Libor-zaak ‘schokkend’, toch gaat Rabo vrijuit

Rabobank had wél vervolgd moeten worden voor het manipuleren van rente, vindt het gerechtshof. Maar nu heeft vervolging geen zin meer.

Rabobank in Londen. De bank hoeft wegens betrokkenheid bij de Libor-affaire niet meer vervolgd te worden. Rabo is al fors beboet, een strafzaak zou waarschijnlijk niet tot een hogere straf leiden. Foto H.G. Esch

Eigenlijk had het Openbaar Ministerie de Rabobank in 2013 gewoon moeten vervolgen voor de Libor-fraude. Die fraude was zo ernstig dat een schikking, ook al ging het om honderden miljoenen euro’s, niet te rechtvaardigen viel. Die deed weliswaar pijn – de bank moest 774 miljoen euro betalen, de halve jaarwinst. Maar bij dergelijke vergrijpen speelt ook zoiets als het rechtsgevoel. Dat mag niet af te kopen zijn.

Dat is een van de twee pijnlijke conclusies in een langverwachte uitspraak van het Haagse gerechtshof over de Libor-affaire bij Rabo. Een aantal klanten had vorig jaar via advocaat Gerard Spong een zaak aangespannen om de schikking open te breken en alsnog vervolging af te dwingen. In uitzonderlijke gevallen kan het hof het OM daartoe bevelen.

Het schandaal draaide om manipulatie van de Libor-rente. Die is een gemiddelde van de rentes die grote banken moeten betalen als zij van elkaar lenen. De Libor-rente is ook de basis voor de rente op duizenden miljarden aan andere financiële producten, zoals hypotheken.

De klagers vonden dat Rabo veel te gemakkelijk was weggekomen. Hun advocaat sprak zelfs van „klassenjustitie”: gewone mensen die een misdaad plegen zouden wel vervolgd worden, maar bedrijven met diepe zakken konden vervolging afkopen.En zij stonden daarin niet alleen. Politici van links tot rechts noemden het destijds een „schande” dat de „boeven” niet vervolgd werden.

De zaak werd nauwlettend gevolgd. Door de Rabobank natuurlijk, maar ook door het OM, dat nooit eerder zo’n grote schikking had getroffen. Van de 774 miljoen die Rabo betaalde ging 70 miljoen naar het OM. De rest ging naar buitenlandse instanties.

‘Schokkende malversaties’

Het OM vond de schikking met Rabo juist wel gepast. Vervolging zou veel tijd kosten, terwijl er internationaal werd aangestuurd op snelle, grote schikkingen. Bij de Libor-affaire waren nog veel meer banken en buitenlandse toezichthouders betrokken. Het OM wilde bij die internationale aanpak aansluiten omdat die effectiever zou zijn dan een alleingang.

Het gerechtshof is daar zeer kritisch over. „Dergelijke wereldwijd ingrijpende en schokkende malversaties in de financiële markt hadden aan de strafrechter moeten worden voorgelegd.” Maar het hof concludeert tegelijkertijd dat geen vervolging tegen Rabo hoeft worden ingesteld. De belangrijkste reden: het heeft geen zin meer. Rabo is al fors beboet en een strafzaak zou waarschijnlijk niet tot een hogere straf leiden. Vervolging heeft „nu geen toegevoegde waarde” meer, aldus het hof. Daarmee is het definitief gedaan met de zaak.

De tweede harde conclusie die het gerechtshof trekt: niet alleen de bank, ook de veertien betrokken werknemers die nog niet waren opgestapt of weggestuurd hadden eigenlijk voor de rechter moeten komen. In de schikking is destijds vastgelegd dat Rabo hen zelf straft, door overplaatsing, waarschuwingen en het inhouden van bonussen.

Dat is ook gebeurd, zegt Rabo. De ingehouden bedragen variëren van bijna 28.000 euro tot 670.000 euro. Volgens het hof staan die maatregelen in „onduidelijke” verhouding tot de ernst van de kwestie. Juist omdat het vertrouwen in de financiële sector zo geschonden werd, zou een publieke strafvervolging hier „juist zijn geweest”.

Verdachte of getuige?

Toch kan vervolging niet alsnog worden ingesteld, meent het hof, doordat tijdens het onderzoek niet te herstellen fouten zijn gemaakt. Het probleem zit hem in de verschillen tussen onderzoek door toezichthouders en strafrechtelijk onderzoek.

Aan de schikking met Rabo ging ook onderzoek door financieel toezichthouder De Nederlansche Bank (DNB), Amerikaanse, Britse en Japanse toezichthouders en de Amerikaanse justitie vooraf. Als een toezichthouder een bankmedewerker een vraag stelt, moet hij of zij antwoorden. Het hogere doel is immers het beschermen van het vertrouwen in de markt en de financiële stabiliteit.

Als het Openbaar Ministerie een vraag stelt, moet duidelijk zijn of de betreffende persoon als getuige of als verdachte wordt gezien. Een verdachte mag zich namelijk beroepen op zwijgrecht. DNB en de fiscale opsporingsdienst Fiod hebben echter onderzoekswerk gedaan zonder die strafrechtelijke waarborgen in acht te nemen. Ook Rabo heeft werknemers gehoord zonder hun erop te wijzen dat ze niet hoefden te antwoorden. Ook zijn bevindingen uit buitenlandse onderzoeken in het dossier opgenomen zonder dat duidelijk was of die aan de Nederlandse eisen voldeden. Aangezien veel Rabo-medewerkers informatie hebben gekregen die voortkwam uit het onderzoek, is het onmogelijk een nieuw strafrechtelijk onderzoek te beginnen. Je kunt geen kennis uit hoofden wissen.

Toename van bevoegdheden

Het OM zegt in een reactie „nog te bezien” hoe het tegenover dit deel van de uitspraak staat. „Parallelle onderzoeken door toezichthouders en strafrechtelijk autoriteiten in een internationale context – waarbij het Nederlandse OM niet bij aanvang betrokken is geweest – zijn niet voor 100 procent vanuit Nederland te regisseren”, aldus een woordvoerder.

Joost Italianer, financieel strafrechtspecialist bij NautaDutilh, is tevreden over dit deel van de uitspraak: „Ik weet zeker dat het OM in de toekomst goed zal nadenken voordat het toezichthoudersrapporten waarvoor een medewerkingsplicht geldt aan een verdachte voorhoudt of zomaar aan een strafdossier toevoegt.” Hij merkt op: „We zien in de praktijk een ongebreidelde toename van toezichthoudersbevoegdheden, waardoor elementaire beginselen als het zwijgrecht onder druk komen te staan.”

Correcties en aanvullingen

Libor-fraude

In Libor-zaak ‘schokkend’, toch gaat Rabo vrijuit (20/5, p. E6) staat ten onrechte dat Rabobank volgens het Gerechtshof vervolgd had moeten worden voor de Libor-fraude. Dat blijkt niet uit de uitspraak. Het Hof vindt de opgelegde sanctie passend.