Zzp’er en omver geskied

Weinig zzp’ers zijn verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Te duur, zeggen ze. Maar betaalbare polissen bestaan ook. Waar moet je op letten?

Opeens zat ze thuis met een gescheurde kruisband. „Het is cliché,” zegt journalist Eveline Rethmeier (31). „Maar ik dacht: ‘ik ben jong, mij overkomt niets’.” En toen werd ze omver geskied op de piste. Gelukkig was ze ten tijde van het ongeluk in loondienst. „Maar ik had eerder als freelancer gewerkt en sloot niet uit dat ik dat opnieuw wilde doen.”

Ze gaat het inderdaad weer doen: ze is aangesteld als freelancecorrespondent in Italië voor onder andere RTL. Sinds het ongeluk beseft ze „hoe kwetsbaar je financieel bent” als freelancer.

Wie in loondienst is en langere tijd arbeidsongeschikt raakt, heeft recht op een WIA-uitkering – genoemd naar de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Maar zelfstandigen en directeur-grootaandeelhouders kunnen daar geen aanspraak op maken. Zij kunnen hooguit de bijstand in. En die uitkering (maximaal 1.370 euro per maand) krijgen ze pas als ze hun spaargeld goeddeels hebben opgegeten en er geen overwaarde op hun huis zit. Tenzij ze zelf iets geregeld hebben – wat sinds 2004 niet meer verplicht is.

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering biedt bescherming, maar is verre van populair onder zelfstandigen. Sterker: terwijl er steeds meer zzp’ers zijn (naar schatting 800.000 volgens het CBS, ruim 940.000 volgens ZZP Barometer) wordt het aantal dat zich verzekert tegen arbeidsongeschiktheid steeds kleiner. Volgens de deze week verschenen ZZP Barometer was hun aantal vorig jaar slechts een op de drie. Marktonderzoeksbureau Gfk komt uit op één op de vier.

Volgens zelfstandigen weerhouden de kosten hen van het afsluiten van een. Die heeft de naam duur te zijn, met premies tot een paar honderd euro per maand. Maar voor wie de tijd neemt en alle opties goed uitzoekt, hoeft dat niet zo te zijn. Waar moet je op letten wanneer je een arbeidsongeschiktheidsverzekering overweegt? En wat zijn de alternatieven?

Spaarpot als buffer

Laat ik meteen een misverstand uit de wereld helpen, zegt financieel planner Hendrik Schakel van financieel adviesbureau Viisi. „Wie denkt dat sparen een arbeidsongeschiktheidsverzekering overbodig maakt, komt bedrogen uit.” Althans: bij langdurig arbeidsongeschiktheid. „Daar kun je niet tegenop sparen.”

Stel, rekent hij voor, dat je elke maand 200 euro opzijzet. „Dan heb je na een jaar 2.400 euro gespaard, plus een beetje rente. Daar red je het misschien net een maand of twee mee.” Wel zorgt zo’n buffer ervoor dat je de eigen-risicotermijn van je polis kunt verlengen. Dat kan 30 à 40 procent premie schelen, heeft Schakel berekend.

Het voordeel van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is dat die je verzekert voor het worst case scenario, niet alleen voor een gebroken pols die je een paar weken verhindert te werken. De belangrijkste vraag die zelfstandigen en directeur-grootaandeelhouders zichzelf moeten stellen, is dan ook: kun je het je permitteren om géén arbeidsongeschiktheidsverzekering te hebben? Als je een groot eigen vermogen hebt of een partner met een inkomen waar je op kunt terugvallen, is een aov wellicht niet noodzakelijk. Net als wanneer je dicht tegen je pensioen aan zit en een klein gat in je inkomsten kunt dichten met spaargeld.

In de overige gevallen kan een aov een verstandige keuze zijn.

Grote premieverschillen

Wil je een polis afsluiten, dan is een belangrijke vraag in hoeverre je kosten van levensonderhoud naar beneden kunnen. Heb je een hypotheek en drie kinderen, dan zijn de mogelijkheden wellicht snel beperkt. Een aov – waarvan de premie overigens fiscaal aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting – dekt dat risico af. Alle grote verzekeraars en een aantal gespecialiseerde dochterpartijen bieden zo’n polis aan, in meer en minder aangeklede vorm.

In de regel geldt: hoe meer risico je draagt, hoe lager je premie. Maar meer factoren zijn van invloed op de premie.

