Zijn lichaam zou uit de helikopter zijn gegooid

De operatie waarbij Osama bin Laden gedood werd, ging helemaal niet zoals de Verenigde Staten beweren. Tenminste, dat schrijft onderzoeksjournalist Seymour Hersh. Maar klopt zijn verhaal wel?

Navy SEALs in een Blackhawk-helikopter. Foto Rex Features
Navy SEALs in een Blackhawk-helikopter. Foto Rex Features

Ooit bracht hij de massamoord door Amerikaanse soldaten in een Vietnamees dorp naar buiten. En dankzij hem weten we sinds 2004 tot in detail wat er in de Abu Ghraib-gevangenis gebeurde.

Dus dat de gerenommeerde onderzoeksjournalist Seymour Hersh nu schrijft dat Amerika loog over de operatie waarbij Osama bin Laden op 2 mei 2011 gedood werd, moet het Witte Huis in grote verlegenheid brengen – en de pers dwingen tot het herschrijven van een belangrijk hoofdstuk uit de recente wereldgeschiedenis.

Toch? Nee, toch niet. Sinds zijn tienduizend woorden tellende reconstructie dit weekend online kwam, ligt vooral Hersh zelf onder de loep. Om de bronnen die hij opvoert én de plek waar hij dat doet: The London Review of Books. Wilde het uitvoerig factcheckende The New Yorker, waar zijn stukken doorgaans verschenen, het niet plaatsen? En waarom dan niet?

In Hersh’s ‘alternatieve geschiedenis van de war on terror’ betoogt hij dat Obama op cruciale punten loog over de operatie. Zo zou de tip simpelweg zijn gekomen van een Pakistaanse inlichtingenfunctionaris die wel oren had naar de 25 miljoen dollar vindersloon. Bin Laden zou al jaren onder toezicht hebben gestaan van de Pakistaanse inlichtingendienst. Ten tijde van de aanval was hij ziek, verzwakt en ongewapend. En een zeemansgraf kreeg hij vermoedelijk niet; aannemelijker is dat de Navy SEALs (SEAL staat voor Sea, Air, Land Teams) delen van zijn lichaam onderweg naar Afghanistan boven berggebied uit de helikopter gooiden. Dat is in het kort wat Hersh er na jarenlang onderzoek van maakt.

Al langer twijfels

Toch gaat het nu in de eerste plaats niet over leugens van de Amerikaanse regering. Want aan de verhalen van Hersh wordt al een aantal jaar getwijfeld.

Eind 2013 schreef hij dat de Syrische president Bashar al-Assad niet per se achter de gifgasaanval in Ghouta zat, omdat rebellengroepen ook over sarin zouden beschikken. Een aantal maanden later linkte hij de Turkse president Erdogan aan de aanval, in een spectaculaire complottheorie waar onder meer ook de blokkering van YouTube door Turkije en de aanslag in het Libische Benghazi een rol kregen.

Wat voor dat verhaal gold, geldt nu ook: Hersh steunt op enkele anonieme bronnen of op mensen die niet per se kennis van zaken hoeven te hebben. De reconstructie van 2 mei 2011 maakte hij met behulp van Asad Durrani, die de Pakistaanse militaire inlichtingendienst tussen 1990 en 1992 leidde, en een anonieme „gepensioneerde hoge inlichtingenfunctionaris”.

Over zijn Syrië-onderzoek zei hij eens tegen The Huffington Post dat er „weinig interesse” was bij zijn vaste magazine. Max Fischer schreef gisteren bij website Vox dat dat nu niet anders was: volgens een New Yorker-redacteur had het magazine Hersh’s stuk „herhaaldelijk geweigerd”, schreef hij gisteren in een opsomming van „de vele problemen” van Hersh’s „complottheorie”.

Op de vraag aan The New Yorker zelf waarom het stuk daar niet verschenen is, kwam gisteren geen reactie. Sommigen zagen daarom nog een andere mogelijkheid: dat het te veel conflicteerde met een andere reconstructie van de operatie, van Nicholas Schmidle uit 2011. Had Hersh zijn zin gekregen, dan stond er nu hoe dan ook één onjuiste reconstructie in het archief.