Ook zonder Brüggen glanst Orkest van de 18de Eeuw

Een existentiële vraag plaagt het Orkest van de 18de Eeuw. Kunnen we na de recente dood van oprichter Frans Brüggen nog door, en zo ja, op welke manier? Twee opties worden deze week beproefd tijdens een Haydn Weekend in Utrecht en Amsterdam.

Brüggen was bepaald niet exact in zijn aanwijzingen, waardoor het orkest altijd al kamermuzikaal moest samenwerken. Dus lijken ook programma’s zónder dirigent voor de hand te liggen. Maar in de kamermuziekzaal Hertz van TivoliVredenburg (de grote zaal staat sinds een loslatende plafondplaat al weken vol stijgers) werd zondag het charisma van Brüggen én de samenhang node gemist.

Haydns Symfonie nr.82 ‘De beer’ werd vanaf de concertmeesterstoel aangegeven. Men speelde vaak op veilig, toch waren inzetten rafelig en bleef de humor aan de tamme kant. In de ‘Londense’ Symfonie nr.104 ontbrak het in het Allegretto aan scherpheid in dynamisch contrast, al ontketenden de 39 orkestleden een aanstekelijke finale vol spirit.

Nee, dan Die Schöpfung: het avondvullende oratorium naar Genesis had een van de laatste grote projecten met Brüggen moeten worden, maar gonsde zaterdag in de Jacobikerk onder leiding van de Britse gastdirigent Marcus Creed net zo goed van vlammende scheppingsdrang. Geïnspireerd door een verrukt solistentrio en een jeugdig energiek Laurens Collegium Rotterdam bewees het orkest nog altijd te beschikken over een zilveren glans, borrelende onderbuik en lange adem.