Verkiezingen analyseren gaat beter met getelde stemmen

Helaas, het werd het zevende scenario. Op de dag van de Britse verkiezingen bracht NRC Handelsblad een bladvullend voorpaginastuk met „zes scenario’s” voor de uitslag en formatie. Eén ding stond vast, wist de krant: er dreigde „politieke chaos”, want Conservatieven noch Labour zouden een meerderheid halen (Britse politici wacht een lastige puzzel, 7 mei).

U kent de afloop: Camerons Conservatieven haalden onverwachts een absolute meerderheid – nu net het enige wat de voorpagina niet had voorspeld.

Een vergissing in commissie, dat wel: de krant onderscheidde zich niet van andere media, die er ook naast zaten op basis van peilers, politicologen, bookmakers en statistici. Maar dan nog: ook bij peilingen en deskundigen past journalistieke argwaan, dus een zevende scenario – een uitslag tegen de verwachtingen in – was wel geboden geweest. In de loop van de avond werd daar ook wel even aan gedacht, voor de reprise van het stuk in nrc.next, maar tevergeefs, ook de ochtendkrant koerste nog op de, intussen achterhaalde, prognoses.

Toch pijnlijk – en op zijn minst een waarschuwing dat afgaan op peilingen kan leiden tot tunnelvisie, al was het nu dan een tunnel met zes banen. Maar goed, de redactie in Amsterdam wilde een prognostisch stuk op de voorpagina.

Is dat verstandig? De krant ging recentelijk, nu niet op de voorpagina, ook al de mist in met een stellige vooruitblik op andere verkiezingen, die in Israël. Luttele dagen voordat Likud van zittend premier Netanyahu die won, kopte de krant: Israël is uitgekeken op Netanyahu (14 maart). In het artikel zelf was de correspondent iets voorzichtiger („Israël lijkt uitgekeken…”), maar het intro hamerde de boodschap erin: „Grote kans dat zijn belangrijkste uitdager Isaac Herzog dinsdag de meeste stemmen krijgt.”

Toen de stemmen waren geteld, bleek de diagnose de prognose weer niet te dekken en moest de krant iets heel anders vaststellen: Netanyahu kan nu gaan doen wat hij wil (18 maart). Hij was de „grote winnaar van de verkiezingen”. De correspondent over de uitslag: „De verandering in stemgedrag is klein, maar voor Netanyahu van groot belang.”

In het commentaar somberde de krant nog wat na: Keuze van Israël voor Netanyahu biedt weinig hoop (18 maart).

Ook toen volgde de krant de peilingen: in de laatste, vier dagen voor de verkiezingen, stond Herzog consequent vier zetels voor op Netanyahu. Ook Israëlische media gingen daarvan uit. Les, zegt de correspondent, is dat de krant nadrukkelijk een slag om de arm moet houden.

Inderdaad. Altijd goed, ook voor wie niet postmodern wil zijn, om rekening te houden met de wraak van de „zwijgende meerderheden”, zoals de Franse socioloog Jean Baudrillard het noemde, meerderheden die zich op het cruciale moment niets aantrekken van de stethoscoop die media, sociologen en statistici op hun borst gedrukt houden.

Toch zou ik ook een bredere les trekken. Peilingen mogen linke soep zijn, ze moeten van de weeromstuit ook geen kop-van-jut worden. Zeker in Nederland zou eerder meer en beter moeten worden gepeild – hoe vaak had Maurice de Hond het bij verkiezingen eigenlijk bij het rechte eind? – dan minder. De vraag lijkt me eerder, of de krant wel zo gretig moet vooruitlopen op gebeurtenissen die nog eh… moeten gebeuren.

Vooruitblikken met „vragen” of „scenario’s” over nieuws dat staat te gebeuren is al jaren een journalistiek genre, niet alleen bij deze krant. Nu het nieuws overal bliksemsnel in nulletjes en eentjes op straat ligt, willen media hun meerwaarde bewijzen door ‘voorbij het nieuws’ te gaan, de diepte in en meteen aan het duiden – soms nog voordat het nieuws zich goed en wel met gekamde haren heeft aangediend. Symptomatische vraag in het NOS Journaal: „Hoe gaat het nu verder?” Want we willen dóór.

Dat geldt met name voor aangekondigd groot nieuws als verkiezingen, topconferenties, rechtszaken, de publicatie van belangrijke rapporten en meer. Maar de lat voor ‘speculyse’, zoals een redacteur het noemt (een combinatie van analyse en speculatie) ligt inmiddels wel vrij laag. Een blik in het archief levert scenariostukken op over zulke uiteenlopende onderwerpen als Brusselse besluitvorming over emissiehandel en de toekomst van voetbalcoach Guus Hiddink.

Het ‘achterliggende idee’ is natuurlijk goed, namelijk dat de lezer van de krant tevoren al een handvat aangereikt heeft gekregen met informatie, uitleg en context, om nieuws te begrijpen terwijl dat zich ontvouwt. Dat past bij de gidsfunctie van een modern nieuwsmedium, en zeker bij een avondkrant.

Maar het risico is: glazenboljournalistiek. Zeker bij verkiezingen riskant, want journalisten houden nu eenmaal van ophef, chaos, dramatische ontwikkelingen, sterke uitdagers – kortom, van nieuws. Dat kan vertekenen. Zoals NRC Handelsblad, meevibrerend met de peilingen, de campagne voor de Kamerverkiezingen van 2012 bedolf onder analyses, waarvan de koppen op de voorpagina onder meer vaststelden dat PvdA en SP streden „om de linkse kiezer” en de latere verliezers CDA en D66 een sleutelrol zouden krijgen in de kabinetsformatie.

Juist bij verkiezingen lijkt me er iets voor te zeggen om de uitslag pas te analyseren als, nou ja, de stemmen geteld zijn – dat is tenslotte het idee. Gelukkig doet de krant dat ook geregeld, soms met vele, vele pagina’ s – en zo hoort het ook, bij het ‘feest der democratie’.

Nog een algemene kanttekening bij de trend naar ‘voorafstukken’. Krijgen de feiten, als die dan eindelijk binnen komen sjokken, dan nog wel een warm onthaal, of zijn ze na alle prognoses al zo (virtueel) uitgekauwd dat ze meteen door kunnen naar de uitgang? Een redacteur die een stevig stuk schreef aan de vooravond van EU-milieubesluitvorming, moest na afloop voor de uitkomst ervan terecht in de kortkolom.

Zo kan de gevoelstemperatuur van feiten afnemen, juist omdat het vuurtje van tevoren al zo hoog is opgestookt.

Je zou zeggen: nieuws is achteraf ook nog nieuws – ik bedoel, als het er is.

    • Sjoerd de Jong