Oost-Europa gelooft wél in vooruitgang

Het is waar: links verkeert in crisis. Maar stel het links van Oost-Europa en dat van West-Europa niet gelijk, zegt Nausicaa Marbe.

Illustratie Studio NRC

‘Niemand gelooft meer in de democratie, maar iedereen speelt het spel mee.” Met dit provocerende citaat van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek luidde Caroline de Gruyter vorige week haar betoog in deze krant in over de zelfmoord van links in Europa (het coververhaal ‘Hoe het linkse verhaal verdwenen is’). Links heeft schuld aan de eigen crisis, sociaal-democraten zijn hun verhaal kwijt, globalisering heeft links en rechts weggevaagd. In de kapitalistische jungle die overblijft wanen we ons onterecht vrij.

Jammer dat veel rake inzichten in dat stuk gepaard gaan met haastige generalisaties en conclusies. Ja, links is in crisis en de verzorgingsstaat in nood, maar daarmee is het democratisch besef nog niet dood. In zeventien Europese landen regeert links. Dat in de andere landen (conservatief) rechts regeert, betekent niet dat het verhaal van een rechtvaardige samenleving verdwijnt.

Neem de voormalige Poolse premier Donald Tusk, een conservatief-liberaal, nu voorzitter van de Raad van Europa. Als deze oud-vakbondsman over solidariteit in Europa speecht, lijkt daar een ouderwetse sociaal-democraat aan het woord. De voormalige Oostbloklanden stellen de linkse westerse denkbeelden over goed en fout, socialisme en kapitalisme voortdurend op de proef. Al met al heeft de overgang naar het kapitalisme en naar een rechtsstaat in Oost-Europa, ondanks alle valkuilen van een snelle omwenteling, meer vrijheid, rechtvaardigheid en welvaart gebracht dan de communistische dictaturen.

Ja, er is armoede versus exhibitionistische rijkdom. Maar tijdens het communisme was enkel de geprivilegieerde nomenclatura rijk en kampte de rest van de bevolking met onderdrukking, schaarste en in sommige landen zelfs diepe misère. Dat werd ontkend of gebracht als een patriottistisch offer voor een vijfjarenplan.

Brussel grijpt in, weten ze in Oost-Europa

Het is te hopen dat rechtvaardigheid in Europa meer behelst dan het verkleinen van de welvaartskloof tussen arm en rijk, hoe belangrijk dat ook is. Rechtvaardigheid betekent ook dat lidstaten gelijke democratische kansen krijgen. Dat de EU de ontwikkelingen in de jongste rechtsstaten streng bewaakt en in actie komt tegen ondemocratische wetswijzigingen. De Hongaarse premier Orbán (die nu de doodstraf wil invoeren) en de Roemeense premier Ponta (die de strijd tegen corruptiestrijd ondermijnt) hebben de afgelopen jaren gemerkt dat pogingen om onder andere de rechterlijke macht te frustreren tot ingrepen vanuit Brussel leiden.

In haar stuk klaagt De Gruyter dat politieke debatten in Europa „niet gaan over de rechtvaardige maatschappij waar links voor stond”. Achteloos worden westerse landen en de voormalige Oostbloklanden bij elkaar geharkt. Maar het links van West-Europa valt niet te vergelijken met het links uit het voormalige Oostblok. De sociaal-democratie die de westerse verzorgingsstaten heeft vormgegeven, stond haaks op het ontaarde, misdadige links achter het IJzeren Gordijn. Na de val van de Muur bleken veel linkse politici in Oost-Europa dilettanten die zichzelf verrijkten terwijl ze het ancien regime en hun veiligheidsdiensten vertegenwoordigden.

Geen wonder dus dat veel Oost-Europeanen verlangden naar iemand uit het bedrijfsleven als premier of president. Wat De Gruyter ziet als de overwinning van de managermentaliteit over sociale bezieling, zagen Oost-Europeanen anders: als overwinning op de communistische mentaliteit. Wel dringt inmiddels in de jongste EU-lidstaten met hoge corruptiecijfers het besef door dat managers in de politiek niet immuun zijn voor malafide praktijken.

Daarom groeit ook in Oost-Europa de behoefte aan leiders die moreel leiderschap aandurven. Kijk bijvoorbeeld naar de net gekozen Roemeense president Klaus Iohannis. Hij kwam aan de macht omdat hij als burgemeester zijn stad Sibiu welvaart, orde en fatsoenlijk bestuur bracht. Zijn stembuszege is het gevolg van bewustwording bij het Roemeense electoraat. Er is gekozen voor iemand die zich verre houdt van ordinaire, in de media uitgevochten vetes, diefstal, corruptie en machtmisbruik. In de verwachting dat hij de rechtsstaat zal consolideren waar de politieke maffia zo bang voor is.

Hervormingen vanuit de samenleving

Omdat regeringen traag zijn, mikt de jonge generatie in Oost-Europa op hervormingen vanuit de samenleving. Zo kende Bulgarije een sterke Occupy-beweging. Toen de Roemeense regering een onwettige deal maakte over de exploitatie van de eeuwenoude Rosia Montana-mijnen (met ecologisch rampzalige gevolgen), groeide het lokale verzet uit tot de internationaal protestbeweging Save Rosia Montana die zelfs door Hollywoodsterren werd gesteund. Een bergdorpje werd een symbool voor de strijd tegen roekeloze multinationals.

Het is aan de jonge, vindingrijke generatie in Oost-Europa om voorbij het begrijpelijke cynisme van hun ouders en grootouders te kijken en de democratie te herijken. Vorige week organiseerde de Universiteit van Boekarest een conferentie over sociale bewegingen in Centraal- en Oost-Europa. Rosia Montana blijkt de top te zijn van een piramide met een brede basis in gehuchten waar geen camera komt draaien. Daar organiseren bewoners vreedzame acties tegen vernieling van natuur, cultuur, democratisch bestuur en burgerrechten. De universiteit wil deze stille revolutie wetenschappelijk in kaart brengen.

Maar goed ook, want als we alleen afgaan op Zizek moeten we in hen vooral slaven van het kapitalisme zien die in onvrijheid spartelen. Sneu voor de onheilsprofeet, maar het geloof in democratie leeft.