Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Klaver als nieuwe Linkse Messias

Links is steeds op zoek naar een nieuwe Messias. Die troon is een rodeozadel, vindt Christiaan Weijts.

Illustratie arcadio esquivel

In de koersen van Maurice de Hond steeg zijn partij meteen drie zetels. Hij zou ‘links weer op de kaart’ kunnen zetten. Columns en commentaren waren ongebruikelijk bewonderend. Sommigen bejubelden zelfs zijn omineuze initialen: Jesse Feras Klaver.

Nog geen week na zijn aantreden lijkt hij de gedoodverfde Linkse Messias te zijn. Dat is niet slecht, voor een marginale partij (vier kamerzetels), en voor een speech vol knip- en plakquotes, plus een afgekeken trucje uit Borgen (‘Mij is afgeraden dit te zeggen’).

Het geeft aan hoe diep de hunkering is naar een verlosser op links. Een Messias rijst op uit het verlangen er een te hebben. Ergens in dat vacuüm staat een lege troon, en er lijkt niet zo heel veel voor nodig om die te bestijgen, om de archetypische rol te vertolken.

Het lastige van die troon is alleen dat hij een rodeozadel blijkt zodra iemand erop is gehesen. Bij Job Cohen was dat het pijnlijkste te zien. Maar ook het wonder Wouter Bos viel om, en Diederik Samsom ligt in feite ook al op de grond. Zelfs Emiel Roemer heeft eventjes dat verlossersaureooltje gehad. Linkse Messiassen blijken gedoemd tot omkukelen.

Waarom lukt het de rechtse en liberale beloftes toch zoveel beter om in het zadel te blijven? Geert Wilders, Mark Rutte en Alexander Pechtold blijven onveranderd populair. Goed, in heel Europa is nu eenmaal het buitenspeeluurtje voor rechts aangebroken, waardoor de hooggespannen verwachtingen van links vanzelf op de vloer kletteren zodra het plakken van coalities begint. Toch vind ik die verklaring te beperkt.

Elders in Europa lukt het linkse denkers als Thomas Piketty, Slavoj Žižek en Beppe Grillo weldegelijk om iets van een beweging te organiseren die bij ons maar geen wortel wil schieten.

Het probleem zit hem denk ik in de politieke stijl van links in Nederland. Symptomatisch is bijvoorbeeld die slogan van Job Cohen bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2011: ‘Het moet eerlijker’. Daar zit alles in wat onze linkse leiders zo ergerlijk maakt: het bevoogdende, het verongelijkte en het betweterige.

Bij elke Linkse Messias proef je dat hij het morele gelijk aan zijn kant denkt te hebben, en daarom krijgt hij onvermijdelijk iets van de verstokte gelovige, die het diep van binnen eigenlijk overbodig en beneden zijn waardigheid vindt om nog over het bestaan van God te debatteren, want Hij staat toch wel aan zijn kant, en vroeg of laat komt de ongelovige tegenstander daar vanzelf wel achter.

Het moet eerlijker. Het moet groener. We moeten inleveren voor de zwakkeren, de vluchtelingen, de minderheden. Op die manier belandt je als Linkse Messias al gauw op een psychologisch gezien weinig populaire positie, die van het superego, de bestraffende ouder die eist dat je je troep eens opruimt.

Die positie is natuurlijk een inherente handicap van elk links idealisme, maar je kunt die best wat minder drammerig invullen. Ik probeer het zelf wel eens, om niet ‘ruim je troep op’ tegen mijn kinderen te snauwen, maar te roepen: ‘We doen een nieuw spel! Het heet het opruimspel. Wie het eerste alle Legosteentjes in de rode bak…’

Oké, dat werkt niet altijd, maar wat ik bedoel is dat de linkse idealist best wat speelser, vrolijker en creatiever mag zijn. Links mist de liberale lenigheid van rechts, waar ze dol zijn op retorische foefjes, slimme framing en aanverwante spelletjes die linkse idealisten al gauw als ‘vuil’ zien.

Bij links gaat het meestal om de waarheid, de cijfers achter de komma, de feiten, ‘het eerlijke verhaal’. Rechts begrijpt dat je die waarheid af en toe een zetje mag geven, slim mag ombuigen, en dat de representatie van de werkelijkheid belangrijker is dan de werkelijkheid zelf.

Links wil de feiten voor zich laten spreken zonder retorische tamtam eromheen. Daardoor verlopen typische links-rechtsdiscussies altijd volgens een vast stramien. Rechts bedenkt een retorisch opzetje: zie je wel, honderden IS-strijders komen verstopt in die bootjes Europa binnen, samen met tienduizenden moslims die onze pensioenen opeten en ons Sinterklaasfeest afschaffen. De Linkse Messias schiet daarop in de verdediging, en draagt de grafieken aan over de werkelijke instroom, de cijfers over bootvluchtelingen, de feiten over de Goedheiligman.

Daarbij vergeet de Linkse Messias dat het publiek niet zoveel boodschap heeft aan die feiten. Staafdiagrammen winnen het nooit van oneliners. Het gaat niet om de waarheid, maar om het verhaal over die waarheid, de manier waarop je die waarheid presenteert en inkadert. De Linkse Messias zal eerst zijn smetvrees moeten overwinnen voor die zogenaamd ‘vuile’ retoriek. Hij moet niet vies zijn van theater, zichzelf meer als acteur beschouwen zoals Rutte, Wilders en Pechtold dat al jarenlang doen.

Best mogelijk dat Jesse Klaver dat allemaal in zich heeft, maar het gevaar is levensgroot dat hij bij z’n eerste serieuze debatronde al onderuit gaat. Waarna de nieuwe Linkse Messias zich aandient.