Tel ons toch, smeken de tegels

Uitgeteld van debutante Marja West is een thriller over een huwelijk met de linkerhand dat lelijk ontspoort. Esther, een jonge serveerster uit Amsterdam-Zuidoost, huwt met bankdirecteur Maarten van Nuenen IV. Het echtpaar bewoont een villa in Aerdenhout. De moeders van Maarten en Esther hebben het moeilijk met het standsverschil – de Bijlmer schud je niet zomaar van je af. Maar het paar zelf geniet vooral van elkaar. Zij is zijn ‘prinses’ en elke vrijpartij wordt gevierd met een mooie bordeauxwijn en een Cubaanse sigaar.

Maar dan, twee maanden na de trouwerij, meldt zich de nieuwe buurvrouw, Annelize van Rooijen Zuilensteijn, een ex van Maarten. Zij lijken het nog steeds goed met elkaar te kunnen vinden en Annelize heeft een voorsprong op Esther: ze kan bridgen, koken en ze weet hoe het heurt. Op steeds wanhopiger manieren probeert Esther zich als een echte Van Nuenen te gedragen en de buurvrouw op afstand te houden. Geleidelijk begint het te spoken in haar hoofd: tegelwanden delen zich op in duizend kleine mondjes die tegen haar zeuren ‘Tel ons dan’ en de hatelijk tikkende staande klok in de gang lacht haar uit: ‘Nanananana’.

Marja West vertelt het verhaal van Esther op twee manieren die geleidelijk bij elkaar komen. Door het boek heen gevlochten zit een lang gesprek dat Esther met een psycholoog heeft. Daarin kijkt ze terug op de periode dat haar nieuwe buurvrouw, die wordt vermist, enige tijd haar huwelijk bedreigde. Daar tussendoor, in de verleden tijd en gezet uit een andere letter, wordt verteld hoe Esther van Nuenen de greep op de realiteit verloor.

De lezer zit aldoor opgesloten in Esthers hoofd. Haar obsessieve drang om te tellen leidt tot steeds absurder gedrag. Maar zijn haar angsten wel reëel, heeft Maarten bijvoorbeeld echt een verhouding met de buurvrouw? Of lijdt Esther behalve aan een compulsieve stoornis ook aan een psychose?

West schrijft vlot en geestig, zoals ook blijkt uit de beginzinnen van twee korte verhalen op haar site (‘„Mijn schaamlippen zijn zo groot dat ik er een monoloog mee kan houden”, zei het meisje.’ En: ‘Er zit een doperwt op zijn voorhoofd vastgevroren.’).

Jammer is dat de uitgever achter op het boek naar Roald Dahl verwijst. Die maakt dat de plot, die toch al niet heel erg verrast, zich ver voor het einde aan de lezer opdringt. Maar de slimme opzet en de geestige verteltrant maken veel goed. Uitgeteld is een debuut dat naar meer smaakt.