Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Keer op keer een vuistslag in Venetië

‘All The World’s Futures’ toont een inktzwart wereldbeeld. 136 kunstenaars uit alle delen van de wereld doen verslag van oorlog en ander onrecht. Maar aan het eind van de duistere tunnel gloort hoop.

Wanneer je met de zon op je gezicht flaneert door de lanen van de Giardini, het Venetiaanse stadspark waar sinds 1895 de Biënnale van Venetië gehouden wordt, lijkt het politieke wereldnieuws ver weg. Hier fluiten de vogels, hier stapt de beau monde van de kunstwereld vrolijk babbelend uit dure watertaxi’s, de dames gekleed in hun mooiste jurken, de mannen getooid met Venetiaanse strohoedjes. Venetië is een sprookje. Het mistige licht hult de eeuwenoude gebouwen van de lagunestad in een warme gloed. Geraas van verkeer is er niet, in de smalle steegjes weerklinken alleen de echo’s van voetstappen.

Maar zodra je voet zet in het paviljoen waar de hoofdtentoonstelling All The World’s Futures plaatsvindt, wordt die zonnige stemming hardhandig de kop in gedrukt. Boven de ingang zijn de letters ‘La Biennale’ vervangen door de woorden ‘blues’, ‘blood’ en ‘bruise’ – een neonwerk van de Amerikaan Glenn Ligon. Daaronder hangen, tussen de neoclassicistische zuilen van het paviljoen, twintig zwarte vlaggen van de Colombiaanse kunstenaar Oscar Murillo. Ze voelen plakkerig en ruiken naar teer – bepaald geen prettige verwelkoming.

De openingszaal is geheel gewijd aan Fabio Mauri (1926-2009), een Italiaanse kunstenaar die negentien was toen de Tweede Wereldoorlog eindigde en hij ontdekte wat voor gruwelen er in de concentratiekampen hadden plaatsgevonden. Sindsdien maakte hij sculpturen en performances waarin het fascisme het voornaamste thema was. Middenin de ruimte staat zijn metershoge muur van koffers, Il Muro Occidentale o del Pianti uit 1993, die direct de Holocaust in herinnering brengt, maar die ook symbool kan staan voor de recente vluchtelingenstromen. Eromheen hangen tekeningen die steeds de woorden ‘the end’ herhalen, als een fatalistisch mantra. En dan zijn we nog maar net begonnen.

In de ruimtes die volgen, wordt dat grimmige, inktzwarte wereldbeeld alleen maar versterkt. Op een vroege video van Christian Boltanski, L’Homme qui tousse uit 1969, is een man eindeloos aan het kotsen. Even verderop hangt een schoolbord waarop Adrian Piper keer op keer de zin ‘Everything will be taken away’ heeft geschreven, alsof ze zichzelf met dat strafwerk wil helpen herinneren dat ze vooral niet te gelukkig moet zijn. Twee zalen verder heeft Marlene Dumas op ooghoogte 36 kleine schilderijtjes van schedels opgehangen – een carrousel van de dood.

Volgens Okwui Enwezor, de Nigeriaanse curator van de hoofdtentoonstelling, leven we in een tijd van chaos en wanorde. „Honderd jaar nadat de eerste schoten van de Eerste Wereldoorlog werden afgevuurd en 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog, is het mondiale landschap wederom in verwarring”, schrijft hij in de catalogus. „Opnieuw is het getekend door gewelddadige onlusten, economische crises en virale opstanden, terugtredende overheden en een humanitaire catastrofe op de zeeën, in de woestijnen en de grensgebieden, waar immigranten, vluchtelingen en wanhopige mensen een schuilplaats zoeken in ogenschijnlijk rustigere en welvarendere plekken. In alle regio’s van de wereld zie je nieuwe crises, onzekerheid en toenemende onveiligheid.”

Hoe reageren kunstenaars op die ontwikkelingen? En hoe kunnen zij er betekenis aan geven? Dat zijn de vragen die Enwezor stelde toen hij de 136 kunstenaars selecteerde voor All The World’s Futures. Het heeft geleid tot de meest politieke, maar ook de meest sombere Biënnale in tijden. De rode draad die de economische en sociale thema’s op deze expositie aan elkaar weeft, is kapitalisme – het op winst beluste systeem dat volgens Enwezor „het grote drama van onze tijd” is omdat het zowel mensen als het milieu uitbuit. In het hart van zijn tentoonstelling liet hij een theater bouwen, de ‘Arena’, waar dagelijks wordt voorgelezen uit de drie delen van Das Kapital van Karl Marx. „Ik wilde iets doen wat hedendaagse relevantie heeft”, aldus Enwezor. „En dus dacht ik aan Das Kapital, een boek dat niemand gelezen heeft en dat toch door iedereen gehaat of geciteerd wordt.”

Neonwerken

In de Arsenale, de zestiende-eeuwse scheepswerf waar Enwezors tentoonstelling vervolgt, is de sfeer al niet veel vrolijker. Daar word je in het schemerduister verwelkomd door flikkerende neonwerken van Bruce Nauman, met teksten als ‘Eat Death’ of ‘Life, Death, Love, Hate, Pleasure, Pain’ – woorden die de thema’s van deze tentoonstelling aardig samenvatten. Op de vloer plaatste Adel Abdessemed groepjes sabels en messen, die als levensgevaarlijke bosjes bloemen uit de vloer lijken te groeien. Je loopt langs gitzwarte, in rubber druipende cirkelzagen van de Italiaanse Monica Bonvicini en langs een kanon dat haar landgenoot Pino Pascali in 1965 uit auto-onderdelen in elkaar knutselde. Intussen laat de Fransman Philippe Parreno overal in de ruimte lampen flikkeren – alles om je zintuigen op scherp te zetten: hier dreigt gevaar!

