Leidt mediation tot minder druk op de rechtspraak?

Bemiddeling bespaart tijd en geld – en U werkt zelf mee aan de oplossing. Maar sporen de wetsvoorstellen die mediation verplicht willen stellen wel met de verwachtingen en het gedrag van mensen in conflictsituaties? In de rubriek Mensenkenners geven Hilke Grootelaar, promovenda Rechtspleging en Conflictoplossing en prof. dr. Kees van den Bos, hoogleraar Sociale Psychologie en Empirische Rechtswetenschap antwoord.

Bemiddeling bespaart tijd en geld - en U werkt zelf mee aan de oplossing. Die gedachte wint veld, ook in de Kamer, waar nu drie wetsvoorstellen liggen die ‘mediation’ dezelfde status moet geven als rechtspraak. Mediation berust op de toepassing van sociaalpsychologische kennis in een veelal juridische context. In de rubriek Mensenkenners beoordelen daarom Hilke Grootelaar, promovenda Rechtspleging en Conflictoplossing en prof. dr. Kees van den Bos, hoogleraar Sociale Psychologie en Empirische Rechtswetenschap aan de Universiteit Utrecht. Is mediation eerlijker, hebben burgers er meer vertrouwen in en is het voor alle conflicten geschikt?

Is het een goed idee om mediation als gelijkwaardig te positioneren naast een gang voor de rechter?

In beginsel zijn wij enthousiast over het initiatief om het gebruik van mediation te stimuleren. Mediation kan een zeer effectieve manier zijn om problemen tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid op te lossen. Om een probleem tussen twee partijen voor te kunnen leggen aan de rechter, moet het probleem vertaald worden in een juridisch geschilpunt waar de rechter daadwerkelijk een oordeel over kan geven. Een mediator is niet gebonden aan de wet en heeft om die reden veel meer vrijheid om het probleem waar het partijen echt om gaat onderwerp van het proces te maken.

Gaan mensen door dit wetsvoorstel meer mediation in plaats van rechtspraak gebruiken?

Daar wordt wel op gehoopt. Dit wetsvoorstel neemt als uitgangspunt dat mensen in een ontwikkelde samenleving niet zomaar naar de rechter moeten stappen voordat zij eerst zelf hebben geprobeerd een oplossing voor hun geschil te vinden. Daarbij wordt uitgegaan van de geëmancipeerde, zelfredzame mens die zelf over zijn belangen mag beschikken zonder dat een derde hierover beslist. Je kunt je afvragen of de gemiddelde burger in Nederland wel zo zelfredzaam is. Hier lijkt in het wetsvoorstel enigszins over te zijn nagedacht, want er wordt onder meer voor gezorgd dat de overheid voorkomt dat partijen de traditionele procedure bij de rechter worden ‘ingezogen’ als dat niet de meest geschikte oplossingsmethode voor hen is.

 

Betekent dit dat de overheid gaat bepalen wie er voor rechtspraak en mediation geschikt is?

Uiteindelijk blijft die keuze aan partijen zelf. Belangrijke kenmerken van mediation zijn immers de keuzevrijheid, vrijblijvendheid en vrijwilligheid: partijen kunnen bijvoorbeeld ieder moment stoppen als zij mediation niet meer zien zitten. Bestuursorganen en rechters worden wel meer gestimuleerd om mediation als alternatief aan te bieden om zo een belangrijke impuls aan haar toepassing te geven. Zo moet bij de rechter worden uitgelegd waarom er van mediation geen gebruik is gemaakt en kan de rechter, als hij vindt dat mediation ten onrechte niet overwogen is, besluiten de zaak niet te behandelen.

 

Wanneer wordt mediation ten onrechte niet overwogen?

Dat wordt uit dit wetsvoorstel niet duidelijk. Wel moet bij de beoordeling van de vraag of mediation geschikt is als oplossing van een probleem door de overheid uit worden gegaan van het principe “ja, tenzij”. Geschillen waar het echt om een zuivere rechtsvraag gaat, lenen zich niet voor mediation. Maar die komen in de praktijk volgens het wetsvoorstel niet veel voor. Hierdoor lijkt nu alsof mediation de beste oplossing voor vrijwel alle geschillen op uiteenlopende terreinen is: van zaken over kinderalimentatie tot een geschil tussen aandeelhouders en de directie van een vennootschap tot geschillen over beroepsfouten van bijvoorbeeld medici. Dit lijkt ons te breed.

