Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Een wonderlijke reeks vragen over micro-economie

Hoogleraar Arnoud Boot (Universiteit van A’dam) doet examen. „Kennelijk leren ze niets meer over macro-economie.”

‘Het begint leuk, met een vraag over subsidies voor zonnepanelen. Je laat de maatschappelijke meerwaarde van zonnepanelen even buiten beschouwing, te behalen milieuwinst, en dan is de vraag hoeveel welvaartsverlies subsidiëring oplevert. Zijn we bereid dat te accepteren? En wat stimuleer je, vraag of aanbod? Relevante vraagstukken, en je kunt er een paar mooie technieken op loslaten.

De vragen bij opgave 5 zijn ook relevant: moet je in een arm land mensen een gezondheidsverzekering geven of niet? Leerlingen kunnen in hun antwoorden laten zien dat je, als je het doet, het voor iedereen verplicht moet stellen, anders gaan alleen ongezonde mensen meedoen, en dan wordt het veel te duur. En belangrijker nog, als je arme mensen geen basale verzekering geeft tegen ongeluk en ziekte, zijn ze niet bereid te investeren in hun toekomst. Ze proberen geld achter de hand te houden voor noodgevallen en ze lopen het risico om in de poverty trap te komen. Dus moet je soms paternalistisch zijn en mensen dwingen zich te verzekeren, want zo kunnen ze aan de armoede ontsnappen.

De vragen bij opgave 2 vind ik raar. Die gaan over twee farmaceutische bedrijven die met elkaar concurreren, en of ze moeten investeren in een bepaald medicijn. Die vragen zitten er alleen maar in omdat er iets over speltheorie in moest. Doe dan iets waarin dat Nash-evenwicht, want daar gaat het om, echt belangrijk is. Bedenk een vraag waarin twee partijen allebei kiezen voor hun eigenbelang en allebei verliezen. Het prisoner’s dilemma: je wilt de ander niet laten winnen, maar je weet dat je er zelf ook slechter van zult worden.

Wat ik wonderlijk vind aan dit examen: dat in alle vragen het individu centraal staat. Het is micro-economie. En wat ons sinds 2008 allemaal het meest heeft beziggehouden, dat is macro-economie. De banken, het tekort op de betalingsbalans, huizenprijzen, overheidstekorten, euro, dollar, rente – het komt in dit examen niet voor. Over de macro-economische onderwerpen lees je elke dag in de krant, en niet omdat de krant dat zo leuk vindt, maar omdat ze belangrijk zijn, omdat alles met alles samenhangt, en daar leer je nu kennelijk niets over op school. Het wordt tijd dat de slinger weer eens de andere kant op gaat.

Verder had ik graag wat meer vragen gezien over dilemma’s. Het had mooi gekoppeld kunnen worden aan opgave 4, over vaste en flexibele contracten. In het examen wordt gedaan alsof die twee los van elkaar staan, terwijl er natuurlijk een wisselwerking is. Beetje wereldvreemd: een werknemer mag kiezen tussen een flexibel of een vast arbeidscontract, bij het flexibele contract is het loon hoger, want je loopt meer risico. Alsof een werknemer iets te kiezen heeft. In de werkelijkheid is het bijna altijd de werkgever.”