Het eerste dat ik kocht was roomboter

Petra Possel (52) presenteert al jaren het Radio 1-programma Kunststof, en sinds 2010 ook Mangiare. Ze schrijft een restaurantrubriek voor de Amsterdam-bijlage van deze krant. Nu is er een boek over haar „etende en drinkende leven”.

Tekst Jessica van Geel Foto Andreas Terlaak

None

Garnalenkroketten

„Je leest mijn boek niet als je een recept zoekt. Zo’n beetje elke dag komt er een nieuw kookboek uit, daar wilde ik er niet nog een aan toevoegen. Bovendien, ik heb geen bijzondere recepten. Ik ben gewoon van de kippensoep, kaasfondue en boeuf bourguignon. Ik schrijf over mijn etende en drinkende leven. Over mislukte garnalenkroketten, mijn mobiele wijnproeverij, troosteten, overschatte sterrenrestaurants en hoe ik mezelf altijd slank denk.”

Jan

„Ik vond het altijd potsierlijk om over mezelf te schrijven. Dus ik schreef alleen journalistieke werken: een biografie over de Antilliaanse schrijver Tip Marugg en reisgidsjes. Vrouw in de Rouw uit 2013 was mijn eerste persoonlijke boek. Toen ik 49 was overleed mijn man. Jan was 64. Tussen het moment van de echte verschijnselen – rillingen – en zijn dood zaten vier dagen; hij had waarschijnlijk een bacterie opgelopen bij een hartklepoperatie. Met zijn dood dacht ik, wat kan mij het schelen wat iedereen ervan vindt en ik schreef korte verhaaltjes over mijn rouwproces. Soms waren dat grappige stukjes, soms heel verdrietige. Jan en ik woonden niet samen. Het idee was dat we iets zouden zoeken als mijn dochter Romy (20) het huis uit was. Ze had al een scheiding achter de rug, ze pendelde heen en weer tussen mij en haar vader, en ik wilde niet nog een man in haar leven brengen. Terwijl Jan ontzettend leuk en lief voor Romy was, hoor. Hij gedroeg zich helemaal niet als een stiefvader. Daar ben ik hem dankbaar voor, ik wilde niet dat hij zich met de opvoeding bemoeide. Ze heeft al een goed functionerende vader, bovendien ben ik daar veel te eigenzinnig voor.”

Heldhaftig

„Leven en werk moeten voor mij als hetzelfde voelen. Ik wil geen baan waarbij ik om vijf uur naar huis rij en dat dan pas het leven begint. Door de jaren heen heb ik dus allerlei dingen naar me toe proberen te trekken die ik de hele dag het liefst zou willen doen. Dat is een verwende positie, maar daar zeg ik ook gewoon bij: ik heb er heel hard voor gewerkt. Qua radio ben ik begonnen als redacteur bij Ophef en Vertier. Daarna heb ik lang Opium gepresenteerd, en nu dus sinds 2001 Kunststof. Interviewen is prachtig. De kans om mensen te ontmoeten en je eigen nieuwsgierigheid te onderzoeken, dat is naar mijn idee de basis van journalistiek.”

Kip zonder kop

„Ik heb in mijn leven wel een aantal kipzonderkopacties ondernomen. Ik zoek het ook op, want anders vind ik het saai. En dat is natuurlijk altijd de grootste angst, dat je in een saai leven zit. De vader van Romy komt uit Curaçao. Hij woonde gewoon in Nederland, maar door hem kwam ik vaak op het eiland. Maar wat er vooral avontuurlijk aan was, was dat ik hem tweeënhalve maand kende en toen zwanger was. Precies een jaar na onze kennismaking zat ik met een baby van vijf dagen op mijn arm. Ik was 31. Ik dacht echt dat we het samen zouden redden. Ik hoopte tevergeefs dat ik een man zou kunnen veranderen die van nature heel eigenzinnig en een einzelgänger is.”

