Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Televisie

De Togacolumn: Wat een advocaat mag zeggen op tv

De advocaat op tv zit daar om het belang van zijn cliënt te dienen. En als dat niet het geval is, zal hij de vraag niet beantwoorden. De Togacolumn, deze week door Britta Böhler, hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Rechtszaken zijn volop in het nieuws. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat er in kranten of op televisie over een rechtszaak wordt bericht: de man die eind januari met een nepwapen het NOS-studio binnendrong, de ‘bed-bad-brood-zaak’ tegen de gemeente Amsterdam, de activist die op een demonstratie ‘fuck de Koning’ heeft geroepen en de belediging van de burgemeester in Vlissingen, allemaal zaken die de afgelopen dagen de aandacht van de media hebben getrokken.

Advocaten worden dus steeds vaker geconfronteerd met het feit dat de media over hun zaken berichten. En telkens weer moet de betrokken advocaat zich de vraag stellen hoe hij om moet gaan met deze media-aandacht.  Moet een advocaat een journalist bellen als die een venijnig stuk over zijn cliënt heeft geschreven? Moet hij ingaan op een interviewverzoek van de Telegraaf? Is het een goed idee om bij DWDD of Pauw uitleg te geven over de ins en outs van de zaak?

De wet- en regelgeving voor advocaten biedt weinig houvast bij de beantwoording van deze vragen. De Advocatenwet zwijgt erover en evenmin is er een verordening of richtlijn over wat een advocaat wel en niet mag doen in en met de pers. Ook in de Gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten is er amper iets over dit vraagstuk te vinden.

Slechts in één gedragsregel (Gedragsregel 10) wordt er iets gezegd over de omgang met de media: als de advocaat informatie aan de pers geeft moet hij rekening houden met gerechtvaardigde belangen van derden (bijvoorbeeld het recht op privacy van een getuige) en de advocaat mag geen informatie aan de pers verstrekken zonder toestemming van de cliënt. Dit laatste is uiteraard een open deur, de advocaat is immers verplicht tot vertrouwelijkheid en heeft, anders dan een verdachte, geen zwijgrecht maar een zwijgplicht. Tenslotte wordt er bepaald dat de advocaat in een strafzaak geen kopie van het dossier aan journalisten mag geven en dat de advocaat ‘terughoudend’ moet zijn met het laten inzien van een dossier.

Veel wijzer zal een advocaat die een uitnodiging van Pauw heeft ontvangen, hiervan niet worden. Er zijn advocaten die dan ook liever het zekere voor het onzekere nemen en de media mijden. Het argument is meestal dat een zaak in de rechtszaal wordt beslist en niet in de media. Het is een veilig standpunt maar je kunt je afvragen of het negeren van de pers nog wel van deze tijd is. Dit te meer omdat het openbaar ministerie en de rechterlijke macht steeds actiever worden in de media.

De meeste advocaten zullen dan ook geneigd zijn een aanvraag van een journalist te honoreren. Maar ook al heeft de cliënt toestemming gegeven om op televisie te verschijnen, blijft er voor de advocaat de vraag wat hij in de uitzending wel of niet mag zeggen. Het enige wat de advocaat hierbij kan en mag leiden is het belang van de cliënt.

Bij elke vraag dient de advocaat de afweging te maken of de beantwoording ervan in het belang is van de cliënt. En indien dit volgens de advocaat niet het geval is, dan zal hij moeten zeggen dat hij de vraag niet zal beantwoorden, hoe teleurstellend dit ook is voor de kijkers die op smeuïge details over de persoonlijkheid van de cliënt hadden gehoopt. De advocaat zit er immers niet om het publiek tevreden te stellen maar enkel en alleen om het belang van zijn cliënt te dienen.

Britta Böhler is advocaat en hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en een rechter. Volgende week Miranda de Meijer, advocaat-generaal bij het ressortsparket in Den Haag.

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht