Hemel of catastrofe?

Wat is de mens? Volgens de grote Duitse filosoof Immanuel Kant was dat de enige vraag die we ons moeten stellen. Ik kan me niet herinneren dat ik er ooit van wakker heb gelegen. Mijn mensbeeld is altijd, als ik het zou moeten omschrijven, een mengeling van darwinisme en humanisme geweest – geen geloof in het eeuwige leven of verlossing, en uitgaand van de vergankelijkheid van alle leven, maar tegelijk doordrongen van een christelijk-humanistische ethiek. Beschouw het leven als een geschenk, doe je lichaam zo min mogelijk geweld aan, probeer je medemensen geen kwaad te berokkenen. En als de mens al de kroon op de schepping is, dan brengt dat vooral een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Goddelijk kan een mens alleen in zijn verbeelding zijn.

Het was, kortom, een heel gemoedelijk humanisme. Ik voelde me er zo goed bij, dat de twijfel zelden toesloeg.

De laatste jaren is dat veranderd. Things fall apart: niet alleen wordt dat gemoedelijke humanisme van mij van alle kanten uitgedaagd, door ideologische sentimenten die zich tegen het idee van een universele menselijkheid keren (God! Cultuur! Natie!), maar ook door een technologische revolutie die de relatie van de mens met zichzelf en de natuur volledig op zijn kop zet. Die tech-revolutie is allang gaande – ik was me er gewoon te weinig van bewust. Artikelen op de wetenschapspagina’s over designerbaby’s, sleutelen aan ons DNA en almaar nieuwe technieken om de mens te „verbeteren” las ik met interesse. Maar over de gevolgen voor de samenleving, wat het allemaal voor ons zou betekenen, dacht ik nauwelijks na.

Dat is nu anders. Tijdens het voorbereiden van het tv-programma De Volmaakte Mens, dat ik mag presenteren, viel mijn mond vaak open – ik wist niet dat dit kon, ik wist niet dat we al zover waren! De toekomst bleek allang begonnen. Nu we baby’s door genetisch ingrijpen voor erfelijke ziekten kunnen behoeden, kunnen we ook aan menselijke eigenschappen sleutelen; een kind op bestelling is geen wilde toekomstfantasie. Binnenkort, voorspelt de in Leiden werkzame jonge wetenschapper Susana Chuva in de eerste aflevering, zullen alle baby’s op een kunstmatige manier verwekt worden. De Australische filosoof Julian Savulescu toont zich vervolgens een intelligent en innemend pleitbezorger voor wat ik altijd een gruwel beschouwde: ouders moeten alle beschikbare middelen inzetten om een zo goed mogelijk kind op de wereld te zetten – ook genetische manipulatie.

Maar wat is „zo goed mogelijk”? Wat als men in het Rusland van Poetin „zo goed mogelijke” kinderen gaat ontwerpen? Wat als de zorgverzekeraars eisen gaan stellen? Als de mens de mens gaat „verbeteren”, wat krijg je dan? De hemel op aarde? Een catastrofe?

De komende zes weken doe ik in De Volmaakte Mens en op deze plek verslag van mijn zoektocht. De technologische revolutie zet mijn gemoedelijke humanisme op alle mogelijke manieren onder druk – wat gaat er gebeuren met de mens wanneer hij de evolutie naar zijn hand zet en zijn eigen Schepper wordt? Wat als intelligente systemen, noem ze robots, de mens veruit in intelligentie zullen overtreffen? Wat als mens en machine versmelten en we cyborgs worden? Hoe gaat de maatschappij eruit zien als de mens volledig meetbaar is geworden, als we van onszelf en onze partners alle biologische gegeven dag en nacht kunnen monitoren? Wat als we allemaal 150, 250, 500 jaar kunnen worden – of zelfs, zoals de controversiële Britse gerontoloog Aubrey de Grey tegen mij beweert, helemaal niet meer dood hoeven te gaan?

Lastige vragen. Ik treed ze met een open geest tegemoet.