Shell mag weer boren naar olie en gas in Alaska

Multinational hervat expeditie Arctisch gebied ondanks protest

Shell wil 110 km voor kust Alaska boren
Shell wil 110 km voor kust Alaska boren

De weg naar de Noordelijke IJszee ligt weer open voor Shell. De Nederlands-Britse multinational mag opnieuw proefboringen naar olie en gas voor de kust van Alaska gaan doen. Het Bureau voor Energie Management van de Amerikaanse overheid gaf Shell gisteren voorwaardelijk toestemming.

Milieuorganisaties hebben acties aangekondigd en ook de stad Seattle in de staat Washington verzet zich. De gemeenteraad heeft de havenautoriteiten gisteren gevraagd om boorplatform Polar Pioneer (120 meter lang), op doortocht naar Alaska, deze week niet toe te laten. Burgemeester Ed Murray wil dat de stad „een ferm standpunt” inneemt tegen vervuiling door olieconcerns.

Shell (375 miljard euro omzet en 13 miljard euro winst vorig jaar, 94.000 werknemers) is al jaren bezig om toegang te krijgen tot het Arctische gebied. De regio zou volgens schattingen van Amerikaanse geologen mogelijk eenvijfde van alle ongerepte olievoorraden ter wereld – circa 25 miljard vaten olie en 3.400 miljard kubieke meter aardgas – herbergen.

Bij eerdere proefboringen in het gebied in 2012 kampte Shell met tegenslagen. Het werk werd vertraagd door slepende vergunningaanvragen en dikke ijskappen. In december 2012 raakte het boorschip Kulluk op drift en liep vast in de Golf van Alaska met 500 ton olie aan boord. Er lekte geen olie weg, maar het was slechte publiciteit voor Shell – zeker na de ramp met het BP-platform Deep Horizon in de Golf van Mexico in 2010. Het jaar daarop staakte Shell de proefboringen voor onbepaalde tijd.

Het olieconcern heeft zijn meerjarige exploitatieprogramma voor de regio herzien. Op basis daarvan mag Shell opnieuw boren in de Chukchi Zee, zo’n 110 kilometer ten noordwesten van de stad Wainwright in Alaska. Het gaat om zes boringen op een locatie waar de zee zo’n vijftig meter diep is. Voorwaarde is wel dat Shell alle benodigde aanvullende milieuvergunningen krijgt.

Directeur Johan van de Gronden van het WNF reageerde teleurgesteld. Hij vreest voor de gevolgen van een lekkage, zei hij tegen persbureau ANP. „Een olielekkage die niet is op te ruimen betekent een ramp voor de toch al kwetsbare natuur en brengt voor vele decennia ernstige schade toe.”