Lezen we dit straks op Facebook?

Sinds deze week kunnen gebruikers nieuwsartikelen in z’n geheel binnen Facebook lezen. Wat betekent dit voor lezers en media?

Foto Arjen Born

Ze zien er prachtig uit, die Instant Articles. Aantrekkelijke opmaak, video’s die automatisch beginnen te spelen, interactieve kaarten en grote foto’s die meebewegen als je het toestel kantelt. En het mooiste: ze laden in een mum van tijd.

Vijf Amerikaanse titels (The New York Times, National Geographic, BuzzFeed, NBC en The Atlantic) en vier Europese (The Guardian, BBC, Der Spiegel en Bild) doen mee met Instant Articles, het nieuwe initiatief van Facebook waarbij artikelen van nieuwssites in hun geheel op persoonlijke Facebookpagina’s worden gepubliceerd.

Gebruikers hoeven dus niet meer het sociale netwerk te verlaten om een nieuwsartikel uit hun timeline te lezen. Het werkt nu alleen nog maar in de iPhone-app; de negen ‘partners’ plaatsen om te beginnen hooguit enkele keren per week een artikel.

De winst voor de gebruiker zit in snelheid; dat het soms tot acht seconden duurt voordat een externe link geladen is, is een doorn in het oog van Facebook. Instant Articles zijn „tot tien keer sneller”, zegt Facebook. Kortom: u verveelt zich geen seconde. Naderhand klikt u het weg en zit u weer tussen de babyfoto’s en terraskiekjes.

Bovendien lijken de voorwaarden waaronder de mediabedrijven de stap durfden te zetten, helemaal niet slecht. Ze mogen alle opbrengsten van zelf ingebrachte advertenties houden. Als ze ruimtes laten opvullen door Facebooks eigen advertentieplatform, krijgen ze 70 procent. Ze hebben toegang tot statistieken over hoe goed het artikel presteert. En ze kunnen hun eigen huisstijl meegeven: het eerste Instant Article van The New York Times, over de verlamd geraakte Braziliaanse freestyle skiester Laís Souza, zag er van top tot teen uit alsof het op de site van The New York Times stond.

Toevertrouwd aan Facebook

Alleen, en daar zit de crux: dat was niet zo. Het journalistieke werk van de Amerikaanse krant werd toevertrouwd aan Facebook. Het staat op de servers van het sociale netwerk, en valt dus onder diens controle. The New York Times gaat op de bijrijderstoel van de eigen auto zitten en zegt tegen Facebook: jij kent deze buurt goed, dus rij jij maar. Dus wie bepaalt voortaan of het stuur omgegooid wordt?

De eerste gesprekken over wat Facebook later Instant Articles zou gaan noemen, begonnen vorig jaar in augustus. Twintig nieuwssites schoven toen aan om te praten over het aan het sociale netwerk toevertrouwen van complete artikelen. Er waren vanzelfsprekend flinke bezwaren: wat hadden die sites nog aan lezers als die niet eens meer hun site hoefden te bezoeken? Hoeveel zouden ze nog te weten komen over bezoekersstatistieken? Hoe verdienden ze nog geld aan journalistiek die gratis op een sociaal netwerk werd gezet?

Negen maanden later zijn die vragen grotendeels beantwoord. Maar het is veelzeggend dat Facebook het afgelopen woensdag in de triomfantelijke aankondiging een ‘nieuw product’ noemde, terwijl de negen partners steevast van een ‘experiment’ spraken. Voor Facebook is dit het begin van iets wat nog veel groter moet worden, terwijl de nieuwssites aarzelend toegaven, hopende niet in een fuik te lopen.

Voor Facebook zelf is het doel duidelijk: de 1,4 miljard actieve gebruikers moeten langer op de site blijven. Hoe meer zij binnen het Facebook-imperium doen, hoe meer het bedrijf over ze te weten komt, hoe meer advertenties er op maat gemaakt kunnen worden en hoe meer geld er te verdienen is. Nieuws wordt een steeds belangrijker onderdeel van de site: 30 procent van de Amerikanen krijgt nieuws mee via Facebook, bleek vorig jaar uit onderzoek van het Pew Research Center. Dat zorgt voor een paradox: terwijl Facebook meer en meer dienst doet als nieuwsbron en dus een grotere rol vervult, is elk van die geplaatste links een deurtje richting de uitgang. Hoe hou je ze binnenshuis? Precies: door simpelweg dat hele artikel naar de Facebookomgeving te halen.

Bezwaren werden weggenomen

De deelnemende nieuwssites zullen er een tegenstrijdiger gevoel bij hebben. Maar misschien konden ze niet anders. National Geographic is een goed voorbeeld: het natuurmagazine heeft maar liefst 35 miljoen likers op Facebook (veel meer dan The New York Times, 10 miljoen, Buzzfeed, 4,8 miljoen of The Guardian, 4,4 miljoen). Om dat miljoenenpubliek ten gelde te maken, moeten ze Facebook te vriend houden. En vooralsnog met resultaat: de eerste Instant Article van NatGeo, over de honingbij, werd woensdag binnen vier uur tijd bijna 1.500 keer gedeeld.

Maar de controle over wie de lezer is en wat er aan hem verdiend wordt, geven de mediabedrijven uit handen. Dat de journalistiek op Facebook-servers staat en daar een eigen leven leidt, kan grote gevolgen hebben. Wat als Facebook besluit om het algoritme, dat bepaalt welke gebruiker op welk moment welke update te zien krijgt, aan te passen? Wat als het besluit bepaalde onderwerpen weg te houden bij gebruikers, omdat het niet past bij hoe Facebook de wereld ziet? Het zou niet de eerste keer zijn. NOS op 3 werd al eens 24 uur lang geweerd van Facebook, omdat bij een nieuwsbericht over een Belgische docent die porno keek in de klas een naaktafbeelding stond.