 

Wanneer is een geschil geschikt voor mediation?

Er is een aantal factoren dat bepaalt of een geschil en partijen geschikt zijn voor mediation. Een belangrijke factor is dat er onderhandelingsbereidheid moet zijn. Het gaat dan om de psychische gesteldheid van mensen waarin zij bereid zijn naar elkaar te luisteren en op hun eigen situatie te reflecteren. Daarnaast moet er ook iets te zijn om over te onderhandelen: partijen moeten elkaar iets te bieden hebben. Of een partij kiest voor mediation hangt overigens niet alleen van de partij zelf af, maar ook de andere partij moet willen meewerken. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat er allerlei andere factoren zijn die de keuze voor mediation beïnvloeden, zoals de positieve houding ten aanzien van de andere partij en het positieve advies van een rechter of advocaat. Voor problemen die al te zeer zijn geëscaleerd, is mediation ook niet geschikt.

 

Als burgers meer persoonlijk betrokken zijn bij de oplossing van hun eigen geschil leidt dit dan vaker tot een bevredigender oplossing waardoor de rechter niet meer nodig is?

Mediation wordt vaak geïntroduceerd als dé oplossing op de toenemende druk op de rechter. In de sociale wetenschappen is veelvuldig onderzoek gedaan naar de vraag aan welke criteria een procedure moet voldoen zodat rechtzoekenden deze procedure als rechtvaardig en eerlijk ervaren. Hieruit blijkt dat het bijvoorbeeld uitmaakt of iemand persoonlijk en direct voor zijn eigen zaak opkomt en dat mensen een procedure eerlijk vinden naarmate zij meer controle hebben over de beslissing die wordt genomen. Deze ervaring van een eerlijke behandeling kan weer allerlei positieve gevolgen hebben: mensen accepteren de uitkomst eerder en zullen eerder de wet gehoorzamen dan in gevallen waarin zij het gevoel hebben oneerlijk te zijn behandeld. Dit wil echter niet direct zeggen dat een beroep op de rechter niet meer nodig is: of de uiteindelijke uitkomst van een mediation gunstig is en of de partij die uitkomst eerlijk vindt, spelen hierbij ook een belangrijke rol.

 

Wordt mediation in de wetsvoorstellen te breed opgevat?

Zoals in de memorie van toelichting ook al wordt gezegd: mediation is tegenwoordig een containerbegrip aan het worden waar allerlei uiteenlopende zaken onder vallen. Hoewel het wetsvoorstel benadrukt dat mediation niet hetzelfde is als bemiddeling, wordt in het wetsvoorstel afgezien van een wettelijke definitie van mediation. Daarnaast wordt mediation vaak in één adem genoemd met mediationvaardigheden, terwijl deze twee wezenlijk verschillen. Dit gebeurt vooral in het wetsvoorstel dat mediation in het bestuursrecht moet bevorderen. Ter onderbouwing van het nut van het wetsvoorstel wordt verwezen naar het project Prettig Contact met de Overheid en de toepassing van mediationvaardigheden en de zogenaamde informele aanpak binnen bestuursorganen. Echter, mediation en mediationvaardigheden worden uitgevoerd door een neutrale derde partij, de mediator. Dit is iets heel anders dan op een communicatief vaardige manier als overheid contact opnemen met een burger. Mediation en mediationvaardigheden dienen dus scherp onderscheiden te worden van overheidsprojecten waarin een ambtenaar met een burger communiceert.

Hilke Grootelaar, promovenda Rechtspleging en Conflictoplossing en prof. dr. Kees van den Bos, hoogleraar Sociale Psychologie en Empirische Rechtswetenschap aan de Universiteit Utrecht. De wetsvoorstellen over de ‘bevordering van het gebruik van mediation’ kunnen hier gevonden worden.

Dit is de vierde aflevering van de NRC/WRR rubriek ‘Mensenkenners’ .  Daarin analyseren gedragswetenschappers actuele wetsvoorstellen op uitnodiging van dr. Petra Jonkers. Zij is co-auteur van “Met kennis van gedrag beleid maken” (2014), een advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. 

    • een onzer redacteuren