Schadelijk: de bedrijfseconoom en regelneef vervangt de hoofdingenieur

Bouw van de Afsluitdijk in april 1932.
Bouw van de Afsluitdijk in april 1932.

Kennis van de inhoud wordt in Nederland Handelsland onvoldoende gewaardeerd. Blijven we vakdeskundigheid relativeren dan krijgen we nog meer overbodige regels en kunnen we een sterke economie vergeten, betoogt organisatiedeskundige Mathieu Weggeman.

De wegverkeerspolitie gaat varen, de spoorwegagenten moeten de auto in en de waterpolitie gaat zich ontfermen over de stations en de treinen. Op pagina 2 van het regeerakkoord Rutte II staat: „Een sterke economie heeft baat bij een hoge kwaliteit van dienstverlening door de overheid. Dat kan alleen als we vakmanschap meer ruimte en waardering geven.” Is het onvermogen of hypocrisie?

Het gaat hier om 1300 professionals die van hun vak houden en er veel moeite voor doen om er goed in te worden – en goed in te blijven. Maar dat is blijkbaar voor de betreffende beleidsmakers en bestuurders nauwelijks relevant. Alles wat beweegt, is verkeer, zo denken zij – en of dat nu op de weg, water of rails gebeurt, ach, dat zijn details. Zo wordt niet alleen kennis en ervaring van vakmensen door de goot gespoeld, ook hun motivatie krijgt een dreun omdat hun specialisme niet wordt erkend en al helemaal niet gewaardeerd.

„Mensen in de voorste linie van het onderwijs, in de zorg en bij de politie moeten trots kunnen zijn op hun werk”, staat er op diezelfde pagina 2 van het regeerakkoord. Dat wordt de verkeersagenten op deze manier wel erg moeilijk gemaakt. Professionals zeggen dat het ongeveer 10.000 uur kost om meester in je vak te worden. Dat betekent dat je ongeveer drie uur per dag of zo’n twintig uur per week bezig moet zijn met leren, oefenen en ervaring opdoen, en dat tien jaar lang. Dan pas kun je anderen de fijne kneepjes van het vak bijbrengen. Dan pas kun je school maken en aan een reputatie van excellentie gaan werken. Er is geen short cut voor ervaring.

Lees verder (€)

Mathieu Weggeman is hoogleraar Organisatiekunde aan de TU Delft en lid van de Raad voor Cultuur.