Opinie

Onbedorven volk

De schrijver en journalist A. den Doolaard noemde Macedonië zijn „heimelijke jeugdliefde”. Zijn leven besloeg de twintigste eeuw en hij reisde tientallen keren naar de Balkan om de comitadji’s van de Verenigde Macedonische Revolutionaire Organisatie te portretteren die de Turken uit het land hadden verjaagd. „Mijn hart was vol vreugde”, schreef hij in een reportage, „over het ontdekken van dit onbedorven volk, dat eigen honger niet acht om gastvrij te kunnen wezen.”

In drie stukken die hij onder de kop ‘Glorie en Val der Comitadji’ in 1931 voor het Algemeen Handelsblad schreef, liet hij zien hoe deze idealistische beweging veranderde in een gangsterbende.

De VMRO bestaat nog steeds, nu als regeringspartij. Afgelopen weekend ontketende zij in het noordelijk gelegen Kumanovo een kleine stadsoorlog toen een speciale legereenheid met de politie een groep Albanese strijders probeerde te ontmantelen. Er vielen 22 doden. Deze krant sprak gisteren van een „raadselachtige veldslag”. „Macedonië is een land van samenzweringen waar alles mogelijk is.” Van de ruim twee miljoen inwoners is een kwart etnisch Albanees.

De Shijakovs in Nieuwegein hebben hun huis omgetoverd in een war room. Trajche skypet in korte zinnen met zijn moeder, Silvana zit met de laptop op schoot en laat filmpjes zien. Ze zijn bang voor onrust in het oosten van het land, waar zij vandaan komen. Hun dochter Zunica van zeven besluit zelf naar bed te gaan. De janija, soep van aardappelen, wortelen, rundvlees en veel peper, staat in de keuken op het vuur.

Ik leerde ze drie jaar geleden kennen toen ik een hulp in de huishouding zocht. Zij was na de oorlog tussen Macedonië en Albanië in 2002 naar Nederland gekomen en studeert voor analist in een laboratorium.

De Shijakovs zijn Slavische Macedoniërs, politiek geïnteresseerd, maar onafhankelijk. Nooit lid geweest van een partij. Silvana laat een reactie zien van premier Nikola Gruevski en daarna een van oppositieleider Zoran Zaev, die de regering verantwoordelijk houdt voor de moordpartij. Zaev liet zien hoe Gruevski de winst van de verkoop van een telecombedrijf in eigen zak stak, maar hij heeft zelf boter op zijn hoofd. „Als burgemeester van mijn geboortestad Strumica geeft hij alleen partijleden werk”, zegt Silvana. „Mijn vriendinnen zijn lid geworden om een baan als lerares te kunnen krijgen.”

Ze schept de soep op. In de grote steden zijn al maandenlang demonstraties tegen de regering, zegt Trajche. Zijn familie heeft meegelopen. Een van de demonstranten is tijdens die protesten verongelukt. „Vermoord”, zegt Silvana. „Door een lijfwacht van Gruevski.”

„Politici”, zegt Trajche, „zitten in hun fauteuil en vergeten de gewone mensen.” Silvana zet het onafhankelijke televisiekanaal 24 Vesti op. We zien het centrale plein in Kumanovo. Het staat vol Albanezen en Macedoniërs. Ze omhelzen elkaar. „Wij leven zo goed met elkaar”, zegt een Albanees in een oranje poloshirt tegen de camera. „De politiek speelt een spel.”

Zou het kunnen zijn dat de ‘terroristische strijders’ huurlingen zijn, vraag ik. Ze knikken allebei. „Alles kan in Macedonië”, zegt Trajche.

„Daarom hebben zoveel Macedoniërs het land verlaten”, zegt Silvana. Ze ruimt de tafel af en haalt haar Nederlandse lesboek tevoorschijn. Morgen heeft ze een toets. Trajche gaat naar bed. Zijn werkdag begint om zes uur.