Wijzer makende weetjes

De axolotl doet geen moer, leunt wat tegen een waterplant, hapt eens naar lucht en als er iets eetbaars voorbij drijft moet zijn spijsvertering daar een dag van bijkomen. Hij ziet eruit als een Walt Disney-creatie, een platgedrukt bolletje met twee handjes, wat uitsteeksels en slaperige oogjes. Een foto van het beestje siert de omslag van Jelle’s weekdieren, een bundel met columns die bioloog Jelle Reumer voor Trouw schrijft.

Schattig, die axolotl? Dat is niet alles. Het dier beschikt over een enorme regeneratiekracht. Afgebeten poten of kieuwen groeien gewoon weer aan. Hoe dat zit? Ja, wie daar achterkomt doet een ‘Nobelprijswaardige ontdekking’, waar de beschadigde mens veel baat bij zou hebben.

Reumer voert steeds een ander dier op: een teek, een olifant, een kwal, een hamster. Geestig en erudiet onthult hij dan iets over de beestensoort waar je wijzer en vaak ook blijer van wordt. Interessant ook zijn de cijfers die je in de columns tegenkomt: Nederland telt tachtig soorten libellen. In Amerika lopen na de massaslachting van de bizons omstreeks 1890 weer een half miljoen exemplaren rond. Tegenover die misère staat het wonder van de kolibrie, dat glamourous ogende en rap vleugelklappende vogeltje is ‘de kleinste nog levende dinosaurus’. Menige dino mag dan monsterlijke proporties hebben aangenomen, de meeste soorten waren veel kleiner. En zo’n 66 miljoen jaar geleden stierven de mastodonten uit, maar bleven die gevederde dino’s, de vogels, overeind. De kolibrie is hun nakomeling.