Opinie

Toeristenstroom

Uit de recente Amsterdam-bijlage in deze krant bleek weer eens hoe beperkt de actieradius is van de gemiddelde toerist in een grote stad. De meeste toeristen blijven hooguit twee dagen en nachten in een stad als Amsterdam en kiezen daarbij ongeveer dezelfde routes.

In Amsterdam lopen vrijwel alle toeristen over het deel van de Prinsengracht tussen het Anne Frank Huis en de Leidsestraat. Verder is het druk in de Negen Straatjes, maar worden de uiteindes van de grachten amper bezocht. Slechts weinigen steken de Amstel over. De belangrijkste toeristische as, drie kilometer lang, loopt vanaf Centraal via het Damrak, de Dam, Het Spui en Leidsestraat naar het Leidse- en het Museumplein. De Wallen miste ik in deze opsomming, maar ik neem aan dat ook die royaal worden bezichtigd.

Uit eigen waarneming kan ik eraan toevoegen dat je in stadsdelen zoals Zuid en West, die tegen het centrum aanliggen, weinig toeristen ziet. In de Jordaan zijn het er meer, maar niet zozeer horden als wel het leerzame type toerist die met een gidsje in de hand braaf alle mooie geveltjes en hofjes inspecteert.

Je zou het treurig kunnen noemen dat toeristen hoofdzakelijk de gebaande paden betreden, maar doe je het zelf veel anders als je voor het eerst in een wereldstad bent? Ik loop ook altijd eerst de geijkte attracties af, al was het alleen maar om te voorkomen dat je thuis na terugkomst van een kennis te horen krijgt dat je toch wel belachelijk veel hebt gemist.

Om een stad echt te ontdekken, blijf ik er liever een, twee weken, ook in kleinere wereldsteden als Kopenhagen en Stockholm.

Waar ik me wel vaak over verbaas, is de toeristische belangstelling voor afgezaagde trekpleisters als Madame Tussauds en allerlei martel- en horrormusea. Waarom zou je iets bezoeken wat je ook in je eigen land kunt zien?

Tegelijk bewonder ik de vasthoudendheid van toeristen die anderhalf, twee uur in de rij willen staan voor het Anne Frank Huis – in het hoogseizoen een dagelijks tafereel. Vanwege zijn uniciteit en de nog steeds uitdijende wereldroem van Anne Frank zal dat museum tot in lengte van jaren een van de belangrijkste toeristische doelen van Nederland (nu 1,2 miljoen bezoekers per jaar) blijven.

De nog steeds wassende toeristenstroom maakt Amsterdam kapot, vinden sommige Amsterdammers. Zij klagen over slecht fietsende toeristen, overlast van hotels in woonbuurten, te volle trottoirs. Sommige van die klachten zijn zeker gegrond, maar voor mij heeft het de leefbaarheid van het Amsterdamse centrum nog niet wezenlijk aangetast. Wie de binnenstad goed kent, vindt altijd wel rustige straatjes voor zijn wandeling. Er wordt gepleit voor spreiding van de toeristen over de stad, maar ik betwijfel of dat haalbaar is.

De enige toeristen die mij irriteren, zitten lallend op een bierfiets – daar moet de gemeente Amsterdam nu eindelijk eens iets aan doen – of houden me op vier kilometer van het centrum staande met vragen als: „Zijn hier ook hostels?” en „Wat is de weg naar het En Frenk Haus?” Dat zijn foute toeristen: te gierig om een plattegrond te kopen en te lui om naar de VVV te gaan. Ik heb steeds minder zin hen te woord te staan, zij verdienen niet het geduld van de stadsbewoner. Een toerist moet alleen iemand lastigvallen als het niet anders kan.

Al die andere toeristen zijn wat mij betreft van harte welkom.