‘Niets geregeld voor achterblijver bij vermissing’

Dat zegt Slachtofferhulp in een artikel in de Volkskrant.

De aanleiding

Vermiste personen moeten een aparte juridische status krijgen. Daarvoor pleitten Slachtofferhulp Nederland en de Vereniging Achterblijvers na Vermissing afgelopen woensdag in de Volkskrant. Achterblijvers zouden soms in ernstige praktische en financiële problemen komen, omdat zij niet uit naam van het vermiste familielid kunnen handelen.

Een aparte juridische status voor vermisten zou dat oplossen, zei woordvoerder Harriët Koelewijn van Slachtofferhulp in de Volkskrant. Ook Inger de Vries, initiatiefneemster van de petitie Status Vermist, wordt geciteerd: „Voor nabestaanden van iemand die overlijdt zijn er regelingen, maar als iemand vermist raakt, is er niets.”

Houdt de wet nu geen rekening met vermiste personen?

En, klopt het?

Het ministerie van Veiligheid en Justitie wijst op de informatiefolder Wat te doen als iemand vermist wordt. Hierin staat dat in de wet enkele regelingen zijn opgenomen die gebruikt kunnen worden om de juridische en financiële problemen op te vangen die ontstaan wanneer iemand langdurig vermist blijft.

In deze regelingen staat dat wanneer iemand zijn woonplaats heeft verlaten terwijl hij niet heeft gezorgd dat er voor zijn bezittingen wordt gezorgd, er door de kantonrechter een bewindvoerder kan worden benoemd om de belangen van de afwezige te behartigen.

Daarnaast kan er als iemand vermist is na vijf jaar een ‘verklaring van vermoedelijk overlijden’ worden aangevraagd. Als de dood van de vermiste persoon waarschijnlijk is (bijvoorbeeld als hij of zij aan boord van een neergestort vliegtuig zat) kan dat na één jaar.

Er zijn dus regelingen voor vermisten. Maar klopt het dat er voor hen geen juridische status is, zoals het artikel suggereert? De woordvoerder van Slachtofferhulp verwoordt het als volgt: „Je bent voor de wet levend of je leeft niet meer.”

Is dat de juiste interpretatie? „Je kunt in zekere zin zeggen dat het recht ofwel levende, ofwel overleden personen kent”, zegt Henny Sackers, hoogleraar sanctierecht aan de Radboud Universiteit. „Het Burgerlijk Wetboek kent een regeling voor ‘personen wier bestaan onzeker is’, denk bijvoorbeeld ook aan een ongeboren kind.” De tussencategorie ‘onzekere personen’ is een uitzondering, zegt Sackers, die juridisch tot ofwel leven, ofwel dood moet leiden, maar in die categorie vallen alleen vermisten die vermeend slachtoffer van een misdrijf zijn. „Is er geen strafrechtelijke achtergrond, bijvoorbeeld bij personen die zelf ‘kwijt’ willen worden, dan voorziet het recht niet in een aparte status.”

Conclusie

Voor vermiste personen bestaat inderdaad geen speciale juridische status. Maar dat wil niet zeggen dat de wet geen rekening houdt met vermisten. In de wet zijn wel degelijk regelingen voor ‘onzekere personen’ opgenomen. De bewering is grotendeels onwaar.

Anne-Martijn van der Kaaden