Opinie

Het eindexamen moet Vlaamser

Het Nederlandse eindexamen is een fabrieksmatige apk-keuring die z’n doel voorbij schiet, betoogt Christiaan Weijts. Laten we leren van het Vlaamse systeem.

Hoewel mijn eindexamen al eenentwintig jaar achter me ligt, droom ik er nog minstens drie keer per jaar van. Ik kom de gymzaal in, ga zitten aan een tafeltje en realiseer me pas dat ik niets heb voorbereid. Sterker nog: ik heb al jarenlang gespijbeld en weet niet eens voor welk vak ik hier zit.

Soms ben ik mijn rekenmachine vergeten. Soms mijn kleren.

Bijna iedereen blijkt zulke eindexamendromen te hebben. Alleen wat niet ophoudt pijn te doen blijft in het geheugen, zei Nietzsche al.

Het zou interessant zijn om te onderzoeken of Vlamingen zulke dromen ook hebben. In Vlaanderen is namelijk geen centraal eindexamen. Daar stellen de docenten zelf de examenopgaven samen. Die lijken daarom meer op de toetsen die leerlingen gewend zijn, wat een hoop druk wegneemt. Bovendien kan de docent veel beter de prestaties van individuele leerlingen beoordelen, en zien waar iemand bijvoorbeeld door de examenstress onder zijn niveau presteert.

Het examenresultaat is er allerminst heilig. Dat is een humaner systeem dat lijkt op ons diplomazwemmen en op het universitair promoveren. Met een juichende oma aan de rand van het zwembad of een Academiegebouw vol familieleden laat je iemand niet zakken. De eigenlijke beoordeling vindt daarom al plaats vóór het rituele moment, waarop je alleen een goede of minder goede indruk kunt maken.

Het Vlaamse onderwijs scoort internationaal erg hoog. Het verschil is tekenend. In Nederland leggen we een centrale, eenvormige norm op, en zitten leerlingen als fabrieksarbeiders op dezelfde opgaven te blokken. We laten de examens dubbel nakijken door docenten van andere scholen want als je de docenten het op z’n Vlaams laat doen gaan ze sjoemelen en knijpen ze bij zwakkere leerlingen een oogje dicht. Dat wantrouwen is een nefaste minachting voor het vak van docent.

Ons systeem ziet de docent als iemand die opleidt om targets te halen. Hij moet een leger leerlingen programmeren tot uniforme machines die met de juiste trucjes de gewenste toetsresultaten produceren waarmee ze door de apk-keuring komen die is opgesteld door een strenge, anonieme instantie.

Het Vlaamse systeem ziet de docent als iemand die de hele ontwikkeling van een leerling volgt en begeleidt. Het is zijn vak om zijn leerlingen te kennen, te weten waartoe ze in staat zijn, niet alleen op dat toevallige, altijd door stress vertekenende moment van de eindtoets.

Onderwijs is geen olympische sport, waarbij je je jarenlang oefent voor één moment waarop je alleen maar kunt slagen of falen. Onderwijs is veel plezieriger en natuurlijker, het is de ontwikkeling van onze capaciteiten en talenten. Laten we Vlaamser worden, met de toets als controlemiddel, niet als doel op zichzelf.