Schitterend zijn de tekeningen van Abu Bakarr Mansaray, een kunstenaar die in 1998 van Sierra Leone naar Europa vluchtte en nu in Harlingen werkt. Zijn composities zijn duidelijk beïnvloed door de burgeroorlog in zijn thuisland en tonen het meest fantastische wapentuig. Ze zien er tegelijk futuristisch en prehistorisch uit, deze oorlogsmachines, met kanonnen die eindigen als kreeftenpoten of dinosauriërstaarten. Op een begeleidend vel papier vertelt de kunstenaar hoe de wapens tot hem kwamen in zijn dromen, inclusief alle specifieke technische details. Zo heeft de oorlog toch nog iets moois voortgebracht.

Maar het is allemaal te veel, te vol, te heftig. All The World’s Futures is een tentoonstelling die keer op keer vuistslagen uitdeelt. Halverwege al voel je je als toeschouwer compleet lamgeslagen, depressief zelfs, na het zien van zoveel zwaarmoedigheid, onrecht en ellende. Het helpt niet dat het parcours van de Arsenale, normaal gesproken een gigantische corridor van vele honderden meters lang, is verbouwd tot een labyrintisch complex vol schuine wanden en doodlopende paden. Voortdurend loop je heen en weer uit angst iets over het hoofd te zien, waardoor je uiteindelijk kilometers extra aflegt.

Een bezoeker die even daarvoor nog aandachtig naar de tekeningen van Bakarr Mansary stond te kijken, begint opeens spontaan te zingen. Anderen vallen haar bij. Al zingend trekt de groep door de gangen, het nieuwsgierige publiek automatisch met zich mee slepend. Even hoop je dat de muziek – een performance van Jennifer Allora & Guillermo Calzadilla – voor wat licht in de duisternis zal zorgen. Maar als hun stemmen aanzwellen, de woorden achterstevoren gezongen worden en het gegil steeds apocalyptischer vormen aanneemt, vraag je je echt af: is dit de hel?

Rustpunten

Natuurlijk, er zijn rustpunten. In de Atacama woestijn in Chili plaatste Christian Boltanski 850 kleine Japanse belletjes die heerlijk klingelen in de wind – zijn video duurt 24 uur, dus als je wilt, kun je hier eindeloos wegdromen. De Argentijn Ernesto Ballesteros laat lieflijke, vederlichte modelvliegtuigjes als vlinders ronddwarrelen door de hal. En Chris Ofili toont zijn nieuwe schilderijen in een kapelachtige ruimte waarvan hij ook de wanden beschilderde met een romantisch bloemenpatroon. Dat zijn de momenten waarop je weer even kunt ademhalen. Langzaam komt er weer wat licht en lucht in de expositie, wat poëzie in de chaos.

De Vietnamese Tiffany Chung, die zelf opgroeide in een oorlog, heeft het conflict in Syrië tot onderwerp gemaakt van haar decoratieve schilderijtjes. Het aantal gedode kinderen of het aantal vluchtelingen op een specifieke dag schildert ze als gouden stipjes of roze cirkels op het doek. Nieuwe grenzen heeft ze heel precies in minuscule steekjes geborduurd. Van een afstandje gezien lijken haar composities op vrolijke bloesems, maar kijk je beter dan snap je onmiddellijk wat voor tragedies er schuilen achter dit delicate borduurwerk.

De Bosnische Maja Bajevic verwerkt op een vergelijkbare wijze harde cijfers in borduurwerk. Bij haar zijn het de aandelenkoersen en de ontwikkelingen van topinkomens die voor vrolijk gekleurde wandtapijten en vloerkleden zorgen. Bij beide kunstenaars vormen nieuwsfeiten de kern van hun werk. Maar hun werk is allang niet meer puur documentair. Er is een nieuwe laag overheen gelegd, een soort filter: die van de verbeelding.

Aan het eind van de lange, indrukwekkende weg die deze tentoonstelling je laat afleggen, is er gelukkig weer ruimte voor dromen en idealen. Het Russische collectief GLUKLYA ontwierp een modelijn met de titel Clothes for the demonstration against false election of Vladimir Putin: hemdjes en blouses met teksten als ‘Russia will be free’. De Koreaanse Im Heung-soon maakte een aangrijpende film, Factory Complex (2014), over vrouwelijke arbeiders die in protest komen tegen hun miserabele werkomstandigheden. En Barthélémy Toguo uit Kameroen hakte uit boomstammen reusachtige stempels, met kreten als ‘Don’t Shoot’, ‘Yes We Can’ en ‘Stop Lampedusa’. Uit al hun werken spreekt een enorme strijdvaardigheid.

Zo eindigt All The World’s Futures toch nog hoopgevend. Enwezor is erin geslaagd zijn tentoonstelling van een mooie opbouw te voorzien, die van oorlog en destructie leidt naar hoop en verzet – van drama naar dromen. Aan het eind van deze lange, duistere tunnel gloort er weer zonlicht. Daar wordt weer naar de toekomst gekeken.