Vriezenveen

„Ik ben geboren in een Protestants Militair Tehuis in Harderwijk, een plek waar militairen een potje kwamen biljarten of koffie dronken. Vlak na hun trouwen gingen mijn ouders het PMT leiden maar op een gegeven moment werd het een soort gekkenhuis, want ze werkten er allebei en in drie jaar tijd kregen ze ook nog eens drie kinderen. Daarna zijn er nog twee geboren – ik ben de middelste – maar toen waren we al verhuisd naar Vriezenveen, bij Almelo. Oorspronkelijk komen mijn ouders uit de stad Groningen, in Vriezenveen zijn we altijd import gebleven. Wij hadden Gelderland-banken en moderne kunst aan de wand, in het dorp was elk bankstel massief eikenhout uit Oisterwijk. Ik sprak ook geen dialect, het lukte me gewoonweg niet. We hoorden er niet bij, toch heb ik er een heerlijke tijd gehad, al wist ik van kinds af aan dat ik er weg wilde.”

Roomboter

„Ik herinner me nog dat ik op de havo zat en we met de klas naar een Franse bistro gingen. Dat was toen helemaal en vogue. We kregen biefstuk op van die ronde houten borden met zo’n gleuf aan de zijkant waar de jus in kan lopen. Wijnflessen aan het plafond. Ik dacht: dit is leven. Ik vond het zó fantastisch. Ik had nog nooit ergens gegeten – ja, bij de Chinees – dit was voor mij luxe en vrijheid. Dat wilde ik, het mondaine leven. Dus toen ik journalistiek ging studeren en op kamers ging heb ik meteen roomboter gekocht. Thuis was het eten sober, roomboter aten we alleen met Pasen in de vorm van een kip. Ik dacht: het is veel lekkerder dan Blue Band dus waarom zou ik niet meteen voor roomboter gaan? En als ik het kon betalen at ik in chique restaurants. Dan deed ik een jurkje aan en voelde me een beetje een vrouw van de wereld.”

Vijf gulden

„Mijn vader is elekrotechnicus en mijn moeder is medisch laborant, hoewel ik denk dat mijn moeder graag had gedaan wat ik ben gaan doen. Ze heeft nog culturele studies gedaan toen wij het huis uit waren. Vroeger had ze een abonnement op de Avenue waarin ik de stukken las van Cees Nooteboom en de modeverhalen van Frans Ankoné. Ze las veel Carmiggelt, Renate Rubinstein, Annie M.G. Schmidt. Prachtig vond ik dat. Mijn moeder heeft haar vier dochters grootgebracht met een enorm arbeidsethos. Toen mijn jongste zusje vier was, ging ze weer werken. Dat vond ze heel belangrijk. Dat blijkt ook wel uit het feit dat we allemaal vijf gulden kregen toen ze haar eerste salaris kreeg. Om het te vieren. We hebben er een singletje van gekocht.”

Noodles

„Ik eet nu vaak alleen. Drie maanden na het overlijden van Jan is mijn dochter het huis uit gegaan. Al ga ik wel uit eten voor mijn stukjes in de krant, en eet ik regelmatig met vrienden. Ik had laatst [wijnkenner, red.] Harold Hamersma en zijn vrouw te eten en toen maakte ik Thaise noodlesoep. Harold schepte drie keer op, dus dat ging goed. De stemming was opperbest, maar aan het einde van de avond zag ik dat ik die noodles was vergeten erin te doen. Het pak stond nog op het aanrecht. Zo gaat er heel vaak iets fout bij mij. Ik heb als stelregel dat ik alleen dingen maak die ik voor het grootste deel al van tevoren klaar kan maken – alles gaat om de mise en place. En ik maak eigenlijk alleen dingen die ik goed ken. Je moet niet gaan experimenteren op gasten.”

Tegel

„Bij Kunststof vragen we aan het einde van het programma altijd wat de gast op een tegeltje zou zetten. Mijn tegelspreuk zou zijn: ‘van het concert des levens krijgt niemand een program’. Dat is een klassieker. En waar. Als ik vijftig jaar geleden had geweten wat het leven me zou brengen, zou ik er misschien niet eens aan begonnen zijn, terwijl ik toch een heel leuk leven heb. Al popt de rouw bij tijd en wijle heel ernstig op. Ik probeer veel te ondernemen maar af en toe word ik met mijn gezicht in een vieze natte dweil gedrukt. Alsof me nu pas echt duidelijk wordt dat die man nooit meer terugkomt. Het verdriet word je in stukjes uitgeserveerd.”

    • Jessica van Geel