Voor ruïnestad dreigt verwoesting

IS nadert in het hart van Syrië de ‘Stad van Duizend Zuilen’. Assads regering waarschuwt voor een ‘catastrofe’.

Syriërs fietsen langs de zuilen in Palmyra in maart vorig jaar, toen IS nog geen pogingen deed om de stad in te nemen.
Syriërs fietsen langs de zuilen in Palmyra in maart vorig jaar, toen IS nog geen pogingen deed om de stad in te nemen. Foto Joseph Eid/AFP

In de Romeinse keizertijd kreeg Palmyra, nu in het hart van Syrië, de bijnaam ‘Stad van Duizend Zuilen’. Het was een van de grootste steden van het rijk. Hij is intussen vervallen tot een woestijnruïne, maar de vele zuilen zien er nog steeds indrukwekkend uit. Het is de vraag hoe lang nog. Het leger van de Syrische president Assad heeft de ruïnestad gebruikt als verschansing voor zijn tanks en daarmee vuur getrokken. Intussen ligt Palmyra binnen het schootsveld van Islamitische Staat (IS). En die kent geen genade met pre-islamitische monumenten, weten we sinds de recente beeldenstorm in Irak.

De oasestad Palmyra was sinds zijn ontstaan in het tweede millennium voor Christus het begin van de karavaanroute die havens aan de Middellandse Zee verbond met China en India. De stad beleefde in de tweede eeuw na Christus zijn grootste bloei. De Aramees en Grieks sprekende elite werd er steenrijk van de handel in oosterse zijde en kruiderij. In 213 kregen de stad en het omliggende gebied de status van colonia van het Romeinse Rijk.

Een militair bastion

Palmyra ligt niet voor het eerst in de frontlinie. De stad lag namelijk gevaarlijk dicht bij dé grote rivaal van Rome – en later Byzantium: het Perzische Rijk onder de dynastie der Sassanieden. Palmyra was dan ook een militair bastion met een eigen legermacht, die diende als hulptroepen van het Romeinse leger. Nadat keizerlijke troepen in 260 waren verslagen door de Perzische koning Shapur I, bracht een Palmyreens leger de Perzen nog datzelfde jaar een nederlaag toe aan de Eufraat.

De heersers van Palmyra mochten van Rome koninklijke titels voeren en die status steeg ze naar het hoofd. In 270 veroverde koningin Zenobia een deel van het Midden-Oosten westelijk van Mesopotamië, inclusief Egypte. Dat ging keizer Aurelianus te ver en hij rustte een expeditie uit tegen Palmyra. De stad werd gespaard, maar kreeg een permanent garnizoen van 600 boogschutters. Toen een neef van Zenobia in 273 in opstand kwam tegen Rome, werd de stad verwoest. Het belangrijkste heiligdom van de stad, de tempel van Bel (of Baal), werd geplunderd.

Kilometer lange zuilenrij

Palmyra staat op de Lijst van Werelderfgoed van Unesco. De belangrijkste overblijfselen zijn de ruim een kilometer lange Grote Colonnade, een imposante zuilenrij langs wat ooit de hoofdstraat van Palmyra was, en de tempel van Bel, nu het meest complete monument van het complex. Verder zijn in Palmyra de overblijfselen te vinden van een Romeins badhuis, gebouwd op de fundamenten van een koninklijk paleis, en een 1.500 jaar oude Byzantijnse kerk, de grootste die ooit is gevonden in Syrië. Een zijstraat van de zuilenrij leidt naar het Kamp van Diocletianus, de resten van een legerplaats voor het Romeinse garnizoen. Aan de rand van het ruïnecomplex liggen ondergrondse grafkamers. Beelden uit de tombes zijn te zien in een museum op het terrein.

Sinds het begin van de Syrische burgeroorlog is er op het complex geplunderd en zijn monumenten beschadigd door alle strijdende partijen. In 2012 verscheen een video waarin Syrische soldaten sjouwen met grafstenen, waarschijnlijk afkomstig uit het museum. Sinds 2013 vertoont de voorgevel van de tempel van Bel een gat door de inslag van een mortiergranaat en de zuilen van de Grote Colonnade zijn beschadigd door granaatscherven.

Maamoun Abdul Karim, directeur Oudheden en Musea van het Syrische ministerie van Cultuur, zei twee jaar geleden dat Assads leger tanks en manschappen had verschanst op het terrein. Donderdag meldden diverse bronnen dat militanten van IS de aanval had ingezet op Tadmur, een moderne stad vlakbij Palmyra. Daarop zei dezelfde Abdul Karim dat als Palmyra in handen van IS valt dit een ‘internationale catastrofe’ betekent.