‘Niemand haalt hiervoor een 10’

Hoogleraar Nederlands Anneke Neijt van de Radboud Universiteit Nijmegen doet examen. „Het eindexamen op deze manier maakt het vak Nederlands er niet aantrekkelijker op.”

Leerlingen van de Adriaan Roland Holstschool in het Noord-Hollandse Bergen, vanochtend aan het eindexamen.
Leerlingen van de Adriaan Roland Holstschool in het Noord-Hollandse Bergen, vanochtend aan het eindexamen. Foto NOVUM / ERNA FAUST

‘Dit was geen makkelijk eindexamen. Ik vond het een hele klus om geïnteresseerd te blijven. Kun je nagaan; Nederlands is mijn vak en zelfs het Groot Dictee vind ik nog leuk om te doen. Maar de vragen waren saai en bij de meerkeuzevragen konden verschillende antwoorden goed zijn. Ik denk dat niemand hier een 10 voor kan halen.

Het eindexamen Nederlands bestaat uit het analyseren van teksten. De toetsmakers willen zien of de vwo-leerlingen kunnen redeneren en beargumenteren. Dat is prima. Alleen is het dan heel problematisch om bij de antwoorden te moeten kiezen uit vier mogelijkheden. Want voor veel opties valt wel iets te zeggen.

Voorbeeld. In de tekst staat ‘McTown is een schoolvoorbeeld van een grote wetenschappelijke basis in een onherbergzame omgeving: een samenraapsel van containerachtige gebouwen, loodsen, brandstoftanks en barakken – en een klein kerkje.’ Dan wordt gevraagd hoe je de aanblik van McTown het beste karakteriseert: campusachtig, industrieel, ouderwets of rommelig. Voor elk antwoord valt wel iets te zeggen. Zelfs dacht ik aan een industrieterrein, ik zie zo de Botlek voor me. Maar ik moest ook denken, vanwege de barakken van de studentenhuisvesting en het kerkje, aan een bonte verzameling van gebouwen op een universiteitscampus. Het juiste antwoord was rommelig! Alsof er geen netheid zou heersen in McTown? Dat lijkt me heel onwaarschijnlijk voor een veilige wetenschappelijke basis in Antarctica.

Eigenlijk zou je bij dit examen dus antwoorden met redeneringen erbij willen hebben. Zodat je beter kunt inschatten waar de schrijver op doelt. Dat is natuurlijk ook het lastige aan taal: je hebt de zender en de ontvanger. De schrijver wil iets overbrengen, maar iedere lezer is anders; die heeft eigen ervaringen en zodoende andere interpretaties. Zo beantwoordde ik een bepaalde vraag vanuit de menselijke sociale kant, terwijl de toetsmaker juist een abstracte redenering op het oog had. Als schrijver weet je nooit zeker of je boodschap overkomt, dat is natuurlijk inherent aan communicatie.

Het eindexamen op deze manier maakt het vak Nederlands er niet aantrekkelijker op. Dat vind ik erg jammer. Ik zou veel liever zien dat leerlingen leren over wat communicatie inhoudt, dus over ‘de zender en de ontvanger’. En dat ze leren over welke zinsopbouw makkelijk wegleest en wanneer een tekst onbegrijpelijk wordt.”