Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Woorden zijn magneten

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Sommige zinnen kun je alleen maar ontkennen. ‘Dat is om aan te zien’, bijvoorbeeld, ‘ik kan hier chocola van maken’, ‘wij kunnen ons aan de indruk onttrekken’ of ‘hij vindt dat plan denderend’.

Zulke uitdrukkingen trekken met een geheimzinnige kracht negatieve woorden als niet, nooit en geen aan: denderend zonder niet is als een koelkastmagneetje zonder koelkast.

Welk ontkennend woord je gebruikt, doet er vaak niet eens toe. Je kunt zeggen dat wij ons niet aan de indruk kunnen onttrekken of dat we dat op geen enkele manier doen of zelfs nauwelijks: zo lang er iets negatiefs doorklinkt, voelt ‘aan de indruk onttrekken’ zich op zijn gemak.

Magneetwoorden zijn een wonderlijk verschijnsel, maar zeldzaam zijn ze niet. De Groningse hoogleraar Nederlandse taalkunde Jack Hoeksema stelde een paar jaar geleden een lijst met 841 van dit soort woorden en uitdrukkingen samen, van ‘ik vind daar wat aan’ tot en met ‘dat is zuivere koffie’.

Het werkwoord hoeven is ook een voorbeeld: ‘niemand hoeft iets te doen’, ‘jij hoeft niets te doen’, ‘je hoeft dat op geen enkele manier te doen’, ‘je hoeft dat nooit te doen’ – zolang er maar iets ontkend wordt, is het in orde. Alleen als ontkenning ontbreekt, zeggen we liever moeten. Dat woord vertegenwoordigt daarmee de andere pool van de magneet, want het stoot ontkenningen juist af. Hoeven wordt daarom ‘negatief-polair’ genoemd en moeten ‘positief-polair’.

Het Nederlands is ook niet de enige taal met dat soort woorden. Het Engels heeft at all (‘I didn’t like him at all’) en het Frans avoir un chat (‘Il n’y avais pas un chat’, er was geen kip). Ook ver buiten Europa kun je magneetwoorden vinden.

Hoe leert een kind zoiets? Een ding is zeker: magneetwoorden zijn doorgaans geen lesmateriaal, en toch doen moedertaalsprekers het vanzelf goed. Geen volwassen moedertaalspreker zegt ‘je hoeft dat’. De promovenda Jing Lin van de Universiteit van Amsterdam onderzocht hoe dat kan. Zij publiceerde er vorige week een artikel over in het vakblad The Linguistic Review.

Volgens Lin gaan kinderen ervan uit dat ieder nieuw woord dat ze leren weleens magnetisch zou kunnen zijn. Dat geldt voor hoeven net zo goed als voor moeten. Alleen als ze iemand bijvoorbeeld ‘je moet komen’ horen zeggen, passen ze hun verwachting aan: kennelijk kan dat woord best zonder ontkenning. Ze leren dus niets aan voor hoeven, ze leren iets af voor niet-magnetische woorden.

Door nauwkeurig de taal van kleine Nederlandstalige kinderen te observeren, vond Lin sterke aanwijzingen voor haar theorie. Zo blijken ze in eerste instantie hoeven alleen te gebruiken met het onbetwistbaar negatieve woordje niet. Ze zeggen dus wel ‘ik hoef dat niet’, maar nog niet ‘ik hoef dat nooit’ of ‘ik hoef geen soep’. Pas gaandeweg breiden ze de lijst woordjes uit die kennelijk óók met hoeven gecombineerd mogen worden.

Kinderen die een taal leren zijn zo bezien kleine wetenschappertjes: ze beginnen met de hypothese dat ieder woord magnetisch is en passen deze gaandeweg aan de data die ze vinden aan.