Hoe ouder je bent, hoe hoger de premie. Zo betaal je op je 55e gemiddeld twee keer zoveel premie als op je 35e (zie kader). Ook je beroep is van invloed op de premie. Een timmerman met een grotere kans op arbeidsongeschiktheid betaalt veel meer premie dan een accountant. Het verschil kan oplopen tot 112 procent, bleek in 2013 uit onderzoek van de Consumentenbond – al snel een paar duizend euro extra per jaar. Betaalt een timmerman ‘in het gunstigste geval’ 5.330 euro per jaar, een accountant is al voor 2.160 klaar, aldus de bond.

Verzekeraars onderscheiden vier à vijf beroepsrisicoklassen, maar per verzekeraar kan verschillen in welke categorie je belandt. Artsen en advocaten zitten bijvoorbeeld vaak bij Movir, mensen die in de filmindustrie werken kunnen beter naar Aegon. Schakel: „Daar betalen ze minder premie.”

Informeer vooral bij beroepsvereniging of vakbond bij welke verzekeraar die aangesloten is, of wie ze aanraden. Sluit je een polis via hen af, dan krijg je meestal korting.

De kleine lettertjes

The devil is in the details, zegt advocaat Erik-Jan Wervelman van VWW Advocaten in Utrecht en gepromoveerd op particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Het is dus van belang goed te letten op de voorwaarden van de verzekering.

Mag de verzekeraar bijvoorbeeld nog een inkomenscorrectie toepassen voor hij tot uitkering overgaat? Als dat zo is, en je hebt net twee mindere jaren achter de rug qua omzet, dan loop je het risico dat hij de uitkering verlaagt. Voor een aov zonder die optie, een zogenoemde sommenverzekering, betaal je meer. Wervelman: „Maar deze polis biedt je wel meer zekerheid.”

Veel verzekeraars boden ook budgetpolissen aan, die allerlei ziektes en psychische aandoeningen uitsluiten. De dekking hiervan was soms zo beperkt dat je niet langer kon spreken van een nuttig product, concludeerde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) vier jaar geleden. Veel van deze polissen zijn sindsdien van de markt, al zijn er nog altijd goedkope varianten die meer ziektes uitsluiten dan standaard het geval is.

Zo zijn er meer variabele factoren die een lagere premie opleveren maar de dekking inperken (zie kader). Vergelijkingssites bieden enige indicatie, maar hun advies is meestal niet onafhankelijk, gelieerd als ze vaak zijn aan een verzekeraar of tussenpersoon. Net als bij vergelijkingssites voor zorgpolissen. Belangrijk is daarom volgens Wervelman om een adviseur te nemen die in aov’s gespecialiseerd is.

Overstappen loont

Maar ook adviseurs maken veel fouten, zo blijkt uit het afgelopen maand verschenen rapport Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zelfstandigen van de Autoriteit Financiële Markten. Doordat adviseurs zich vaak onvoldoende specialiseren, of dossiers onzorgvuldig opbouwen, lopen consumenten „aanzienlijk risico” op onnodig hoge premie, stelt de toezichthouder. Vaak zien zzp’ers daardoor ten onrechte af van een aov, zegt de AFM. Kies dus sowieso een adviseur die vaak aov’s afsluit.

De kosten die adviseurs rekenen, zijn intussen verlaagd. De overheid stelde in 2013 een provisieverbod in. In plaats van een percentage van de premie (dat kon oplopen tot zo’n 20 procent) betaal je nu eenmalig een (niet fiscaal aftrekbaar) bedrag van 500 à 1.200 euro. Wil je dat de adviseur elk jaar je polis tegen het licht houdt, dan kost dat jaarlijks 100 à 300 euro extra. Het is verstandig, zegt Annemieke Postema van Maan Financieel Advies om te kijken of de dekking nog overeenkomt „met wat je nodig hebt.” Bijna alle verzekeraars bieden de eerste drie à vijf jaar instapkorting. Postema: „Na die periode kan het lonen om over te stappen, zodat je opnieuw korting krijgt.”

Freelancejournalist Rethmeier zag uiteindelijk af van een aov. „Na gesprekken met een financieel adviseur en andere freelancers kwam ik tot de conclusie dat ik het te duur vind. Ik ben best een taaie en heb genoeg spaargeld om het zonder inkomen desnoods een jaar vol te houden. En als het echt niet anders kan, kan ik op mijn ouders en vrienden rekenen. Ik wil bij de inrichting van mijn leven niet uitgaan van het allerergste wat me zou kunnen overkomen.”