Minutenwerk op de oceaan en dat na duizenden mijlen

De onderlinge verschillen in de zeilrace rond de wereld zijn klein. „Een meesterlijke zet van de een wordt snel gekopieerd door de ander.”

Schipper Douwe Bekking (op de rug gezien) tijdens de zesde etappe van het Braziliaanse Itajaí naar Newport.
Schipper Douwe Bekking (op de rug gezien) tijdens de zesde etappe van het Braziliaanse Itajaí naar Newport.

Ware zeegevechten zijn het. Racejachten die wekenlang zij aan zij over de oceanen varen en finishen als in een olympische finale. Zeilers die kunnen ruiken wat de tegenstanders eten en horen wat er over het dek wordt geschreeuwd. Drie minuten was het verschil tussen de twee eerste boten in de laatste etappe, van het Braziliaanse Itajaí naar Newport aan de Amerikaanse oostkust – zeventien dagen zeilen over ruim 5.000 zeemijl (bijna 10.000 kilometer). „Het is een soort schaakspel geworden”, zegt schipper Bouwe Bekking van het Nederlandse Team Brunel.

Het is matchracen op de oceaan, de twaalfde editie van de Volvo Ocean Race. Met de start van de zevende etappe van Newport naar Lissabon, zondag, keert de vloot terug naar Europa. Onderweg op de Atlantische Oceaan zal het opnieuw dringen zijn: in vier van de zes etappes waren de verschillen tussen de twee eerste boten tussen de drie en vijftien minuten. „Het is steeds meer topsport geworden”, zegt Tom Touber op de kade in Newport, Rhode Island. In het verleden was hij verantwoordelijk voor de campagnes van Brunel Sunergy, ABN Amro en Delta Lloyd, nu is hij operationeel directeur van de race. „Als je één foutje maakt, één keer te vaak overstag gaat, heb je een serieus probleem en kun je zomaar tien minuten verliezen. Aan de finish zie je hoe belangrijk die zijn.”

De organisatie wrijft zich in de handen over de toegenomen spanning. De voornaamste reden is dat voor het eerst in de 42-jarige geschiedenis van de race wordt gevaren met identieke boten, ontworpen en gebouwd in opdracht van de organisatie. „De grote verschillen die je vroeger soms had zijn verdwenen”, zegt Brunel-teamdirecteur Gideon Messink die drie Ocean Races op zijn naam heeft. „Tien jaar geleden was de zwarte boot van ABN Amro zoveel sneller dan de rest dat ze alleen maar hoefde te volgen. Dan zeilden ze de anderen vanzelf voorbij. Maar als je tegenwoordig acht minuten te laat gijpt, ben je weg.”

Het principe van one design was een bewuste, resolute trendbreuk in de beruchte oceaanrace. In het verleden betaalden ABN Amro, het Zweedse Ericsson en het Franse Groupama letterlijk tientallen miljoenen om de winnende boot aan de start te krijgen – vergelijkbaar met de America’s Cup of de Formule 1: de zeiler met het meeste geld won.

Maar de kosten liepen zo hoog op dat sponsors hun interesse verloren. Nu leasen de sponsors een jacht voor 4,5 miljoen euro van de organisatie. De omslag heeft gewerkt: ‘kocht’ Groupama vier jaar geleden nog de overwinning met een budget van 40 miljoen euro, nu doet een team concurrerend mee voor 10 tot 13 miljoen.

En de spanning is terug, na al die ‘bouwwedstrijden’, in de jaren zeventig in gang gezet door wijlen Conny van Rietschoten. „Vroeger wist je na de eerste etappe al wie ging winnen”, zegt Messink. „Dan is negen maanden wel erg lang voor de rest.”

Het one design-principe is niet de enige reden voor de kleine verschillen. Het niveau van de zeilers en hun weer- en navigatieapparatuur is zo geavanceerd dat de ideale koers van de boten bijna vastligt. „Er is niet veel ruimte meer voor afwijkende routes”, zegt Messink. En Touber: „De kans dat jij een route vindt die echt briljant is, is minder dan één procent. Meestal kun je met tachtig procent zekerheid zeggen welke de snelste is.”

In de vloot van zeven boten bestaat wel een discussie over een andere primeur in deze race: het gebruik van het Automatic Identification System (AIS), dat aanvaringen in de scheepvaart moet voorkomen. In veel landen is dat verplicht. Alle boten zenden ruwweg elke twintig seconden via de marifoon een digitaal signaal uit met GPS-positie, snelheid en koers, dat in een straal van zo’n twaalf zeemijl (twintig kilometer) wordt verspreid. Omliggend scheepvaartverkeer – en zeilboten – zien al die gegevens op hun digitale zeekaart. Dat betekent ook dat elke koerswijziging direct zichtbaar is voor de hele vloot.

Veteraan Bekking, bezig aan zijn zevende Ocean Race, begrijpt de maatregel, maar vindt het wel frustrerend. „Het is jammer. Soms doe je een meesterlijke zet, maar je ziet dat de andere boten binnen twee minuten hetzelfde doen. Dat gebeurt constant. Op die manier kun je nooit weglopen.” Hij vindt dat de boten de mogelijkheid moeten krijgen om het AIS-systeem uit te zetten buiten de drukke scheepvaartroutes. „Op de oceaan komen wij bijna niemand meer tegen.”

Bekking heeft onderweg bovendien gemerkt dat het systeem zinloos is in de drukste wateren, zoals rond India en in Zuid-Oost-Azië. „Daar zou je het het beste kunnen gebruiken, tussen die duizenden visserbootjes. Maar die hebben nog nooit van AIS gehoord.”

Touber denkt niet dat het zo veel invloed heeft op het verloop van de race. „Je gaat deze race niet winnen als je de anderen volgt. Dan word je laatste, zeker nu de boten identiek zijn.”

Toch onderzoekt hij een aanpassing voor de volgende editie. „Misschien kunnen we de software zo aanpassen dat je wel alle schepen in de omgeving kunt zien, maar dat de boten van de Volvo Ocean Race elkaar niet kunnen zien.”

Ze zullen elkaar blijven bestrijden op de vierkante meter. Maar de kans is gering dat het kleinste verschil op de finish in de Ocean Race nog wordt verbeterd. In 2006 versloeg het Spaanse Movistar de latere eindwinnaar ABN Amro 1, op de finish in Wellington. Het verschil: negen seconden. „Niet meer dan een halve bootlengte”, glimlacht de winnende schipper van toen – Bouwe Bekking.