Osama bin Ladens boekenplank

Een collectie van 400 brieven, bladen en boeken die in mei 2011 buit werd gemaakt in de schuilplaats van Osama bin Laden in Pakistan, is nu vrijgegeven. Wat las en schreef de Al-Qaeda-topman?

Illustratie Pepijn Barnard

Osama bin Laden aan zijn dochter, ongedateerd: ‘Ik verlang terug naar de mooie dagen die ik met je doorbracht, zeker als ik op reis was.

Bin Laden aan een onbekende, over de demonstraties in Egypte, in 2011: ‘Degene die namens ons moet meedoen, moet een Egyptenaar zijn [plaatsvervanger al-Zawahiri, red.]. Onenigheid is slecht voor iedereen.’

Aan de Verenigde Staten, ongedateerd: ‘Bush, jij, leugenaar-kruisvaarder, versterk je defensie, schroef je beveiliging op.

Terwijl Bin Laden zich in het Pakistaanse Abbottabad schuilhield, bleef de Al-Qaedaleider aan het werk. Hij legde een uitgebreide collectie boeken en artikelen aan, schreef brieven aan andere leiders van het terreurnetwerk, en hield zich bezig met familiekwesties.

‘Bin Ladens boekenplank’, is de collectie van ruim 400 boeken, tijdschriften en brieven genoemd die op last van president Obama’s nationale inlichtingenadviseur zijn vrijgegeven. Het maakt deel uit van de collectie die is buitgemaakt tijdens de aanval op Bin Ladens verblijf, op 2 mei 2011. Een onbekend deel is niet openbaar gemaakt.

Bin Laden had 39 Engelstalige boeken in bezit. Het merendeel ging over Al-Qaeda, of over de VS. Hij las Obama’s Wars van Bob Woodward, dat beschrijft hoe Obama worstelt met de Bush-erfenis. Maar hij las ook complottenboeken als Bloodlines of the Illuminati van Fritz Springmeier, en, ironisch genoeg, The New Pearl Harbor: Disturbing Questions About the Bush Administration and 9/11, van David Ray Griffin. Volgens dit boek had de regering-Bush de hand in de aanslagen van 11 september.

Dit materiaal wordt niet zonder reden vrijgegeven. De documenten en vele tientallen brieven van Bin Laden moeten het beeld bevestigen dat de opgejaagde leider vanuit zijn schuilplaats in Pakistan nog altijd leiding gaf aan Al-Qaeda.

Dat is van groot belang, maar niet alleen als rechtvaardiging van de gecompliceerde (en door Pakistan bekritiseerde) inval in Abbottabad. Het is ook een reactie van het Witte Huis op een geruchtmakend artikel van onderzoeksjournalist Seymour Hersh, dat vorig weekend verscheen.

Volgens Hersh’ artikel berust de officiële versie van de dood van Bin Laden op leugens. Pakistaanse generaals zouden op de hoogte zijn geweest van zijn verblijfplaats, de gewelddadige overmeestering zou niet hebben plaatsgevonden. Een ‘gepensioneerde inlichtingenofficier’ zegt in het artikel bovendien dat de ‘schat’ aan documenten die de Navy SEALs zouden hebben gevonden, niet bestond. „Het Witte Huis moest doen alsof Bin Laden nog enigszins operationele waarde had. Waarom zouden ze hem anders doden?”

Hersh’ verhaal kreeg veel kritiek, maar oogstte ook bijval. Het Witte Huis kwam onder druk om meer details bekend te maken van de inval. Het vrijgeven van 400 eerste documenten lijkt op een poging te laten zien dat Bin Laden wel degelijk nog iets te vertellen had in Al-Qaeda, en dat hij bovendien plannen maakte de VS opnieuw te treffen.

De VS vormen het belangrijkste motief in Bin Ladens brieven. Vaak waarschuwt hij zijn medestanders zich niet te verliezen in tweespalt of machtsconflicten in de islamitische wereld. Amerika moet de hoofdmissie zijn.

Zo maakte Bin Laden zich zorgen over takken van Al-Qaeda die een islamitisch kalifaat in Noord-Afrika wilden stichten. Hij schreef die afdelingen, uiteraard in het pre-IS-tijdperk: ‘Stop ermee aan te dringen op het vormen van een islamitische staat.’ Ze konden zich beter richten op het voorbereiden van aanslagen op Amerikaanse ambassades in Afrika, vond hij.

Arabische Lente

Bin Laden was euforisch toen begin 2011 opstanden tegen dictatoriale Arabische regimes begonnen. Maar hij had geen vertrouwen in islamistische organisaties, zoals de Moslimbroederschap in Egypte, ‘mensen van halve oplossingen’, of salafistische groeperingen. Ook was hij bezorgd dat demonstranten zouden onderhandelen met regeringen om bloedvergieten te voorkomen. De ervaring bij eerdere mislukte opstanden, onder meer in Algerije, had volgens hem geleerd dat die tactiek niet werkt.

Onder de documenten bevindt zich ook een sollicitatieformulier om lid te worden van Al-Qaeda. Rekruten moesten invullen hoe lang ze voor de organisatie wilden werken, wat hun hobby’s zijn, en of ze ‘bereid zijn een zelfmoordoperatie uit te voeren’.

Bin Laden houdt zich in zijn brieven soms ook met andere terreinen bezig. Hij overweegt het nut van ‘de ICT-revolutie’, maakt zich zorgen over klimaatverandering en voedselschaarste. Regelmatig komt Al-Qaeda’s geldtekort ter sprake, en de drone-oorlog. Bin Laden schrijft een paar keer dat drone-aanvallen hoge leiders van de organisatie gedood hebben.

Bin Laden volgde het nieuws over zichzelf en Al-Qaeda obsessief. Hij bezat tientallen edities van het tijdschrift Foreign Policy, en schrijft in een brief dat hij nog altijd volgt wat er over hem gezegd wordt. Televisie kijken deed hij, schrijft hij, slechts om te ontdekken wat de tactieken van de vijand zijn. Liever luisterde hij naar de radio. „Het [nieuws volgen] is heel belangrijk voor ons werk. Maar het is ook gevaarlijk. Wij leven onze stammenlevens. Hun nieuws en hun zorgen zijn niet het wereldnieuws, ons werk is dat wel.”