Hallo, bent u integer genoeg?

Nieuwe provinciebestuurders liggen onder een vergrootglas. Een integriteitscheck moet de risico’s blootleggen. De helft van de provincies schakelt een commercieel bureau in. „Verkleed op Facebook is een probleem.”

Een pijnlijke politieke aftocht in Zwolle, vier jaar geleden. Provinciebestuurder Job Klaasen trok zich onverwachts terug, een uur voordat hij aan zijn derde termijn zou beginnen. Hij had vragen gekregen over de twee hogeschooldiploma’s op zijn curriculum vitae. Kon hij die laten zien? De VVD-gedeputeerde uit Overijssel had ze niet. Het waren „interne bedrijfscursussen”.

Au.

Diplomafraude. Declaratiefouten. Vriendjespolitiek en zelfverrijking. Voormalig minister Ien Dales zei het al: een beetje integer bestaat niet. De 37 pasbenoemde provinciebestuurders zijn gewaarschuwd. Hun integriteit ligt onder een vergrootglas. Wie anno 2015 gedeputeerde wil worden, wordt stevig doorgelicht. Onder invloed van corruptieaffaires met de Noord-Hollandse bestuurder Ton Hooijmaijers en de aangescherpte Provinciewet wegen integriteitsrisico’s zwaarder dan ooit.

De politieke partijen screenden de kandidaat-gedeputeerden altijd zelf, zij zijn verantwoordelijk en blijven dat. Maar nu praten ook Provinciale Staten mee, ze willen gesjoemel voor zijn. De commissaris van de koning moet „de integriteit bevorderen”, staat in de wet waarover de Eerste Kamer waarschijnlijk in juni stemt. Hoe dat gebeurt, verschilt per provincie – een handleiding ontbreekt. Maar duidelijk is dat het verder gaat dan alleen een goed gesprek.

Provincies maken risicoanalyses, bevestigt Marijn Zweegers, hoofd van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS). De integriteitscheck stelt „de kwetsbaarheden” van de provinciebestuurder op scherp. Dat is, zegt ze, „noodzakelijk voor een goede start. De kandidaat wordt zich bewust van bananenschillen in zijn portefeuille. Hij kan maatregelen nemen door bijvoorbeeld niet mee te stemmen over zaken waarin hij een persoonlijk belang heeft.”

Voor de integriteitscheck schakelde de helft van de provincies dit jaar voor het eerst een commercieel bureau in, blijkt uit onderzoek van deze krant. Noord-Holland, Limburg en Zeeland namen Berenschot in de arm, Friesland doet zaken met Governance & Integrity, Gelderland met Necker van Naem en Noord-Brabant met Capra.

De bureaus gaan verder dan de wettelijk voorgeschreven check op geloofsbrieven, een verklaring omtrent het gedrag en een lijst nevenfuncties. Ze maken „een risicoscan”. Voor 795 tot 1.500 euro per kandidaat screenen ze bestuurders op financiële, relationele en arbeidsrechtelijke antecedenten.

Is de kandidaat eigenaar van provinciegrond? Dan is het oppassen als daar het bestemmingsplan wordt gewijzigd. Heeft hij privégeld gestoken in het provinciale windmolenpark? Dan is het de vraag of de portefeuille energie wel een verstandige keuze is. Is het wel zo handig voorzitter te blijven van een door de provincie gesubsidieerde tafeltennisclub? En wat doet de naaste familie precies voor werk?

„De schijn van belangenverstrengeling is zo gewekt”, weet Myrte Ferwerda, die met bureau Berenschot de zeven Limburgse gedeputeerden screende. Bewustwording staat voorop, zegt Gert Jan Broer van Necker van Naem, betrokken in Gelderland: „De nieuwe bestuurders worden 24/7 op de vingers gekeken.”

Marc Schoonhoven van Capra, die de screening van Brabantse gedeputeerden voor zijn rekening nam: „Het gaat in de eerste plaats om het delen van informatie en transparantie. We hebben niks te moraalridderen.”

Alle vier de bureaus sturen de kandidaten een uitgebreide vragenlijst toe en houden daarna een diepte-interview, „geen kruisverhoor”. Necker van Naem, Berenschot en Governance & Integrity doen ook openbaar bronnenonderzoek. En de laatste twee bekijken nog of de kandidaat een bekende is van kredietregistratiebureau BKR. Kan een gedeputeerde met een lening zijn werk niet doen? Jawel, zegt Myrte Ferwerda van Berenschot. „Maar iemand die schulden verbergt kan chantabel zijn.”

Detective spelen

Alleen juridisch adviesbureau Capra ziet af van onderzoek in openbare bronnen. „We willen ons niet als detective opstellen”, zegt Marc Schoonhoven. „Daar zijn we niet voor geëquipeerd en dat geeft het onderzoek een valse legitimiteit. Wij toetsen niemand, wij maken een analyse.” Die analyse geeft geen garantie op onbesproken gedrag. „De kandidaten zelf zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie.”

Klopt, beamen de onderzoekers van Berenschot en Necker van Naem. „Tegen iemand die te kwader trouw informatie verzwijgt, begin je niks. Iemands doopceel kunnen we en willen we niet lichten”, zegt Gert Jan Broer. Maar dat laat onverlet dat je kandidaten kunt confronteren met „alles wat vindbaar is op het internet. Als wij het vinden, vinden anderen dat ook”, zegt Ferwerda, die met Berenschot het diepst graaft. Of het gaat om nieuwsberichten, vuilspuiterij op Twitter, of uitspattingen op Facebook.

Mag dat niet?

Ferwerda: „Ik val niet over een carnavalsfoto in kippenkostuum. Maar we gaan over de informatie die we vinden in gesprek, en plaatsen dat in de context van de functie als gedeputeerde. We vragen alles helemaal uit. Dat is cruciaal. Wat kan wel, wat kan niet en wat is grijs gebied? Zeker als iemand er nog heel bleu in zit, doe je dat uitgebreid. Laat de dienstauto liever thuis als je naar een partijbijeenkomst gaat. Gebruik privé geen briefpapier van de provincie. En wat doe je als je als bestuurder wordt uitgenodigd voor een feestje? Neem je dan een ambtenaar mee?”

De zes andere provincies doen de integriteitscheck liever zelf. „Uitgangspunt is dat de kandidaat-gedeputeerde zelf verantwoordelijk is voor haar of zijn integriteit en het bieden van een juist en volledig beeld”, schrijft commissaris van de koning Jaap Smit (CDA) in Zuid-Holland. Terwijl zijn VVD-collega in Noord-Holland zich met twee externe adviseurs en bureau Berenschot opwerpt als kampioen van de integriteit, houdt hij zijn rol beperkt tot een „integriteitsgesprek”. Groningen sluit zich daarbij aan. Bovendien zijn daar betaalde nevenfuncties voor gedeputeerden taboe.

Drenthe heeft „meerdere aanbiedingen van commerciële bureaus afgeslagen”, vertelt commissaris van de koning Jacques Tichelaar (PvdA). Hij staat in het hoge gras voor het provinciehuis in Assen. Het nieuwe college van Gedeputeerde Staten presenteerde zich daar. Met twee nieuwe en twee oude gezichten in het provinciebestuur, zegt hij, „was het slagveld te overzien en kon ik de screening alleen af. Er zijn gesprekken waarbij we elkaar indringend in de ogen kijken. Ik heb wel gehad dat kandidaat-bestuurders besloten met nevenfuncties te stoppen en een ander de banden met zijn bedrijf doorsneed.”

Hoe de check van de provinciebestuurders uitpakt, daarover houden alle betrokkenen hun lippen stijf op elkaar: „We zijn gehouden aan vertrouwelijkheid.” Bovendien moeten veel kandidaten nog door de molen; in pas zeven van de twaalf provincies zijn gedeputeerden geïnstalleerd. Maar neem van mij aan, weet Myrte Ferwerda: „Heel vaak blijken er helemaal geen integriteitsrisico’s.”

Pas als een provinciebestuurder de boer op gaat, geeft dat risico’s, zegt Marc Schoonhoven. „Ik zeg altijd: integriteit overkomt je. Je moet er voortdurend op bedacht zijn.”

Ferwerda: Gedeputeerden kunnen kosteloos met ons sparren het komende jaar. Dat is bij de prijs inbegrepen.”