werkgevers en overheid 25 miljard uitgegeven aan kosten van ziekte- en arbeidsongeschiktheid.

Op het vlak van de reïntegratie is ook nog een wereld te winnen. Alle verzuimbedrijven en arbodiensten geven aan dat snelle interventie bij ziekte het beste helpt. De Wet Verbetering Poortwachter – een wet die voorschrijft wat een werkgever moet doen bij ziekte van zijn werknemers – schrijft nu voor dat een eerste gesprek moet plaatsvinden binnen zes weken. Na drie maanden moet er een plan van aanpak zijn en pas na een jaar reïntegreren bij je eigen werkgever bestaat de mogelijkheid om buiten het eigen bedrijf te kijken. Vooral bij kleine werkgevers is al vaak snel duidelijk dat een zieke werknemer niet langer kan werken in het eigen bedrijf.

Als je alle termijnen binnen de Wet Poortwachter halveert en binnen een half jaar zoekt naar mogelijkheden voor plaatsing van de zieke werknemer buiten het bedrijf dan krijg je mensen sneller weer aan de slag en blijf je ook de instroom in arbeidsongeschiktheid beperken.

Zo kunnen we door een combinatie van effectiever reïntegreren en meer verantwoordelijkheid bij mensen zelf leggen, terug van twee jaar loondoorbetaling bij ziekte naar één jaar. Werknemers met een baan kunnen naar vermogen sneller aan het werk, werkgevers dragen minder grote risico’s en durven zo weer werk aan te bieden.