Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Wetenschap

Als je je oud, eenzaam en bang voelt, wat dan?

Vandaag vonnist het gerechtshof over de man die zijn moeder hielp te sterven. Er zijn nog veel vragen over ‘voltooid leven’.

De een noemt het voltooid leven, de ander zegt te lijden aan het leven. De wens te sterven hebben ze gemeen. Wat doe je als hulpverlener, mantelzorger of familie als een oudere zegt dat diens leven voorbij moet zijn?

Vandaag doet het gerechtshof in Arnhem uitspraak in het hoger beroep in de zaak tegen Albert Heringa (72), die in 2008 zijn stiefmoeder Moek heeft geholpen met sterven. Hij bezorgde haar de benodigde medicijnen.

Heringa onthulde zijn hulp in een tv-documentaire, waarmee hij vervolging uitlokte. Hij krijgt daarbij steun van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), die wil dat hulp bij zelfdoding door een niet-arts niet langer strafbaar is.

Een van de vragen waarover het hof zich heeft gebogen, is of Heringa voldoende heeft onderzocht of het leven van Moek voltooid was. Het Openbaar Ministerie (OM) noemt de hulp van Heringa „voorbarig en gestoeld op aannames”, ook al hielp hij uit compassie en lotsverbondenheid. De advocaten vinden dat hun cliënt niet anders kon. Van hem verwachten dat hij zijn moeder niet zou helpen, zou „een ontoelaatbare beperking van zijn keuzevrijheid als naaste” zijn. Vervolging is in strijd met het Europees recht, betogen zij.

Vorig jaar verscheen de Kennisagenda Ouderen en het Zelfgekozen Levenseinde van ZonMw en NWO, organisaties voor wetenschappelijk gezondheidsonderzoek, over de vraag wanneer een leven voltooid is. „We hebben niet eens een begin van een antwoord”, stond daarin.

„Elke persoonlijke situatie is weer heel anders”, zegt Bregje Onwuteaka-Philipsen, hoogleraar levenseindeonderzoek (VUmc). „Heel goed luisteren naar de oudere is het belangrijkst, en kijken of aan de wens nog iets te doen is. Voor voltooid leven is geen instrument te maken waar na toetsing een score uitkomt.”

Hulpverleners en families kennen vaak de grenzen niet tussen legale en illegale wegen om het leven weloverwogen te beëindigen, schrijven de onderzoekers. Dat is niet vreemd. Er lijken in Nederland harde grenzen te zijn voor de behandeling van euthanasieverzoeken, maar deze worden in de praktijk actief verkend en soms opgerekt.

Globaal zijn dit de regels: euthanasie mag alleen als sprake is van „uitzichtloos en ondraaglijk lijden”, de patiënt moet het verzoek met het volle verstand doen en er mag geen andere redelijke oplossing mogelijk zijn. Naast de eigen arts moet ten minste één onafhankelijke arts het verzoek goedkeuren.

Heringa heeft volgens het OM de opties onvoldoende verkend. Maar toen hij zijn moeder hielp, bestond de Levenseindekliniek nog niet – die werd opgericht in 2012. Die kliniek bestaat uit teams van artsen en verpleegkundigen die euthanasieverzoeken beoordelen als de huisarts twijfelt of principieel weigert. Zij behandelt de meest ingewikkelde euthanasieverzoeken.

Het voltooide leven, dat heeft een positieve klank, zegt Els van Wijngaarden, docent ethiek aan de Hogeschool Windesheim en onderzoeker aan de Universiteit voor Humanistiek. Maar de term verdoezelt de waarheid, concludeert ze in haar bijna afgeronde promotieonderzoek naar voltooid leven. Ze sprak daarvoor uitgebreid met 25 ouderen met een actieve doodswens – in ieder geval zeven zijn intussen overleden.

Ouderen die hun leven voltooid achten, voelen zich eigenlijk eenzaam, overbodig en bang voor afhankelijkheid, concludeert Van Wijngaarden. „Het beeld in het publieke debat is dat deze ouderen op hun hoogtepunt eruit willen. Ik heb gemerkt dat het rauwer en tragischer is dan dat. De mensen hadden in veel gevallen nog een redelijk sociaal leven, waren vaak mobiel en hadden contact met familie. Maar toch voelden ze zich buitenstaanders en zag ik existentiële eenzaamheid.”

Voor de meesten was hun overlijdenswens onomkeerbaar, zegt Van Wijngaarden. Een antwoord heeft zij daar niet op. „Het belangrijkste appèl is: neem de mensen serieus, maar ook de onderliggende maatschappelijke problemen. Het is heel heftig dat mensen zich aan de kant voelen staan, nadat ze altijd midden in het leven hebben gestaan. Het wegnemen van de betekenisloosheid is niet zo simpel, maar om te zeggen dat we een doodswens als samenleving moeten faciliteren, gaat erg snel.”

Bestaat het voltooide leven?

Van Wijngaarden zou de klachten van de 25 ouderen – van wie 22 NVVE-leden – eerder „lijden aan het leven” noemen.

De NVVE houdt het bij voltooid leven. „De verhalen in het onderzoek zijn schrijnend”, reageert interim-directeur Rob Jonquière. „Eenzaamheid kan uitzichtloos en ondraaglijk zijn, en de reden dat iemand niet meer kan leven. Mensen kunnen en mogen zelf de afweging maken in hoeverre deze intense eenzaamheid dragelijk is.”