De Britten wensen ons wel meer Brussel toe

Het is een misverstand dat Britten en Nederlanders dezelfde terughoudende Europese belangen hebben. Ze willen dat wij in de eurozone juist meer integreren zonder hen, schrijft Adriaan Schout.

De commentaren op de overwinning van Cameron en het dreigende EU-referendum wijzen in één richting: de Britten staan aan de kant van Nederland. De indruk overheerst dat zonder de Britten de druk tegen een centraliserend en uitdijend Europa verschrompelt. Het verlies van steun van de Britten wordt vooral nu gevreesd omdat de EU in een paradoxale situatie zit: de EU verliest draagvlak terwijl het juist steeds machtiger wordt en verdiepte de Europese integratie die de agenda domineert. Nederland zit, zo blijkt uit de commentaren, met landen als het VK, Duitsland, Zweden, Finland en Denemarken in een minderheidsgroep die Europees etatisme proberen af te houden.

Echter, de Britten zijn juist voor vergaande Europese integratie in de eurozone. Omdat de onrust de Britse financiële sector schaadt, willen de Britten dat de eurocrisis zo snel mogelijk ophoudt. De Britse minister voor Europese Zaken Lidington bezocht ons land eind 2013. Na een uitvoerig pleidooi voor subsidiariteit (lees: minder Europa) benadrukte hij de noodzaak om de eurozone te versterken met vergaand Europees economisch bestuur – waar het VK zelf mordicus tegen zou zijn. Nederland moet op de blaren zitten, omdat wij voor de euro hebben gekozen. De Britse boodschap voor Nederland is: we less, you more.

Daarom ging de Griekse minister Varoufakis direct na de overwinning van Syriza naar zijn Britse collega Osborne. De Britse en de Griekse regering delen de visie dat de eurocrisis het gevolg is van de gebrekkige architectuur van de euro. Varoufakis hoopte de Britse kritiek op de eurozone te mobiliseren.

Deze episodes typeren de verschuivingen die in de EU hebben plaatsgevonden. Tot de eurocrisis uitbrak betrof Europese integratie vooral de technische wetgeving voor de interne markt, gericht op het slechten van handelsgrenzen. Hier kunnen Nederland en het VK elkaar goed vinden.

Maar sinds de eurocrisis gaat Europese integratie vooral over het verdiepen van het Europese economische bestuur. In hoofdlijnen zijn er voor Nederland twee integratietrajecten: de interne markt en de eurozone. Essentiële hoofdpijndossiers liggen op het terrein van de verdere ontwikkeling van de eurozone. De ontwikkelingen in de eurozone betekenen mogelijk ingrijpende verandering, inclusief omvorming van de Europese Commissie tot Europese regering, groei van de macht van het Europese Parlement, een apart eurozonebudget, taakuitbreiding van de ECB en verdergaand economisch toezicht op lidstaten. Het VK ziet dit allemaal graag gebeuren, als het maar niet de toegang van zijn banken tot de eurozone bemoeilijkt.

Deze ontwikkelingen raken essentiële nationale overheidstaken, waardoor Nederland voorzichtig te werk gaat. Commentatoren die denken dat de Britten aan onze kant staan, zien kennelijk niet het verschil tussen het oude Europa van de interne markt en het nieuwe Europa dat meer en meer bepaald wordt door de eurozone.

Naast de botsing van Nederlandse en Britse belangen op fundamentele terreinen zijn de Britten veelal onhandig in de aanpak van hun Europese ‘vrienden’. Drie jaar geleden zocht het kabinet-Rutte II na de gedoogconstructie met Wilders een positieve toon in de EU. Niet lang daarna meldde Cameron dat hij uitgerekend in Amsterdam zijn referendumspeech wilde houden. Het bewees hoezeer de Britse politiek naar binnen is gericht. Het kabinet wilde net een discussie over de Europese finalite voorkomen, en zat dus niet te wachten op zo’n Brits toekomstverhaal over de EU. Uiteindelijk heeft Cameron een gijzeling van Britten in Algerije gebruikt om zijn toespraak in Londen uit te spreken.

Cameron wilde om redenen van binnenlandse politiek zijn speech hier houden, zodat het leek alsof hij Europese medestanders had. Diplomatieke alertheid om even uit te zoeken of Nederland dat wel zou kunnen waarderen, ontbrak. Ook het hele idee van een referendum zonder duidelijke wensen typeert overigens de navelstaarderige Britse houding.

Op het terrein van de interne markt geldt Brexit terecht als een systeemrisico. Maar inmiddels is ook duidelijk dat het nu om de eurozone gaat. Iedereen die nog denkt dat het VK onze grote vriend is, moet goed het verschil tussen interne markt en eurozone voor ogen houden.

Nederlandse politici zijn meer gewend te denken in termen van Europese afwegingen en het voorkomen van geïsoleerde posities binnen de EU. Cameron heeft inmiddels aangetoond dat de Britten pragmatisch zijn en vooral uitgaan van nationale politieke overwegingen. De les voor ons is dat Nederland ook maar beter pragmatisch met het VK kan omgaan en het vriendschapsbeeld moet herijken.

    • Adriaan Schout