Prada toont lef en klasse in Milaan

Van een oude drankfabriek in Milaan maakte architect Rem Koolhaas voor Prada een prachtig museum. Het luxe modemerk laat er sinds vorige week exposities en zijn eigen collectie moderne kunst zien.

Links: Het opvallendste gebouw in het complex is het met bladgoud beklede Haunted House. Foto’s Reuters, AP, AFP

Je zou verwachten dat de nieuwe Prada Foundation in een deftige wijk van Milaan gevestigd zou zijn. Maar het vorige week geopende museum van verzamelaarsechtpaar Patrizio Bertelli en Miuccia Prada ligt vrij onopvallend aan de rand van een rangeerterrein, in een multiculturele wijk aan de zuidkant van de stad. Op de gevel van de honderd jaar oude, door Rem Koolhaas verbouwde distilleerderij prijkt geen protserig Prada-logo, maar staat alleen de naam ‘Fondazione Prada’ in bescheiden letters. Je zou er haast aan voorbijlopen.

Het is een trend in de kunstwereld om oude industriële complexen om te bouwen tot kunsttempels – denk aan Tate Modern of de vele Duitse musea in voormalige fabriekspanden. Maar zo stijlvol als dat door Koolhaas’ bureau OMA is gedaan in Milaan, zie je het niet vaak. De distilleerderij uit 1910 bestaat uit zeven heel verschillende gebouwen, waaronder oude pakhuizen en graansilo’s, die hun industriële uiterlijk grotendeels mochten behouden. Koolhaas voegde er drie nieuwe gebouwen aan toe: een glazen kunsthal (Podium), een filmtheater van roestvrij staal (Cinema) en een tien etages tellende toren van wit beton (Torre), die nu nog in aanbouw is. Samen hebben de panden 19.000 m2 expositieruimte – twee keer zoveel als het pas geopende nieuwe Whitney Museum in New York.

Koolhaas, die eerder Prada-winkels ontwierp in New York en Los Angeles, noemt het complex „een campus”. Je zou het ook een kleine kunststad kunnen noemen, met pleinen, steegjes en loopbruggen. „Het is geen restauratieproject en het is ook geen nieuwe architectuur”, aldus de sterarchitect. „Het is een ensemble van fragmenten die niet samensmelten tot één beeld en waarbij geen enkel deel het andere mag domineren.”

Bladgoud

Anders dan bijvoorbeeld het nieuwe museum dat Frank Gehry in Parijs bouwde voor Louis Vuitton is de Prada Foundation niet bedoeld om te imponeren. Alles staat hier in het teken van de kunst. Je zult er geen museumwinkel vol Prada-tassen vinden. Wel is er een geweldig café, Bar Luce, dat door de Amerikaanse filmregisseur Wes Anderson in fiftiesstijl is ingericht, inclusief formica stoeltjes, flipperkast en jukebox.

Het meest uitzinnige deel van het complex is een smal, vier verdiepingen tellend gebouw dat Koolhaas Haunted House noemt omdat het zo vervallen was toen hij het voor het eerst betrad. Nu steekt het als een opvallend baken boven de andere panden uit, bedekt onder een laag 24-karaats bladgoud. De benodigde vier kilo aan bladgoud werd door gespecialiseerde ambachtslieden op de gevel gewreven, zoals dat in Italië al sinds de Renaissance wordt gedaan. Het is volgens Koolhaas een heel goedkoop materiaal, beter te betalen dan marmer of zelfs verf.

Voor de nieuwe expositieruimte, een modernistische, Mies van der Rohe-achtige kubus, gebruikte Koolhaas gangbare materialen als glas en marmer. Maar daar bovenop plaatste hij een lange containerachtige ruimte zonder ramen. Wanden en plafonds zijn van binnen en buiten bekleed met materiaal dat er van een afstandje uitziet als piepschuim of een grove steensoort, maar dat opengewerkt aluminium blijkt te zijn. Zo is dit hele complex een feest van contrasten: nieuw en oud, donker en licht, groot en klein, open en besloten, horizontaal en verticaal.

Iedere ruimte heeft zijn eigen sfeer. In het Haunted House, waar de ruimtes betonkleurig zijn gelaten, is een permanente tentoonstelling van werken van Robert Gober en Louise Bourgeois uit de eigen collectie. Het is een fantastische combinatie: Bourgeois’ beklemmende kamers en Gobers surrealistische hoekdeuren. Ze roepen in dit behekste huis een heftig beeld op van jeugdtrauma’s en onderdrukte seksualiteit.

Gespierde torso’s

Het openingsprogramma getuigt van lef en eigenzinnigheid. In de Cinema mag de omstreden filmmaker Roman Polanski, die eerder al eens een reclamefilm voor Prada maakte, zijn favoriete films tonen. En op de eerste expositie Serial Classic wordt geen hippe actuele kunst gepresenteerd, maar worden beelden uit de klassieke oudheid getoond. „Een tentoonstelling met hedendaagse kunst zou te voor de hand liggend zijn geweest”, aldus Miuccia Prada. Dus staan er nu gespierde torso’s als etalagepoppen achter het glas van Koolhaas’ nieuwe kunstkubus – als prototypes van het klassieke schoonheidsideaal. Serial Classic is een fascinerende tentoonstelling over massaproductie in de klassieke oudheid. Een prachtige Penelope van fonkelend marmer uit 450 voor Christus, een topstuk uit het Nationale Museum van Iran, staat er naast latere Romeinse kopieën uit het Vaticaan Museum. Dat kunstenaars zich elkaars ideeën en beelden toe-eigenen, is dus even oud als de weg naar Rome.

In de zuidelijke galerie, waar de vaste collectie in aaneensluitende zalen en zaaltjes te zien is, wandel je langs topwerken uit de naoorlogse kunstgeschiedenis: het minimalisme van Donald Judd en Walter De Maria, de conceptuele kunst van Piero Manzoni en Yves Klein en de assemblages van Edward Kienholz. Alleen de zaal die van vloer tot plafond is vol gehangen met peperdure schilderijen – van onder meer Jeff Koons, Gerhard Richter, Roy Lichtenstein, Luc Tuymans, Jan Schoonhoven en Lucio Fontana – komt een beetje poenerig en uitsloverig over. Deze zaal zou de „ontwikkeling van smaak in de collectie” moeten laten zien. Maar omdat je de topwerken niet van dichtbij kunt bekijken, verworden ze tot louter decoratie.

Andersom zijn de drie zalen in de reusachtige oude reservoirs – de ‘Cisterna’ – gereserveerd voor slechts drie kubusvormige kunstwerken: een doosje van Eva Hesse, een aquarium van Damien Hirst en een kubieke meter geperste aarde van Pino Pascale. In de hoge, kapelachtige ruimtes krijgen de drie kubussen haast de functie van relieken. Hier wordt de kunst aanbeden.

Spectaculair slotstuk van de rondgang door deze kunstmetropool is een garage vol kunstauto’s. Hier staat een camper van Joep van Lieshout achteloos geparkeerd naast drie glimmende 1955 Chrevrolet Bel Airs van Walter De Maria en een met sigaretten bekleed wrak van Sarah Lucas. Bloedmooie suppoosten, gekleed in strakke zwarte kostuums, staan er als smetteloze chauffeurs tussen. Wat moet het heerlijk zijn om Miuccia Prada te heten. Dan kun je zo’n jongeman op de schouder tikken, met een sleuteltje zwaaien en – in stijl – een stukje uit rijden gaan.