Nooit gedacht te moeten rekenen bij Nederlands

Illustratie Daphne Prochowski

Concentreer je! De eerste twee minuten van mijn kostbare tijd zijn verspild aan het uitrekenen hoelang ik over elke opgave mag doen. Gelukkig telt de rekentoets dit jaar nog niet mee, want twee minuten nodig hebben voor zo’n sommetje is best gênant.

Ik had dan ook nooit verwacht te moeten rekenen tijdens een examen Nederlands, maar ze zeggen dat het helpt om je tijd te ‘managen’. Het zou fijn zijn als er ook iets bestond (niet in de vorm van een pilletje) dat helpt om je concentratie te managen. Want zo simpel als het idee van een examen is – geef goed antwoord op de vragen – zo moeilijk is het om je te concentreren. Ik betrap mezelf erop dat ik al een tijdje de klok van de aula zit te bestuderen. Verplaatst de minutenwijzer geleidelijk naar het volgende streepje of verspringt hij in één keer wanneer de secondewijzer bij de 12 is aangekomen? Concentreer je! Ik wilde alleen even checken of ik nog op schema zat.

Het is niet alleen de zachtjes tikkende klok die mij interesseert, ook de leraren die al jaren rustig door de school wandelen, lijken nu als marcherende olifanten met rechte passen tussen de tafeltjes door te benen. Stamp, stamp, stamp, en af en toe komt er een klak, klak, klak voorbij van de lerares die ’s ochtends duidelijk niet heeft stilgestaan bij haar schoenkeuze en er niet over heeft nagedacht dat elke leerling gestoord wordt door het getik van die hakken. Concentreer je dan! Gewoon gehoor afsluiten en de volgende vraag lezen.

Het wil bijna lukken tot er iets beweegt in mijn ooghoek. Ik houd ontzettend veel van mijn medeleerlingen, lotgenoten, en echt: we’re all in this together– totdat iemand met zijn been begint te trillen. Het is irritant, net als luid ademhalen of een voedselpakket met knisperende verpakkingen.

De klasgenoot die altijd eerder klaar is dan ik legt zijn pen neer, het laatste kwartier breekt aan en terwijl ik harder ga schrijven worden de geluiden om me heen zachter. Nu moet ik me wel concentreren. ‘Had ik me maar...’ Nee, geen tijd voor die gedachte. ‘Wie zijn billen brandt...’ – ik krijg blaren op mijn vingers, zo snel schrijf ik. Niet snel genoeg, de tijd is om en ik moest nog een zin opschrijven. Twee minuutjes extra waren genoeg geweest. Helaas heb ik die al aan het begin van mijn examen gebruikt, om de tijd te ‘managen’.