Genetisch gemodificeerd: goed voor milieu en boer

Die spookverhalen over genetisch gemodificeerde organismen zijn niet gebaseerd op feiten, aldus Tom van den Hove en Frank Hoeberichts.

Voor het derde jaar op rij wordt op 23 mei wereldwijd een ‘March against Monsanto’ georganiseerd, een Amerikaanse multinational die (via biotechnologie) producten voor de landbouw maakt. Deze protestmars keert zich, behalve tegen Monsanto, vooral tegen genetisch gemodificeerde organismen.

Het valt te prijzen dat er mensen zijn die zich zorgen maken over wat er met ons voedsel gebeurt, maar het is tijd dat het debat over genetisch gemodificeerde organismen eindelijk op basis van feiten wordt gevoerd. En niet op basis van ‘fact free science’ zoals de anti-gentech lobby dat doet.

Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen in de landbouw leidt tot hogere opbrengsten en meer inkomen voor boeren, en dat vooral in ontwikkelingslanden.

Onderzoek laat ook zien dat de introductie van genetisch gemodificeerde organismen heeft geleid tot verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen. Goed voor het milieu en goed voor de boeren die de middelen gebruiken. Ook de gezondheidsrisico’s voor mens en dier zijn niet groter dan die van conventionele gewassen.

Amerikaans onderzoek, dat gegevens van meer dan 100 miljard stuks vee analyseerde, laat zien dat er geen verschil is in gezondheid of productie tussen vee dat wel of geen voer eet uit genetisch gemodificeerde organismen. Ondanks de spookverhalen van activisten zijn grote (wetenschappelijke) instituten het ook eens over het ontbreken van gezondheidsrisico’s bij mensen. Het gaat hier onder andere om het Voedingscentrum, de European Food Safety Authority (EFSA), de WHO en de nationale academies van wetenschappen van landen zoals de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk.

Helaas is er ook een handvol studies dat telkens weer wordt aangehaald als bewijs voor het gevaar van genetisch gemodificeerde organismen. Van deze studies is echter herhaaldelijk aangetoond dat ze niet correct uitgevoerd, niet te herhalen of zelfs ronduit frauduleus waren.

Justus Wesseler, hoogleraar agrarische economie uit Wageningen, heeft uitgezocht wat het verbieden van bepaalde genetisch gemodificeerde organismen aan geld en mogelijk mensenlevens kost. Zo becijferde hij dat het verbod op het verbouwen van transgene suikerbieten en mais de EU respectievelijk 100 en 130 miljoen euro per jaar kost door verminderde oogsten.

In Europa kost de ban op genetisch gemodificeerde organismen geen mensenlevens, in India volgens Wesseler wel. Golden Rice is een genetisch gemodificeerde rijstsoort die veel pro-vitamine A (beta-caroteen) bevat en daarmee een wapen tegen blindheid en sterfte door vitamine-A- gebrek kan zijn. Felle campagnes van verschillende ngo’s, waaronder Greenpeace, hebben in India geleid tot een verbod op Golden Rice. De gevolgen zijn dramatisch: in de eerste tien jaar dat Golden Rice commercieel beschikbaar was, heeft het verbod 1,4 miljoen levensjaren gekost. De slachtoffers van vitamine-A-deficiëntie zijn met name kinderen. Ondertussen houdt Greenpeace halsstarrig vast aan haar standpunt dat genetisch gemodificeerde organismen inherent onveilig zijn.

We kunnen concluderen dat het idee dat je de mensheid een plezier doet door tegen genetisch gemodificeerde organismen te zijn, berust op onvolledige en vooral onjuiste informatie. Met andere woorden: de biotechnologie kampt niet met wetenschappelijke, maar vooral met maatschappelijke weerstand. Deze weerstand is niet alleen het gevolg van oprecht bezorgde, doch slecht geïnformeerde burgers.

Hij is deels terug te voeren op de Amerikaanse biologische (organic) industrie, die jaarlijks miljarden dollars besteedt aan marketing. Door conventioneel en voedsel uit genetisch gemodificeerde organismen consequent af te schilderen als minder gezond of zelfs gevaarlijk worden consumenten voortdurend op het verkeerde been gezet.

Gaan genetisch gemodificeerde organismen alle problemen in de wereld oplossen? Nee, biotechnologie zal geen regen laten vallen in de Sahara, of arme boeren in Azië meer land bezorgen. Maar genetisch gemodificeerde organismen kunnen wel bijdragen aan het terugdringen van armoede en honger, en aan een duurzamere voedselproductie. Met de klimaatverandering in volle gang zullen we alle zeilen bij moeten zetten om de groeiende wereldbevolking te kunnen blijven voeden.

Hoog tijd dus dat de feiten weer een doorslaggevende stem krijgen in dit debat. In plaats van het dogmatisch afwijzen van deze technologie, kunnen we ons beter concentreren op het grondig evalueren van alle genetisch gemodificeerde organismen die zich aandienen.