Drilpuddingkunst

Bompas & Parr zijn drilpuddingkunstenaars of levende Willy Wonka’s. Sam Bompas vertelt deze week over jelly en meersmakenkauwgom tijdens het festival What Design Can Do.

Foto Mark Dye
Foto Mark Dye

Sam Bompas wil weten hoe ‘jelly’ in het Nederlands heet. Mooi woord, drilpudding. Sam Bompas en zijn compagnon Harry Parr zijn de drilpuddingkoningen van Engeland, en misschien wel van de wereld. Ze zijn beroemd geworden met gelatinepuddingen in alle vormen en maten. Een voorbeeld: een bassin van drilpudding waarin in 2012 in Bristol een historisch schip op ware grote werd tentoongesteld. 55.000 liter knalgroene trilpudding, met licht eronder. Of de kaart van Amerika, geheel uitgevoerd in Jell-O, de merknaam die zo’n beetje soortnaam is geworden.

Aan drilpudding kun je goed zien met wat voor land je te maken hebt, zegt Bompas (31) aan de telefoon vanuit Londen. „Fransen vinden het walgelijk, Italianen vinden het alleen vanuit designoogpunt interessant.” Zelf praat hij graag over de technische kant en over de wobbling factor, hoe je een pudding zo kunt maken dat hij optimaal lilt zonder dat hij instort en je een „jelly disaster” krijgt. Ze ontwierpen zelfs lepeltjes die hoekig zijn als een spade, minder rond dan een lepel, omdat je dan langer van een pudding kunt eten voordat hij uit elkaar valt. Op YouTube staat een filmpje met ‘het geluid van wobbling jelly’, voor het eerst opgenomen door Bompas & Parr (aldus Bompas & Parr). Het zou een goeie zijn voor de quiz van radiozender Q-music waarbij luisteraars Het Geluid moeten raden. Het is een tamelijk smerig geluid.

Engeland is het jellyland bij uitstek en Bompas weet wel hoe dat komt. „Engeland heeft een lange geschiedenis met jelly’s. In de Victoriaanse en Edwardiaanse tijd (halverwege de negentiende en begin twintigste eeuw, red.) was het iets voor de rijken. Zij gebruikten jelly’s om hun tafels te versieren. Een trilpuddingvorm gebruik je alleen voor trilpudding. Dat is pure luxe, een vorm die je nergens anders voor kunt gebruiken. Lagere klassen hadden die niet.”

Een soort Willy Wonka’s

Bompas & Parr waren al vrienden voordat ze een duo waren, sinds hun dertiende. 7,5 jaar geleden, Harry was architect, Sam pr-medewerker, begonnen ze met hun puddingbusiness, niet wetende dat ze op een dag gelatinepuddingen zo groot als zwembaden zouden maken. En dat ze een soort Willy Wonka’s zouden worden die in de echte wereld maken wat we alleen kennen uit Charlie and the Chocolate Factory, inclusief limonademeren en chocoladewatervallen.

„Het kookboek gebaseerd op dat boek van Roald Dahl was mijn eerste en favoriete boek. We zijn totaal Willy Wonka-ish. Toen we kauwgom hadden gemaakt die bij elke hap anders smaakt, zoals de driegangenkauwgom van Willy Wonka, waren er mensen die zeiden: waar zijn de Oompa Loompa’s!”

Het werk van Bompas & Parr is soms in musea te zien, bij festivals of feesten of presentaties van merken. Soms kun je het eten of drinken, soms is er iets te doen, soms komt er geur of muziek bij, soms is het alleen om naar te kijken. Hun projecten zijn in Londen, in Dubai of in de stratosfeer, zoals de koffiebonen die ze lanceerden om ze op 37 kilometer hoogte uit een ballon te laten ploppen.

Veel van hun werk is in opdracht. In januari ontwierp het duo een aroma-avontuur in een kerk bij de lancering van de nieuwe geur van David Beckham. Voor het warenhuis Selfridges maakten ze eens een miniatuurstad van gingerbread (gemberkoekjes). Sommige dingen zijn bijna niet uit te leggen; zoals de conceptuele kommen die ze voor een nieuwe bonenlijn van Heinz ontwierpen, met een lepel erbij waar geluid uitkomt zodra je die in je mond steekt. Maar met dat soort commerciële projecten runnen ze wel hun studio.

Ambachtelijke kauwgom

Het gaat bij Bompas en Parr altijd over eten. „Alhoewel, kauwgom is geen eten. Daarom is het ook zo interessant! Het zit ergens tussen voedsel en plastic. En het is interessant om iets wat zo chemisch en industrieel is terug te brengen naar iets wat je zelf maakt. In een kauwgomfabriek konden mensen zelf smaken uitkiezen en zelf mixen met gom, water, citroenzuur, kleurstof en suiker. En zo werd kauwgom ineens iets heel ambachtelijks.”

Laten we dan zeggen: het gaat erom hoe je iets eetbaars visueel aantrekkelijk kunt maken, al is aantrekkelijk ook weer niet genoeg. Spectaculair is beter. „Soms duurt het wel een half jaar voordat iets wat we in ons hoofd hebben ook kunnen uitvoeren. We zitten hier met een kantoor vol mensen met specialistische kennis.” Zo slaagden ze er in 2013 in een glow-in-the-dark cornetto te maken door enzymen toe te voegen die reageren op UV-licht. Dat duurde even, omdat het bitter van het oplichtende riboflavine (vitamine B12) gemaskeerd moest worden, maar het gaf in de bioscoop zo’n geweldig effect dat ze daarna door zochten naar enzymen die ook zonder speciaal licht in het donker oplichten. „Er werken hier biochemici, maar ook biologen, die alles weten over lichtgevende visjes bijvoorbeeld.”

Toch maar geen spermacocktail

Hoewel geen gelatineberg te hoog is, zijn er, net als op ieder kantoor, ook dagen waarop de dingen tegenzitten. Voor een tentoonstelling het MoMa in Australië wilden Bompas & Parr een spermacocktail maken, weer eens wat anders dan gin & tonic. Maar die ‘semen cocktail’ werd in Australië niet zo’n goed idee gevonden.

Van welke ontwikkelingen in de voeding wordt Sam Bompas nou zelf nog zo blij als een kind? Het blijft even stil. „Er verandert eigenlijk niet zoveel op het gebied van voedsel”, zegt hij. „Ik ben de laatste tijd eigenlijk vooral opgewonden over zeldzame vruchten.”